September 2003

Adres:
SMA Missiehuis,
Rijksweg 15,
6267 AC Cadier en Keer

Tel: 043-407 73 73
Fax: 043-407 73 74
E-mail:

missieh@sma-nederland.nl

GESPREKKEN MET MISSIONARISSEN:

Frans Thoolen SMA
MISSIONARIS IN HET VATICAAN
VOOR VLUCHTELING EN MIGRANT

Het meest hardnekkige probleem, en tevens het meest tragische van onze 21e eeuw, is het vluchtelingen en migranten probleem. Er is bijna geen land ter wereld dat er niet mee te maken krijgt. Oorlog, onderdrukking en armoede zijn de grootste gangmakers van het harde feit dat mensen op drift raken en op zoek gaan naar een menswaardig bestaan. Niemand die enig gevoel van medemenselijkheid in zijn hart draagt kan onverschillig aan deze problematiek voorbijgaan. Confrontatie met de noodsituatie, waarin ongeveer honderd miljoen mensen zijn terechtgekomen, doet menigeen duizelen van wanhoop. Daarbij komt dan nog eens de gedachte dat wat zovelen is overkomen, onszelf ook zou kunnen overkomen.

Het is de eenling niet gegeven om zo’n gigantisch probleem op te lossen. Goddank zijn er nationale en internationale instellingen uit de Politiek Kerk en Samenleving, die wel uitgerust zijn en in staat om efficiënt de eerste noden van vluchtelingen ter plaatse te lenigen. Deze instellingen zijn ook de geschikte kanalen die, gesteund door nationale en internationale politieke wil, terdege het veel langzamer proces van rehabilitatie, integratie of reïntegratie kunnen aanzwengelen en begeleiden.De Verenigde Naties is daar een duidelijk voorbeeld van in politiek verband.

Maar ook gelovige gemeenschappen, die vanuit het evangelie hun verantwoordelijkheid willen nemen ten aanzien van het Vluchtelingenprobleem, verwachten initiatieven tot actie en coördinatie van hulpverlening op dit vlak van de hoogste leidinggevenden in hun Kerken. Die zijn immers vaak nationaal en internationaal goed georganiseerd en kunnen via hun eigen structuren ter plekke concrete bijdrages leveren aan de hulpverlening voor mensen die ongewild moeten vluchten. Immers wie saamhorigheid en zorg voor de noodlijdenden hoog in het vaandel voeren kunnen niet blijven steken in goedwillende conferenties. Voor hen betekent dat maar één ding: de hand aan de ploeg.

Antecedenten
Deze praktische kordaatheid voelde ik ook in mijn gesprek met pater Frans Thoolen sma, die vanaf februari 2001 de verantwoordelijke is voor de sectie Vluchtelingen bij de Raad voor Migratie en Rondtrekkenden in Vaticaanstad, Rome.

In geen enkele bestuursstructuur wordt iemand plompverloren als verantwoordelijke aangesteld. Daar gaat heel wat aan vooraf. Antecedenten spelen daarbij een belangrijke rol. Hij werd in 1950 geboren in St. Joost, Zuid Limburg. Na zijn middelbare schoolopleiding werkte hij vier jaar bij Justitie aan de Arrondissement Rechtbank in Roermond. De wrede oorlog in Biafra, Nigeria, versterkte zijn jeugdverlangen om missionaris te worden. Hij ging naar de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat (HTP) in Heerlen waar hij in 1979 afstudeerde.Twee keer maakte ziekte een einde aan zijn missionaire stages in Ghana, West Afrika. Daarna werd hij benoemd als lekenpastor voor Ghanezen zonder verblijfspapieren in Amsterdam. Hij was steun en toeverlaat voor hen gedurende 5½ jaar. Ondertussen werd hij in 1983 priester gewijd.


Bij de Pygmeën in Kongo,
op achtergrond - de Parochie Kerk

Toen werd hij aangezocht om een lobby op te zetten voor vluchtelingen bij de Europese Unie in Brussel. Dit verzoek aan Frans kwam van het Provinciale Bestuur SMA-Nederland, en een aantal andere ordes en congregaties.

