Onze Krant. Contactblad van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën.







Vragen of opmerkingen?
Mail ons naar:

webmaster@afrikacentrum.nl

Missionaris in de bajes.
Gesprekken met missionarissen

TOCHTGENOOT VOOR GEBROKEN MENSEN

“De gevangenis is geen hotel. Het is eerder een plek van onheil. Het tekent mensen in hun bestaan. Opgesloten achter muren en deuren, met een minimum aan contacten, zonder privacy en door velen beschouwd als uitschot, worstelen gedetineerden met de vraag; ‘wat is mijn leven nog waard, en wat ben ik als mens nog waard?’ Dat onderschatten mensen van buiten vaak.”

Wetmatige omgeving
Aan het woord is Ryan van Eijk, 41, lekentheoloog en Meester in de Rechten. Sinds 1998 werkt hij als pastor in het Justitie Pastoraat in ’t Rotterdamse. Een poos later werd hij tevens benoemd als pastor voor de Jeugdgevangenis, De Hartelborgt in Spijkenisse.
Begin 1988 trad hij toe als geassocieerd lid van de SMA-Nederland. Door zijn gedegen missionaire opleiding aan de U.T.P. in Heerlen, zijn missionaire ervaringen in Afrika en zijn bijdrages aan de omgang van mensen met de multiculturele samenleving in Nederland vanuit het Afrikacentrum in Cadier en Keer, krijgt zijn pastorale inspanning binnen het Justitiepastoraat toegevoegde waarde.

 

Ryan van Eijk SMA.

Ryan van Eijk

Dat geldt natuurlijk ook voor zijn studies Internationaal- en Mensenrechten aan de Universiteit van Maastricht.
Ryan hierover : “Ook als pastor zit je in een juridische setting. Je bent er toch voor mensen die daar allemaal met recht te maken hebben, aan de ene of andere kant. In de gevangenis heb je, ook als pastor, te maken met een extreme concentratie van problemen. Het is een wereld in het klein waar alle kulturen en alle geloven of ongeloven op elkaar gepakt zitten.”

Missionaire plek
Als er iets duidelijks is in het hedendaagse Jusititie-pastoraat dan is dat wel dat de gevangenis bij uitstek een missionaire plek is.
Ryan beaamt dat van harte : “Als missie gaat over een goede boodschap hebben voor mensen, dan betekent dat dat je naar plekken van onheil moet gaan. Plekken waar mensen gebroken zijn en tegen hun grenzen aanlopen. Grenzen van hun functioneren, van hun mogelijkheden. Dat is extreem in de gevangenis. Mensen belanden daar voor wat ze wel of niet gedaan hebben. Dat is een geweldige ingreep in hun leven, in hun zelfbeschikking en vrijheid. Gedetineerden ervaren dat als een situatie van opgedrongen onheil, soms ook van onrecht.

De boodschap van Jezus van Nazareth is er een van heil, van vrede en gerechtigheid, zowel in relatie naar God toe als naar de medemensen. Ook in de gevangenis kan die boodschap betekenis hebben, als je die practisch handen en voeten geeft. Uiteindelijk beperkt zich dat tot het enige wat je kunt bieden, jezelf.”
Binnen het gevangeniswezen neemt het Justitiepastoraat een geheel eigen plaats in. Justitiepastores, - dominee, pater, imam of humanist – zijn over het algemeen de enige mensen die geen rapportageplicht hebben. Dat betekent dat de gedetineerden bij hen hun hart kunnen luchten zonder dat dit juridische gevolgen voor hen heeft. Pastores in de bajes zijn een bekend verschijnsel. Zij zijn de personen waarbij de gevangenen zich geborgen voelen. Zij doen dan ook gemakkelijk een beroep op hen in geval van nood of wanhoop.

Concrete hulp
Van hun kant weten de pastores dat ze geen sleutel bezitten om voor de mensen de deur open te maken of te sluiten. Zij zijn vooral zorgverleners, die zichzelf met hun menselijkheid aanbieden, naast mensen gaan staan, een eind met hen oplopen, een schouderklop geven of een schouder om op uit te huilen. Kortom zij bieden vertrouwen van mens tot mens en veiligheid.

