GESPREKKEN
MET MISSIONARISSEN:
 |
Frans
Thoolen SMA
MISSIONARIS IN HET VATICAAN
VOOR VLUCHTELING EN MIGRANT
|
Het meest hardnekkige
probleem, en tevens het meest tragische van onze 21e eeuw, is het
vluchtelingen en migranten probleem. Er is bijna geen land ter wereld
dat er niet mee te maken krijgt. Oorlog, onderdrukking en armoede
zijn de grootste gangmakers van het harde feit dat mensen op drift
raken en op zoek gaan naar een menswaardig bestaan. Niemand die enig
gevoel van medemenselijkheid in zijn hart draagt kan onverschillig
aan deze problematiek voorbijgaan. Confrontatie met de noodsituatie,
waarin ongeveer honderd miljoen mensen zijn terechtgekomen, doet menigeen
duizelen van wanhoop. Daarbij komt dan nog eens de gedachte dat wat
zovelen is overkomen, onszelf ook zou kunnen overkomen.
Het is de eenling
niet gegeven om zo’n gigantisch probleem op te lossen. Goddank
zijn er nationale en internationale instellingen uit de Politiek Kerk
en Samenleving, die wel uitgerust zijn en in staat om efficiënt
de eerste noden van vluchtelingen ter plaatse te lenigen. Deze instellingen
zijn ook de geschikte kanalen die, gesteund door nationale en internationale
politieke wil, terdege het veel langzamer proces van rehabilitatie,
integratie of reïntegratie kunnen aanzwengelen en begeleiden.De
Verenigde Naties is daar een duidelijk voorbeeld van in politiek verband.
Maar ook gelovige
gemeenschappen, die vanuit het evangelie hun verantwoordelijkheid
willen nemen ten aanzien van het Vluchtelingenprobleem, verwachten
initiatieven tot actie en coördinatie van hulpverlening op dit
vlak van de hoogste leidinggevenden in hun Kerken. Die zijn immers
vaak nationaal en internationaal goed georganiseerd en kunnen via
hun eigen structuren ter plekke concrete bijdrages leveren aan de
hulpverlening voor mensen die ongewild moeten vluchten. Immers wie
saamhorigheid en zorg voor de noodlijdenden hoog in het vaandel voeren
kunnen niet blijven steken in goedwillende conferenties. Voor hen
betekent dat maar één ding: de hand aan de ploeg.
Antecedenten
Deze praktische kordaatheid voelde ik ook in mijn gesprek met pater
Frans Thoolen sma, die vanaf februari 2001 de verantwoordelijke is
voor de sectie Vluchtelingen bij de Raad voor Migratie en Rondtrekkenden
in Vaticaanstad, Rome.
In geen enkele
bestuursstructuur wordt iemand plompverloren als verantwoordelijke
aangesteld. Daar gaat heel wat aan vooraf. Antecedenten spelen daarbij
een belangrijke rol. Hij werd in 1950 geboren in St. Joost, Zuid Limburg.
Na zijn middelbare schoolopleiding werkte hij vier jaar bij Justitie
aan de Arrondissement Rechtbank in Roermond. De wrede oorlog in Biafra,
Nigeria, versterkte zijn jeugdverlangen om missionaris te worden.
Hij ging naar de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat (HTP) in Heerlen
waar hij in 1979 afstudeerde.Twee keer maakte ziekte een einde aan
zijn missionaire stages in Ghana, West Afrika. Daarna werd hij benoemd
als lekenpastor voor Ghanezen zonder verblijfspapieren in Amsterdam.
Hij was steun en toeverlaat voor hen gedurende 5½ jaar. Ondertussen
werd hij in 1983 priester gewijd.

Bij de Pygmeën in Kongo,
op achtergrond - de Parochie Kerk
Toen werd hij
aangezocht om een lobby op te zetten voor vluchtelingen bij de Europese
Unie in Brussel. Dit verzoek aan Frans kwam van het Provinciale Bestuur
SMA-Nederland, en een aantal andere ordes en congregaties.