Om zich daarop voor te bereiden deed Frans een cursus Vreemdeling- en Internationaal Recht en Onderhandelingstechnieken aan de Universiteit van Harvard, USA. Ook studeerde hij een speciaal samengesteld pakket vakken aan de Universiteit van Maastricht van 1988 tot 1992. Tot 1995 was hij Bestuurslid van de SMA, Nederland. In de loop van dat jaar maakte hij deel uit van de vredesmissie tussen het ANC en de IFP in Kwazulu Natal in Zuid Afrika.

Hogere Regionen
Het jaar daarop werd hij door de Gezamenlijke Religieuzen, Nederland aangetrokken voor de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede. Deze Commissie fungeert als het adviesbureau voor zaken betreffende Rechtvaardigheid en Vrede naar de Generale Besturen van de aangesloten ordes en congregaties. Tot 2001 wijdde Frans zich enthousiast aan deze opdracht en bracht hun opvattingen en adviezen onder de aandacht van de Europese Unie.

Vanuit deze functie werd hij in 2001 aangezocht als verantwoordelijke voor de sectie Vluchtelingen van de Raad voor Migratie en Rondtrekkenden in Vaticaanstad.

Aan elke nieuwe baan moet men wennen, Frans ook.

“Ik was gewend in mijn werk bij de Europese Unie voor de Religieuzen aan vriendschappelijk onderling overleg, voordat je zaken voor het voetlicht bracht. Je wist wat je aan elkaar had, ging dan ook buiten officiële vergaderingen en studiedagen met elkaar om en wisselde gedachten en suggesties uit. In het Vaticaan gaat dat toch wat formeler. Je gaat collegiaal met elkaar om, maar je werkterrein is strikt afgebakend. Je hebt wel een heel grote vrijheid. Aanvankelijk had ik verwacht dat ik op mijn tenen moest lopen. Mijn ideeën worden inhoudelijk overgenomen en niet afgezwakt, als het in diplomatieke taal wordt gegoten. Als ik de eindversie dan bekijk, moet ik toegeven dat het zo eigenlijk beter is, gezien de doelgroepen die het onder ogen krijgen.”

Als verantwoordelijke in zijn Departement (Congregatie) heeft Frans als eerste opdracht nauwe contacten te leggen met de bisschoppen van de plaatselijke kerken en de Pauselijke vertegenwoordigers (nuntii) in de gebieden waar Vluchtelingenproblemen aan de orde zijn. Ook moet hij de H. Stoel (het Vaticaan) vertegenwoordigen bij de Verenigde Naties (VN) in Genève als er zaken gedaan worden over Vluchtelingenproblematiek. Tenslotte teksten ontwerpen over dit onderwerp voor toespraken van de Paus.

Actiegericht
“In mijn contacten met de plaatselijke bisschoppen heeft bewustwording van de plaatselijke kerkgemeenschappen om zich actief in te zetten bij het oplossen van het Vluchtelingenprobleem eerste prioriteit,” zegt Frans.

“Door een stroom van informatie over wat er speelt op het vlak van Vluchtelingen in hun land, politieke ontwikkelingen en de sociale leer van de Kerk probeer ik hen aan te moedigen en uit te dagen zich ervoor in te spannen. Als ik de kampen van de vluchtelingen bezoek neem ik hen mee om zelf te ervaren hoe het er toegaat. Wij gaan in gesprek met de vluchtelingen zelf en luisteren naar hun verhalen. De harde werkelijkheid is de waarheid, en dat houdt mij scherp in mijn werk. Ik ben nooit in het Vaticaan gaan werken om er carrière te maken, ik ben missionaris in het Vaticaan voor de Vluchtelingen. Ik ben daar gekomen voor mensen, die hoe dan ook, hun eigen land hebben moeten verlaten en in een noodsituatie terecht zijn gekomen. Kampen in de Derde Wereld bieden geen oplossing.