In samenhang hiermee merkt Ryan op : “Je probeert je mensen, ook al hebben ze iets misdaan, te laten merken dat ze meer zijn dan hun daad. Immers naast hun schaduwkanten zijn ze ook nog altijd mensen met hun goede kanten.
In hun moeilijke situatie probeer je die samen overeind te houden, hen te ondersteunen en te stimuleren. Op die manier kom je samen tot het besef dat zij niet definitief zijn afgeschreven, of afgeschreven worden.

Op die momenten wil je iets laten zien van wie God is en wie Jezus is geweest voor de mensen. Je gaat samen op zoek naar een beetje hoop waar wanhoop is, probeert in de chaos wat orde te vinden. Heel concreet bied je hulp en zorg bij bemiddeling in relaties, thuissituaties van partners en kinderen, betrekkingen met ouders etc. Je probeert hen staande te houden in hun omgang met schuld en onmacht.”

En hij voegt eraan toe : “Wat mij altijd heeft getroffen is dat gedetineerden weinig tijd nodig hebben om tot de kern van hun probleem te komen. Het is wonderbaarlijk dat mensen, die je nog nooit hebt gezien, binnen een kwartier hun hele hebben en houden op tafel leggen. De meest vreselijke maar ook mooie dingen. ‘Dit is mijn leven, dit zijn de scherven die ik gemaakt heb en de lidtekens die ik in mijn leven heb opgelopen.’
Het weer op orde brengen van dit alles vergt natuurlijk langere tijd, en die is er helaas vaak niet.”

Verslaafden
Waar het gebrek aan tijd heel uitdrukkelijk meespeelt, is bij de grote groep langdurig verslaafde drugsgebruikers, die vaak met Justitie in aanraking zijn geweest. Die hebben het vreselijk moeilijk, zowel in als buiten de gevangenis. Buiten de bajes hebben ze door hun verslaving heel veel verloren in hun leven, zoals hun relaties en hun huis. Sociaal staan ze meestal volkomen geïsoleerd. Omdat ze vaak overtredingen begaan om te voorzien in hun dure verslaving, worden ze door de maatschappij als paria’s beschouwd. Daarbij komt dan ook nog dat hun verslaving hen fysiek ernstig heeft verzwakt.

In de gevangenis zitten ze nog steeds met hun verslaving. Gedwongen afkicken is niet niks. Soms valt er ook niets meer te lijmen.

“En toch”, zegt Ryan, “moet je blijven geloven dat het soms wel lukt. Een van de mooie dingen waar je tegenaan loopt in de gevangenis is dat menselijkheid te maken heeft met grote mogelijkheden, met schoonheid. Wanneer mensen boven zichzelf uitgroeien. Dat maakt het leven de moeite waard. Als je niet teleurgesteld wil worden, moet je niet beginnen aan het leven. Dat geldt toch voor ons allemaal, denk ik.”

Jeugdgevangenis
In de jeugdgevangenis voor 12 tot 23-jarigen spelen heel andere problemen. Ryan hierover; “Door de bank genomen zijn het allemaal pubers. Pubers met vragen die bij pubers horen, zoals ‘Wie ben ik ? Waar liggen mijn grenzen ? Hoe kan ik in de toekomst van hieruit verder? Wat kan en wat niet ? Hoe kan ik mijn leven inrichten, en kan ik dingen herstellen ? Hoe verder met mijn sexualiteit?”

Binnen die inrichting heb je ook een speciale groep van jeugdigen die een psychiatrisch probleem hebben. Jongeren die vanuit angst in hun paranoïde of psychotische situatie mensen iets aandoen. En anderen die anti-sociaal gedrag vertonen, en van daaruit regelmatig verzeild raken in vechtpartijen die uit de hand lopen. Natuurlijk is er voor hen deskundige behandeling, medische begeleiding en verpleging in een psychiatrische setting. Het is iets heel anders dan het leven in de reguliere gevangenis.

