Onze Krant
december 2002

Van de redactie

Afrikacentrum

Een missionaire zorg

Bedevaart naar Czestochowa

Wie? Wat? Waar?

Missie in de "Afram Planes-South"

Waarom nog missie

SMA

MISSIE IN DE ‘AFRAM PLANES-SOUTH’

EEN AVONTUUR WAAR MENIG MISSIONARIS’ HART SNELLER VAN GAAT KLOPPEN.

Herinnert u zich nog die sterke missie verhalen van die oude missionarissen ? Zo was de missie vroeger, en hoe is missie nu ? Ik kan u verzekeren missie nu is zeer avontuurlijk, en dat is geen sterk verhaal.

In de loop va dit jaar heeft de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën het Afram Planes South Project overgenomen van de diocesane priesters in het bisdom Konongo Mampong. Het Afram Planes South Apostolate strekt zich uit ten Noord-Oosten van Kumasi en is begrenst in het westen door Mampong, in het zuiden door Kumawu in het Zuid-Oosten door Agogo en in het noorden door het ons wel bekende Babaso Apostolaat.

Ruim een half jaar geleden hebben Rev. Fr. German Latiga, SOCIËTEIT AFRIKAANSE MISSIËN en ondergetekende hun intrek genomen in de hoofdstatie Drobonso. Maar eer je hier bent aangekomen ben je al vele ervaringen rijker en vele zweetdruppeltjes armer. Het advies een vier wiel aangedreven wagen mee te nemen, moet niet licht opgevat worden. Maar je kan natuurlijk altijd nog je plaats innemen op het dak van de lokale tro-tro, als die rijdt weliswaar. Want bij regen geen transport en bij droog weer transport enkel wanneer al de hoogst noodzakelijke auto onderdelen aanwezig zijn Én functioneren. Niet dat je aankomst in Drobonso is verzekert met je eigen wagen, want andere trucks en wagens hebben waarschijnlijk je weg geblokkeerd doordat ze ‘muurvast’ zitten in de overvloedige modder en kuilen. Het landschap is zeer gevarieerd. In Kumawu verlaat je de verharde weg en tegelijkertijd de bewoonde wereld.


Wilfried Kouijzer, SMA

De komende zestig minuten kom je noch huis, noch mens tegen. De kale rotsen lachen je toe en hun scherpe randen zijn altijd gereed om je een lekke band te bezorgen. In het rulle zand op de vlakke weggedeelten verlies je de macht over het stuur als je toegeeft aan de verleiding om snelheid te maken. Op de steile stukken moet je vaak een keuze maken tussen de afgrond aan de ene kant en een diepe kuil of hoge rots aan de andere zijde. Daar waar bos is, is de grond zo zacht en de waterstand zo hoog dat het mij altijd doet denken aan surfen o zee. Maar als je dit allemaal goed doorstaan hebt dan ben je twee uren later toch echt in de city Drobonso. Daar staan vrolijke en lachende mensen gereed om je te verwelkomen met hun ‘alewaaba’ en ‘kwasi Obruni’.

De missiepost, oorspronkelijk een trainingscentrum voor catechisten, is inmiddels wat opgeknapt. Je kunt nu niet meer door de muren naar binnen lopen en de muizen lopen ’s nachts niet meer over je hoofd. Vandaar alle tijd om ons op de buitenposten te richten.

toen de tractor nog goed functioneerde gingen deze tochten naar de buitenposten met een tractor. Maar ja, ook de tractor komt vast te zitten in het samenspel van water, grond en gras. En dan is het toch altijd weer jammer om te zien hoe vele jonge boompjes moeten dienen als grondversteviging onder de grote tractorwielen.