Je kunt de politieke wil van de rijke wereld aflezen van de krimpende dagelijkse voedselrantsoenen voor mensen die al 11 jaar of langer in een vluchtelingenkamp moeten leven in Afrika. Als er veel politieke belangstelling is, zoals in Afghanistan en Irak, zijn de rantsoenen 2400 calorieën per dag. Ik heb kampen in Afrika bezocht waar het in de loop van de jaren tot 1200 calorieën per dag gezakt is. Hoe kan dat ? Geen belangstelling. Reden genoeg om het bij de VN in Genève te berde te brengen.”
Tijdens vergadering VN

Afrika is arm
Wie Afrika een beetje kent, weet dat het gros van de eigen bevolking al in een overlevingseconomie moet leven. Men kan redelijkerwijs dan ook niet verwachten dat zij uit eigen middelen gestage hulp kunnen bieden aan de stromen vluchtelingen als gevolg van politieke conflicten. Daar kan alleen de internationale gemeenschap van landen haar verantwoordelijkheid voor nemen. Maar als financiering voor hulpgoederen van buiten afneemt, wordt de situatie van vluchtelingen veel ernstiger.

Zonder bijdragen van aangesloten landen kunnen de organisaties van de VN en de NGO’s hun werk niet meer doen. Dan is het simpelweg over en sluiten. Ook de Kerken in onze wereld hebben niet genoeg financiële armslag om vluchtelingenprojecten te bekostigen. Wat ze wel kunnen en doen is b.v. een school voor de jeugd oprichten zodat zij onderwijs kunnen krijgen en niet helemaal buiten de boot vallen in de toekomst. Ook gemeenschapsvorming en volwasseneneducatie zijn mogelijkheden voor plaatselijke inbreng.

Bemiddeling
In dit verband stelt Frans: “Mijn werk is vooral schrijfwerk, analyses maken en met suggesties komen die dreigende situaties, met vluchtelingen tot gevolg, kunnen voorkomen. Bemiddeling is nog een ondergeschoven kindje tot nu toe. Men wacht tot de bom barst en komt dan pas in beweging met noodhulp.

Pogingen tot verzoening en herstel tussen de strijdende partijen mankeren vaak. Daar moet je al veel eerder mee beginnen.

Enerzijds de bevolking betrekken bij het oplossen van problemen, voordat ze een ramp laten gebeuren. Daarbij moet je een gerespecteerd middenkader uit politiek en kerk zoeken van beide partijen, die samen op zoek gaan naar een aanvaardbare oplossing. Anderzijds moet je de politieke leiding en kerkelijke voormannen overhalen die pogingen van het volk en de onderhandelaars te steunen.

Dat laatste kun je aanzwengelen in vergaderingen van internationale fora, zoals de VN, waar je ambassadeurs en hoge vertegenwoordigers van die landen kunt benaderen. Bisschoppen kun je persoonlijk of gezamenlijk overhalen om zich in te zetten bij hun vijfjaarlijks bezoek aan de Paus en de Departementen in het Vaticaan.”

Dat deze methode best wel vruchten afwerpt is bewezen in Zuid Afrika. Daar heeft de Verzoeningscommissie, onder leiding van de Anglicaanse aartsbisschop Tutu, aangetoond dat de bevolking vrede en verzoening verkiest boven wraak en geweld. Het moge dan zijn dat landen in Afrika soms diep verdeeld zijn door stamverbanden, maar er is ook genoeg wijsheid onder haar bevolkingsgroepen om conflicten bij te leggen. Helaas sorteren grote en goedbedoelde Conferenties weinig effect, juist omdat de bevolking er niet bij betrokken wordt. Als echter gerespecteerde mensen uit eigen kring de bevolking aan de basis aanspreken, dan wordt er geluisterd en nagedacht, gesproken en onderhandeld.

“Daar richt ik me ook op in mijn werk,“ zegt Frans. “Om een bruikbaar rapport op te kunnen stellen moet je de echte situaties, waarin mensen verkeren, meemaken. Het land doorreizen, mensen aan de basis spreken vooral. Organisaties, kerkleiders en ambassadeurs ontmoeten en hun ideeën peilen. Daarbij put je ook nog uit de up-to-date rapporten en informaties die dagelijks op je bureau belanden. Aan de hand van al die impressies kun je pas geloofwaardige aanbevelingen doen. Die gaan dan naar de plaatsen en personen die het aanbelangt.”