De bajes is qua inwonenden een afspiegeling van de maatschappij eromheen. Het is sterk multicultureel omdat veel gedetineerden oorspronkelijk afkomstig zijn uit Afrika, Azië en Latijns Amerika. Net als in grote steden kom je er eigenlijk de hele wereld tegen. Toch zijn er grote verschillen.

Ryan legt dat nader uit : “Als je beseft dat een gevangenis een onnatuurlijke situatie is, waar mensen niet enkel als individu maar ook tot elkaar veroordeeld zijn op een relatief kleine ruimte, kun je de spanningen die daar spelen begrijpen. Mensen moeten het met elkaar zien te rooien. Bij gebrek aan een alternatief, moet je proberen om de situatie leefbaar te houden. De vraag waar alles om draait is dan ook : ‘Hoe verhoud ik mezelf tot mijn mede-gevangenen, hoe tot mijn bewaarder ? Hoe los ik spanningen op zonder fysiek geweld te gebruiken ? Als zorgverlenend pastor kun je op dat punt ook een helpende hand bieden via een bemiddelend gesprek.”

Vrijwilligers
De Justitiepastores bieden hun zorgverlening aan binnen de bajes. Gedetineerden echter hebben relaties buiten, vrouw, kinderen en ouders. Als het goed is komen die op bezoek. Mochten er problemen ontstaan op het relationele vlak en kan de gedetineerde dat niet oplossen tijdens het korte bezoekuur, dan kan de pastor helpen bij het opstellen van een stappenplan.

Gedetineerden zitten niet voor altijd achter de muren. Op een gegeven moment komen ze weer vrij. Dan hebben ze misschien nazorg nodig. Dat gebeurt met name vanuit het kerkelijk circuit.
Deze nazorg komt uit de plaatselijke diaconie- en caritasgroepen. Zij zorgen voor kleding, geld voor telefonisch contact met familie overzee, porto voor brieven, bezoeken voor hen die helemaal niemand hebben, die naar hen omkijkt, en aanwezigheid van vrijwilligers bij kerkdiensten in de gevangenis. Als gevangenen tijdens hun detentie hun woning kwijtraken, bieden vrijwilligers uit de kerken begeleid kamer wonen aan, of begeleiden gedetineerden als ‘buddy’ bij hun terugkeer in de samenleving. “Vrijwilligers geven gedetineerden het besef dat ook zij behoren tot een grotere geloofsgemeenschap, “ zegt Ryan. “ Ze maken duidelijk dat de gedetineerde niet alleen op de wereld is. Dat hij bestaat. Dat hij iemand is, waarvoor de vrijwilligers zorg willen tonen”.

Geloof en leven
In de religieuze samenhang hoor je vaak de boude bewering dat mensen uit andere culturen dan de Nederlandse veel godsdienstiger zijn. Dat zou je dan ook in de gevangenis verwachten, maar is dat wel zo?

“Waar mensen ook vandaan komen,” stelt Ryan, “als ze tegen hun grenzen lopen, stellen ze allemaal religieuze vragen; noem het levensvragen. Misschien zijn ze niets kerks en beschikken ze niet over vertrouwde taal om hun geloof te verwoorden. Dat wil echter helemaal niet zeggen dat ze niet op zoek zouden zijn naar de zin in hun leven, c.q. een geloofsfundament. Ik denk wel eens, God heeft geen concurrentie gekregen. Er wordt nog heel veel geloofd, gedacht, gebeden en gesproken met God.

Wat wel concurrentie heeft gekregen is ons afgebakend geloof en de kerk. En zelfs de persoon Jezus heeft concurrentie. Maar de overtuiging is er bij de meeste mensen wel degelijk dat er ‘iemand of iets is’ wat groter is, wat zin kan geven aan het menselijk bestaan en wat daarop betrokken is. Ik denk dat er niet minder geloofd wordt, wel dat er anders over gepraat wordt. Wat mij motiveert is het verhaal van mensen over de spanning van in het leven staan, zelfs in het beperkte leven van de gevangenis. De God van Jezus is geen God die zich beperkt tot een relatie met de individuele mens. Hij laat zich kennen in het leven met, naast en voor mensen. Bij mensen heeft dat zo zijn ups en downs. Zo heeft ieder mens zijn heilige momenten.”

Martin Peters