Om zich daarop
voor te bereiden deed Frans een cursus Vreemdeling- en Internationaal
Recht en Onderhandelingstechnieken aan de Universiteit van Harvard,
USA. Ook studeerde hij een speciaal samengesteld pakket vakken aan
de Universiteit van Maastricht van 1988 tot 1992. Tot 1995 was hij
Bestuurslid van de SMA, Nederland. In de loop van dat jaar maakte
hij deel uit van de vredesmissie tussen het ANC en de IFP in Kwazulu
Natal in Zuid Afrika.
Hogere
Regionen
Het jaar
daarop werd hij door de Gezamenlijke Religieuzen, Nederland aangetrokken
voor de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede. Deze Commissie fungeert
als het adviesbureau voor zaken betreffende Rechtvaardigheid en Vrede
naar de Generale Besturen van de aangesloten ordes en congregaties.
Tot 2001 wijdde Frans zich enthousiast aan deze opdracht en bracht
hun opvattingen en adviezen onder de aandacht van de Europese Unie.
Vanuit deze functie
werd hij in 2001 aangezocht als verantwoordelijke voor de sectie Vluchtelingen
van de Raad voor Migratie en Rondtrekkenden in Vaticaanstad.
Aan elke nieuwe
baan moet men wennen, Frans ook.
“Ik was
gewend in mijn werk bij de Europese Unie voor de Religieuzen aan vriendschappelijk
onderling overleg, voordat je zaken voor het voetlicht bracht. Je
wist wat je aan elkaar had, ging dan ook buiten officiële vergaderingen
en studiedagen met elkaar om en wisselde gedachten en suggesties uit.
In het Vaticaan gaat dat toch wat formeler. Je gaat collegiaal met
elkaar om, maar je werkterrein is strikt afgebakend. Je hebt wel een
heel grote vrijheid. Aanvankelijk had ik verwacht dat ik op mijn tenen
moest lopen. Mijn ideeën worden inhoudelijk overgenomen en niet
afgezwakt, als het in diplomatieke taal wordt gegoten. Als ik de eindversie
dan bekijk, moet ik toegeven dat het zo eigenlijk beter is, gezien
de doelgroepen die het onder ogen krijgen.”
Als verantwoordelijke
in zijn Departement (Congregatie) heeft Frans als eerste opdracht
nauwe contacten te leggen met de bisschoppen van de plaatselijke kerken
en de Pauselijke vertegenwoordigers (nuntii) in de gebieden waar Vluchtelingenproblemen
aan de orde zijn. Ook moet hij de H. Stoel (het Vaticaan) vertegenwoordigen
bij de Verenigde Naties (VN) in Genève als er zaken gedaan
worden over Vluchtelingenproblematiek. Tenslotte teksten ontwerpen
over dit onderwerp voor toespraken van de Paus.
Actiegericht
“In
mijn contacten met de plaatselijke bisschoppen heeft bewustwording
van de plaatselijke kerkgemeenschappen om zich actief in te zetten
bij het oplossen van het Vluchtelingenprobleem eerste prioriteit,”
zegt Frans.
“Door
een stroom van informatie over wat er speelt op het vlak van Vluchtelingen
in hun land, politieke ontwikkelingen en de sociale leer van de Kerk
probeer ik hen aan te moedigen en uit te dagen zich ervoor in te spannen.
Als ik de kampen van de vluchtelingen bezoek neem ik hen mee om zelf
te ervaren hoe het er toegaat. Wij gaan in gesprek met de vluchtelingen
zelf en luisteren naar hun verhalen. De harde werkelijkheid is de
waarheid, en dat houdt mij scherp in mijn werk. Ik ben nooit in het
Vaticaan gaan werken om er carrière te maken, ik ben missionaris
in het Vaticaan voor de Vluchtelingen. Ik ben daar gekomen voor mensen,
die hoe dan ook, hun eigen land hebben moeten verlaten en in een noodsituatie
terecht zijn gekomen. Kampen in de Derde Wereld bieden geen oplossing.