Verwerking
Hoe verwerkt iemand die zoveel plaatsen van conflict bezoekt al die ellende, vraagt men zich verbaasd af?


Met Aartsbisschop Hamao, president van de
Pauselijke Raad, op werkbezoek in Macedonië

Frans heeft op zijn reisbezoeken in Angola, Congo, Kenya, Macedonië en Kosovo veel gezien, gehoord en meegemaakt.

“In Angola trof ik een half miljoen mensen aan die aan het verhongeren waren. Dat is zo vreselijk, en je kunt niets doen op zo’n moment. Voor een lange periode werd ik ’s nachts zes tot zeven keer wakker, badend in mijn zweet. Dat kwam terug na mijn bezoek aan een kamp in Kenya waar vluchtelingen al meer dan tien jaar verblijven, en Congo waar eindeloos veel mensen hun leven hebben verloren.

Ik probeer er mee te leven omdat het mij motiveert er alles aan te doen om hun lot te verbeteren. Ik ben een paar keer beschoten en beroofd op reis. Ook dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten.

Maar ik put veel kracht en inspiratie uit de Iconen in mijn kantoor, die onderdeel vormen van wat ik noem mijn gebedsmuur. In feite is een icoon het gelaat van God, de Ander. God die ongezien aanwezig is en lijdt. Het roept de vraag op hoe je omgaat met die heel dramatische werkelijkheid van de andere mens, vluchteling, ongezien en lijdend. Naast die ikonen hangen foto’s van vluchtelingen, symbolen van vrede uit allerlei landen en religies en een kaars, die ik iedere dag aansteek. Ook als ik soms in een soort shocktoestand terugkeer van mijn reisbezoeken en in frustratie te keer ga, ontleen ik toch weer een mate van bemoediging aan die gebedsmuur. Dan kan ik me weer vinden in mijn beleidsfunctie die uiteindelijk gericht is op heling van de mensen in de verdrukking, zoals het Evangelie dat schetst.”

Wensen
Begeesterde mensen koesteren ook vaak een droom die in een ver verschiet ligt en een inspiratie kan zijn voor anderen om eraan te werken. Maarten Luther King was zo’n mens.
Ik kan het niet laten om Frans die vraag voor te leggen.
“Officieel staat er wereldwijd een groep van 60 miljoen mensen als vluchteling te boek.” zegt Frans. “Voor hen is een heel juridisch apparaat opgezet en zijn hulporganisaties gesticht (UNCHR b.v.).

Maar er is ook nog een groep van tientallen miljoenen mensen die in eigen land op de vlucht zijn voor catastrofes, grote projecten (stuwdammen en dergelijke), de zogeheten ontheemden die in feite een ‘vergeten groep’ vormen. Zij verdienen meer aandacht en hulp.

Datzelfde geldt voor de slachtoffers van mensenhandel wereldwijd en mensensmokkel; ook een ‘vergeten groep’. Daarvoor droom ik van een extra staflid voor mijn afdeling.

Een van mijn grote wensen is dat er een Pauselijke encycliek over migratie zal worden geschreven om uiteen te zetten wat het denken van de Kerk is over dit steeds groter wordende probleem. Immers als dit probleem op een hoger plan (encycliek) aanhangig gemaakt wordt bij de plaatselijke bisschoppen, kunnen ze er niet meer omheen. Ik ben hoopvol bezig een document rond vluchtelingen en migratie op te stellen als een eerste aanzet daartoe.

Maar hoe je het ook wendt of keert er zal overal in de wereld een politieke wil moeten komen om de vluchtelingen te helpen. Het geld is er wel, maar als de politiek niet meewerkt, dan houdt het op.

Zolang het zinnig werk is en er zaken gedaan kunnen worden ten bate van de vluchtelingen in onze wereld, zal ik mij er wel voor inzetten.

Martin Peters