Onze Krant
december 2002

Van de redactie

Afrikacentrum

Een missionaire zorg

Bedevaart naar Czestochowa

Wie? Wat? Waar?

Missie in de "Afram Planes-South"

Waarom nog missie

SMA

WAAROM NOG MISSIE ?

Waarom moeten we vanuit Nederland nog missionarissen uitzenden naar andere delen van de wereld ? Is er vandaag de dag niet genoeg missie hier ?

Vragen die je als missionaris steeds maar weer hoort en die hoe vaak je ze ook beantwoord steeds maar weer terugkomen. En waarvan ik nooit moe wordt om ze te beantwoorden.
En als men ze niet stelt, dan stel ik ze zelf wel eens, want het zijn belangrijke vragen .En als men ze verkeerd beantwoord kunnen ze veel kwaad aanrichten.

Vroeger werden deze vragen veel minder gesteld, of eigenlijk helemaal niet. Het was duidelijk, als ongedoopte was de kans om in de hemel te komen een heel stuk geringer.
Let wel, de kans was geringer, dat je er helemaal niet in kwam als ongedoopte heeft de kerk nooit verkondigd. Maar het ging allemaal een stuk gemakkelijker ofschoon de doop ook geen absolute garantie gaf. Daar kwam nog bij dat de mensen uit de missielanden, zeker vanuit Europa gezien werden als mensen die het stadium van de echte beschaving nog niet bereikt hadden.Met het christen zijn en de Europese beschaving in de zak van je pas aangemeten broek was je verlost en werd je een gelukkiger mens. De zaak was duidelijk en de vraag “waarom missie” speelde niet.

Vanaf eind zestiger jaren kwam daar de klad in. Bisschoppen en Paus kwamen tijdens een grote kerkvergadering bij elkaar (Tweede Vaticaans concilie) en legden er de nadruk op dat het menselijk bestaan niet enkel hemelgericht was, maar dat we hier op aarde ook al een stukje hemel hadden te realiseren. Bovendien werd eraan herinnerd dat het Koninkrijk Gods op aarde niet alleen de kerkgemeenschap was, maar veel breder, ook degenen die niet gedoopt waren konden er deel van uit maken. Deel uit maken van het Koninkrijk Gods hing er dus niet enkel vanaf of je al of niet een missionaris tegen het lijf gelopen was.

Vervolgens kwamen antropologen, sociologen en andere wetenschappelijke denkers tot de ontdekkingen dat niet-westerse culturen, ook in Afrika, een veel hogere standaard van beschaving hadden dan wij ooit dachten. Kennis van geschiedenis, literatuur, gezondheidszorg, techniek etc. waren aanwezig. Wel met een heel andere aanpak dan in de westerse cultuur,maar heel veel kennis en levenswijsheid was er en kon niet zomaar ongedaan gemaakt worden om er klakkeloos westerse beschaving voor in de plaats te zetten.

En zo stond de missionaris dan daar: dopen was geen levensnoodzaak meer en met het brengen van onderwijs en gezondheidszorg moest je heel omzichtig te werk gaan hetgeen nogal wat voorkennis vereiste die men in elk geval in de opleiding niet geleerd had.
Tegelijkertijd vinden ook de mensen uit de landen waar de missionaris vandaan komt dat alles niet meer via de kerk hoeft te lopen en gaan ze veelal hun eigen gang die niet meer zo vaak eindigt in de zondagse kerkbank of maandelijkse biechtstoel. De terugval van het aantal priesters, de steeds meer groeiende welvaart thuis en het steeds armer worden van de missielanden, de discussie over het celibaat, de scherpe kritiek op Paus en Bisschoppen, plus het nog vele andere draagt ertoe bij dat de missionaris zich vaak eenzaam voelt en zich de vraag stelt: “Und nun kleiner Mann ?”

Opgenoemde feiten zijn allemaal realiteiten voortkomend in de geschiedenis van kerk en wereld. Ze getuigen niet op de eerste plaats van afbraak , maar van oprechtheid.