| Je kunt
de politieke wil van de rijke wereld aflezen van de krimpende
dagelijkse voedselrantsoenen voor mensen die al 11 jaar of langer
in een vluchtelingenkamp moeten leven in Afrika. Als er veel politieke
belangstelling is, zoals in Afghanistan en Irak, zijn de rantsoenen
2400 calorieën per dag. Ik heb kampen in Afrika bezocht waar
het in de loop van de jaren tot 1200 calorieën per dag gezakt
is. Hoe kan dat ? Geen belangstelling. Reden genoeg om het bij
de VN in Genève te berde te brengen.” |
Tijdens
vergadering VN |
Afrika
is arm
Wie Afrika een beetje kent, weet dat het gros van de eigen bevolking
al in een overlevingseconomie moet leven. Men kan redelijkerwijs dan
ook niet verwachten dat zij uit eigen middelen gestage hulp kunnen
bieden aan de stromen vluchtelingen als gevolg van politieke conflicten.
Daar kan alleen de internationale gemeenschap van landen haar verantwoordelijkheid
voor nemen. Maar als financiering voor hulpgoederen van buiten afneemt,
wordt de situatie van vluchtelingen veel ernstiger.

Zonder
bijdragen van aangesloten landen kunnen de organisaties van de VN
en de NGO’s hun werk niet meer doen. Dan is het simpelweg over
en sluiten. Ook de Kerken in onze wereld hebben niet genoeg financiële
armslag om vluchtelingenprojecten te bekostigen. Wat ze wel kunnen
en doen is b.v. een school voor de jeugd oprichten zodat zij onderwijs
kunnen krijgen en niet helemaal buiten de boot vallen in de toekomst.
Ook gemeenschapsvorming en volwasseneneducatie zijn mogelijkheden
voor plaatselijke inbreng.
Bemiddeling
In dit verband stelt Frans: “Mijn werk is vooral schrijfwerk,
analyses maken en met suggesties komen die dreigende situaties, met
vluchtelingen tot gevolg, kunnen voorkomen. Bemiddeling is nog een
ondergeschoven kindje tot nu toe. Men wacht tot de bom barst en komt
dan pas in beweging met noodhulp.
Pogingen tot verzoening en herstel tussen de strijdende partijen mankeren
vaak. Daar moet je al veel eerder mee beginnen.
Enerzijds
de bevolking betrekken bij het oplossen van problemen, voordat ze
een ramp laten gebeuren. Daarbij moet je een gerespecteerd middenkader
uit politiek en kerk zoeken van beide partijen, die samen op zoek
gaan naar een aanvaardbare oplossing. Anderzijds moet je de politieke
leiding en kerkelijke voormannen overhalen die pogingen van het volk
en de onderhandelaars te steunen.
Dat laatste kun je aanzwengelen in vergaderingen van internationale
fora, zoals de VN, waar je ambassadeurs en hoge vertegenwoordigers
van die landen kunt benaderen. Bisschoppen kun je persoonlijk of gezamenlijk
overhalen om zich in te zetten bij hun vijfjaarlijks bezoek aan de
Paus en de Departementen in het Vaticaan.”
Dat deze methode best wel vruchten afwerpt is bewezen in Zuid Afrika.
Daar heeft de Verzoeningscommissie, onder leiding van de Anglicaanse
aartsbisschop Tutu, aangetoond dat de bevolking vrede en verzoening
verkiest boven wraak en geweld. Het moge dan zijn dat landen in Afrika
soms diep verdeeld zijn door stamverbanden, maar er is ook genoeg
wijsheid onder haar bevolkingsgroepen om conflicten bij te leggen.
Helaas sorteren grote en goedbedoelde Conferenties weinig effect,
juist omdat de bevolking er niet bij betrokken wordt. Als echter gerespecteerde
mensen uit eigen kring de bevolking aan de basis aanspreken, dan wordt
er geluisterd en nagedacht, gesproken en onderhandeld.
“Daar
richt ik me ook op in mijn werk,“ zegt Frans. “Om een
bruikbaar rapport op te kunnen stellen moet je de echte situaties,
waarin mensen verkeren, meemaken. Het land doorreizen, mensen aan
de basis spreken vooral. Organisaties, kerkleiders en ambassadeurs
ontmoeten en hun ideeën peilen. Daarbij put je ook nog uit de
up-to-date rapporten en informaties die dagelijks op je bureau belanden.