Nu in de regentijd is er echter een moderne oplossing gevonden voor dit tractorprobleem, en wel ‘de fiets’. Je pakt drie fietsen; een mountain bike voor je zelf, een sportfiets voor de katechist en een Chinese Phoenix-fiets voor de misdienaar. Deze laatste neemt de massbox voor z’n rekening en een ieder draagt bij aan het vervoeren van het geofferde fruit en groente op de weg terug. Zodra je een riviertje nadert dan balanceer je over de boomstammen of je trekt je sandalen, gemaakt van Michelin-autobanden aan en waadt eenvoudigweg door het water. Eenmaal weer op de fiets moet je toch je armen bedekken want het torenhoge olifantengras snijdt door je huid heen. Olifanten heb ik overigens dit jaar nog niet gezien, maar ze zijn er wel. En zo bereik je dan ‘probleemloos’ de buitenpost. Echter de tocht naar Afrisere verliep onlangs heel anders.

We vermoedden al dat de weg binnendoor onbegaanbaar zou zijn, zodat we besloten om met de landrover over de verharde weg via Konongo naar Agogo te rijden. In een gerieflijk bed, in de pastorie aldaar, hebben we de nacht doorgebracht terwijl buiten om het huis een zware onweersstorm raasde. De volgende morgen waren dan ook al de ingrediënten aanwezig voor grote verrassingen. Alras belandden we in een hachelijke situatie. Rechts van ons een diepe afgrond en wij op een sterk hellend wegdek dat spiegelglad was vanwege de glibberige modder. We schoven over de weg. Kwam er nog een tegenligger ook, dus nog iets verder naar rechts, nog iets dichter bij die enorme diepte. Dat zijn de momenten waarop je beslist leert bidden, rozenkransmaand of niet.

Eenmaal in het dorpje Anianam was het duidelijk dat we niet verder meer konden. De plaatselijke katechist werd geraadpleegd. Inmiddels was het hele dorp al uitgelopen voor deze bezienswaardigheid. Besloten werd een fiets te huren zodat ik zo de weg kon voortzetten. Nou ja, voortzetten¼¼¼ De modder was zo kleverig dat al snel de wielen van de fiets niet meer ronddraaiden. Dan de fiets maar voortduren, maar hoe lang houd je die zware klus vol ? Zodoende de fiets maar op de schouders genomen en zo door het Aframse land.
Aangekomen in de buitenstatie Dukusen waren de mensen zo blij dat ze wilden dat ik bleef en de volgende dag de Heilige Eucharistie zou vieren. Een kleihutje werd half ontruimd en m’n mosquito netje werd er in opgehangen. Al snel bleek dat ik niet alleen was in dat hutje. Veel klein ‘ongedierte’ was daar met mij. Een test voor de zenuwen. Maar er waren nog meer gasten en wel in m’n netje. Het zat vol met mosquito’s, het moeten er wel zo’n stuk of 15 zijn geweest. Maar hoe vang je een mug met een zaklamp ? De verleiding was die nacht groot om maar buiten te gaan zitten.

De H. Mis was de volgende dag een groot feest. Velen hadden besloten om niet naar hun akkers te gaan en ook de kinderen waren niet naar school gegaan. De offerande was zeer feestelijk met zingen en dansen. Tot mijn grote verbazing werd er pluimvee binnengebracht als offerande. Het gevolg was dan ook dat ik even later met pluimvee aan de fiets vastgebonden op naar het volgende dorp ging. Daar waren geen calamiteiten, afgezien van het feit dat de rivier de Afram zo hoog stond dat mensen die naar hun akker wilden gaan tot over hun middel door het water waadden, met hun bagage op het hoofd natuurlijk! Maar de mooiste ontknoping was op de terugweg. Een groep mensen hield mij staande. Zij bleken allen katholieken te zijn en zij vroegen mij of ik ook bij hen de kerk wilde openen. En zo inderdaad doet de Heer onze God zijn werk door ons, een gave én opgave!

Is jouw hart nu ook sneller gaan kloppen ?
Informeer dan bij de S.M.A., want er is nog plaats en je hulp is hier hard nodig !

Wilfried Kouijzer, S.M.A.