Het wordt echter uiterst gevaarlijk als ze leiden tot het antwoord aan onze missionarissen, dat we er maar mee moeten stoppen, de missie is volbracht . Je mag nog blijven en probeer het vlot maar drijvend te houden van wat er nu is, of kom ons hier maar helpen bij die taak.
Uiterst gevaarlijk en onjuist, want heel het evangelie schreeuwt om wat anders.

In het evangelie vinden we geen Jezus die elke dag de mis doet en van het ene huwelijk naar de andere begrafenis holt. Jezus wil voor alles laten horen wat de wil van de Vader is.

En de wil van de Vader is dat ze gekend en erkend wordt zoals ze tot ons gezonden is in zijn Zoon Jezus Christus. Het kennen en erkennen van die wil leidt tot volheid van leven, een beter leven, een blij leven dat leidt tot eeuwig leven. In Jezus Christus en de kerk die Hij ons heeft nagelaten vinden we daar de handvaten voor, waarvan de bijbel en de sacramenten de belangrijkste zijn. De taak van de missionaris is het die handvaten zo te verkondigen dat ze ook met de handen aan te vatten zijn binnen een andere cultuur . Een kerk die niets meer te bieden heeft aan een andere cultuur of aan mensen die er niet rechtstreeks of duidelijk bijhoren is een zieke kerk en lijkt op de schriftgeleerden en Farizeeën waar Jezus zo vaak mee in de knoop ligt.Doe wat ze zeggen, zegt Jezus, maar neem hun daden niet als voorbeeld.

Jullie zijn allemaal broeders en zusters, en er is maar één Vader en die is er voor alle mensen.

Hij wil gekend en erkend worden. En jullie hebben maar een meester en dan ben Ik. En ik zeg jullie zwem maar tegen de stroom in, zet de hele zaak maar op z’n kop.Wie zich breed opstelt en alles weet is de kleinste, wie zich zelf de vraag stelt “Und was nun kleiner Mann ?” is de grootste. Wie zich dus afvraagt:’’ Heer, leer ons bidden”, of “Heer, waar zullen wij heen gaan ?” erkend zijn kleinheid en is groot. “Kom maar” zegt Jezus, jullie die moe geworden zijn en gebukt gaan onder onzekerheid ik zal jullie rust en verlichting schenken. Wees niet bang om de wil van mijn Vader kenbaar te maken, ik zal bij jullie zijn in Woord en sacramenten tot het einde der tijden.

We hebben deze mannen en vrouwen dus hard nodig, want zij geven handen en voeten aan Gods roep, wereldwijd. En het gevecht dat we voeren, ook als Sociëteit voor Afrikaanse Missiën vanuit Cadier en Keer om kost wat het kost de missie te laten doorgaan, is geen vechten tegen de windmolens om een bestaande missionaire congregatie tegen alles in in stand te houden. Nee, het is het in stand houden van het missionaire elan van de kerk zoals Jezus dat van ons vraagt omdat het Gods Wil is. Doorgaan met missionarissen opleiden is een mogelijkheid creëren voor degenen die de stem van Hem gehoord hebben en die zeggen:
“Hier ben ik Heer, zend mij !” Zend mij, om alle mensen die het horen willen dat U degene bent die de wereld wil redden, dat U degene ben die leidt tot beter en eeuwig leven.Help mij om te realiseren dat mensen dat ten volle ervaren. Niet door hen te veranderen , maar door hen te vervolmaken.

Door het doopsel ? Ja, als ze ertoe geroepen zijn, maar ook op de vele andere manieren waarop Hij zijn Koninkrijk waargemaakt wil zien. Een missionaris is een dienaar van allen, overal en zolang er kerk is, moeten er missionarissen zijn. Als de kerk geen antwoord meer geeft op de laatste woorden van Jezus “Gaat en onderwijst alle volkeren” is de kerk geen kerk meer, beantwoordt ze niet aan de opdracht van Jezus: de wil van de Vader kenbaar maken aan de hele wereld.

T.S.

Meer weten? Klik hier