Aan de hand van al die impressies kun je pas geloofwaardige aanbevelingen
doen. Die gaan dan naar de plaatsen en personen die het aanbelangt.”
Verwerking
Hoe verwerkt iemand die zoveel plaatsen van conflict bezoekt
al die ellende, vraagt men zich verbaasd af?

Met Aartsbisschop Hamao, president
van de
Pauselijke Raad, op werkbezoek in Macedonië
Frans heeft op
zijn reisbezoeken in Angola, Congo, Kenya, Macedonië en Kosovo
veel gezien, gehoord en meegemaakt.
“In Angola
trof ik een half miljoen mensen aan die aan het verhongeren waren.
Dat is zo vreselijk, en je kunt niets doen op zo’n moment. Voor
een lange periode werd ik ’s nachts zes tot zeven keer wakker,
badend in mijn zweet. Dat kwam terug na mijn bezoek aan een kamp in
Kenya waar vluchtelingen al meer dan tien jaar verblijven, en Congo
waar eindeloos veel mensen hun leven hebben verloren.
Ik probeer er
mee te leven omdat het mij motiveert er alles aan te doen om hun lot
te verbeteren. Ik ben een paar keer beschoten en beroofd op reis.
Ook dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten.
Maar ik put veel
kracht en inspiratie uit de Iconen in mijn kantoor, die onderdeel
vormen van wat ik noem mijn gebedsmuur. In feite is een icoon het
gelaat van God, de Ander. God die ongezien aanwezig is en lijdt. Het
roept de vraag op hoe je omgaat met die heel dramatische werkelijkheid
van de andere mens, vluchteling, ongezien en lijdend. Naast die ikonen
hangen foto’s van vluchtelingen, symbolen van vrede uit allerlei
landen en religies en een kaars, die ik iedere dag aansteek. Ook als
ik soms in een soort shocktoestand terugkeer van mijn reisbezoeken
en in frustratie te keer ga, ontleen ik toch weer een mate van bemoediging
aan die gebedsmuur. Dan kan ik me weer vinden in mijn beleidsfunctie
die uiteindelijk gericht is op heling van de mensen in de verdrukking,
zoals het Evangelie dat schetst.”
Wensen
Begeesterde mensen koesteren ook vaak een droom die in een ver verschiet
ligt en een inspiratie kan zijn voor anderen om eraan te werken. Maarten
Luther King was zo’n mens.
Ik kan het niet laten om Frans die vraag voor te leggen.
“Officieel staat er wereldwijd een groep van 60 miljoen mensen
als vluchteling te boek.” zegt Frans. “Voor hen is een
heel juridisch apparaat opgezet en zijn hulporganisaties gesticht
(UNCHR b.v.).
| Maar er
is ook nog een groep van tientallen miljoenen mensen die in eigen
land op de vlucht zijn voor catastrofes, grote projecten (stuwdammen
en dergelijke), de zogeheten ontheemden die in feite een ‘vergeten
groep’ vormen. Zij verdienen meer aandacht en hulp. |
 |
Datzelfde geldt
voor de slachtoffers van mensenhandel wereldwijd en mensensmokkel;
ook een ‘vergeten groep’. Daarvoor droom ik van een extra
staflid voor mijn afdeling.
Een van mijn
grote wensen is dat er een Pauselijke encycliek over migratie zal
worden geschreven om uiteen te zetten wat het denken van de Kerk is
over dit steeds groter wordende probleem. Immers als dit probleem
op een hoger plan (encycliek) aanhangig gemaakt wordt bij de plaatselijke
bisschoppen, kunnen ze er niet meer omheen. Ik ben hoopvol bezig een
document rond vluchtelingen en migratie op te stellen als een eerste
aanzet daartoe.
Maar hoe je
het ook wendt of keert er zal overal in de wereld een politieke wil
moeten komen om de vluchtelingen te helpen. Het geld is er wel, maar
als de politiek niet meewerkt, dan houdt het op.
Zolang het zinnig
werk is en er zaken gedaan kunnen worden ten bate van de vluchtelingen
in onze wereld, zal ik mij er wel voor inzetten.
Martin
Peters