De eerste
ervaringen zijn heel positief en nu hebben ook studenten gevraagd
om deze pastorale vorming zodat ze voor hun medestudenten iets
meer kunnen betekenen.
We gaan dat in januari 2004 voor 30 van hen doen.
Koos Janssen
komt uit een groot tuindersgezin uit De Glazen Stad, het Westland
onder Den Haag. Hij werd geboren in 1937 en maakte de oorlog dus
grotendeels bewust mee: “Mijn oudste broer moest werken
in Duitsland Het maakte grote indruk op me dat mensen aan de deur
kwamen bedelen om voedsel. Wij hadden een groot gezin; ik was
de op een na jongste van 12 kinderen. Na de oorlog werd ik natuurlijk
misdienaar. De kerk boeide me, het religieuze vond ik mooi. Iedereen
ging ook in de kassen werken, maar ik had geen zin in vuile handen,
althans niet zo!”
Op zijn twaalfde ging de jonge Koos naar het Klein Seminarie van
de Damianen in Sint Oedenrode; hij vond het er fantastisch. Toch
trok het klooster hem niet: te veel regels, te veel controle.
In Cadier & Keer waren ze wat wereldser en die vrijheid trok
hem. De orde steunde hem in zijn verlangen weg te gaan.
“In
Cadier en Keer studeerden in die tijd meer Hollanders dan Limburgers.
In 1956 kwam ik op het Groot Seminarie in Aalbeek. Ik vond het
een prachtige tijd. De verdieping van de studie filosofie en theologie
ging goed samen met het sociaal werk in een achterstandsbuurt
in Maastricht. Mij boeide de bijbel evenzeer als het huisbezoek
bij moeilijke gezinnen. Van het praktisch werk heb ik veel geleerd
dat mij nu in de pastorale zorg nog steeds van pas komt. Ik ben
Aalbeek nog steeds dankbaar voor de goede sfeer en de goede opleiding
– en de mogelijkheid af en toe lekker een potje te voetballen”.
In december 1962 werd Koos Janssen op 25-jarige leeftijd tot priester
gewijd. Na het seminarie was er de mogelijkheid tot een jaar verdere
studie en verdieping in Claver House in Londen: “de Jezuïeten
opleiding was conservatief. De wereld ging voor mij open. Ik leerde
veel Afrikaanse studenten kennen, onder wie Father Ocran, in Ghana
wel bekend. Ik vond het parochiewerk in een wereldstad als Londen
fascinerend”.
In 1964 was
het grote moment daar: de jonge missionaris Janssen vertrok via
Rome naar donker Afrika, naar Ghana, waar de hitte boven op hem
viel. In Winneba volgde Father Koos zijn inleidende cursussen
over de taal, kerk en cultuur in zijn nieuwe vaderland. Maar zijn
verblijf was nog niet definitief. Hij werd teruggeroepen naar
Nederland en werkte een jaar in het nationale roepingen centrum
in Tilburg. Daarna volgden twee jaar studie in Leuven. Koos haalde
zijn graad in de catechese en deed zoveel mogelijk bijvakken over
Afrika. Afgestudeerd keerde hij in 1971 terug naar Ghana.

Met secretaressen van het NCS
Zijn scriptie
in Leuven, gewijd aan de dialoog tussen de Akan religie in Ghana
en het Christendom, geeft aan wat de leidraad is van Koos Janssen
in zijn missionaire werk. Het gaat hem erom de overeenkomsten
in de religies te onderzoeken, en zo aanknopingspunten te vinden
voor de dialoog. Hij schreef er een catechismus over, een soort
handboek voor het godsdienstonderwijs in Ghana. Deze werd zelfs
in het Akan vertaald.
“Ik zou het nu toch anders doen. Dit waren spoedcursussen,
gericht op resultaat: zieltjes winnen. En ik heb er veel gedoopt
hoor, honderden. Maar nu gaat het veel meer om de diepgang: rustige
begeleiding in het proces van christen worden. Maar in mijn huidige
pastorale werk zoek ik natuurlijk nog steeds naar de gemeenschappelijke
waarden.
Na het parochiewerk in Winneba volgden vijf jaar als Assistent-Regionaal,
waarna twee termijnen van zes jaar als Regionaal Overste in de
kustplaats de kwart eeuw in Winneba volmaakten.
In mei 1996
werd het hoofdkwartier van de SMA verlaten. Koos ging terug naar
de parochie en vormde met drie jonge Afrikaanse SMA’ers
het missionaire team in Madina, een van de grootste parochies
van het land. Deze periode viel hem zwaar. Hij was dan ook blij
met het verzoek, in 2001, om secretaris te worden van de afdeling
Pastorale Zorg van de Ghanese Bisschoppen Conferentie. Sedertdien
houdt Koos dan ook kantoor in Centenary House, het hoofdkwartier
van de Katholieke Kerk in Ghana. En een ding is duidelijk: deze
nieuwe functie is meteen ook maar de nieuwe roeping van Koos Janssen
geworden:
“Het gaat in dit werk om de categoriale pastorale zorg,
dus voor gevangenen, ziekenhuizen, universiteiten, kazernes, psychiatrische
instellingen. Ik probeer jeugdpastores op te leiden, ziekenpastors,
aalmoezeniers. Niet dat ik dat zelf allemaal kan; ik faciliteer
het, zoek mensen die dat kunnen, zoek er de fondsen voor.
“Met
alle katholieke studenten aan de universiteiten in het land heb
ik, via de organisatie Pax Romana, contact. Dat zijn er zeker
tienduizend. Het lukt om een groot deel van hen te motiveren voor
pastoraal werk. Ik zie dat heel breed: de kerk is een gemeenschap
en als christen speel je een rol in je eigen dorp of gemeenschap.
We startten het zogeheten Rural Development Project, RUDEP. Het
is een project van PAX ROMANA, een internationale beweging van
katholieke studenten in hoger onderwijs. De Ghana branche heeft
een project ondernomen en studenten van verschillende opleidingen
hebben de diensten aangeboden die zij konden aanbieden in lijn
met hun opleiding. Medische studenten deden bloeddruk meten en
suiker controleren; agrarische studenten gingen mee het land in
om bij de boeren te zijn; sportstudenten leerden nieuwe spelen
aan de jeugd etc.

Met zijn studenten op Legon University
Allemaal
deden ze ook evangelisatie en hun twee thema’s waren: “Heb
je ooit naar je hart geluisterd?’ en “de kerk is een
familie.”
Ze hebben zoveel ervaring opgedaan in die dorpen dat ze graag
terug willen. Velen hadden nooit een dorp gezien, terwijl ze allemaal
van Ghana zijn.
Zo waren onder de indruk van het leed van de mensen op het platteland,
en willen er nu een traditie van maken om zo hulp te bieden Aan
de minder bedeelden. Het initiatief is van HEN en ik ben alleen
maar inspirator.
In dat kader
gaan studenten letterlijk de boer op: evangeliseren en mee het
veld in met de boeren in het dorp. Het project slaat geweldig
aan.
“Afgelopen zaterdag was er een feest van de jeugdgroep op
Legon, de grote universiteit in Accra. De studenten haalden veel
geld op voor dit project. Veel studenten zijn zo enthousiast over
het werk bij de boeren, dat ze liever naar hun dorp terug gaan
in plaats van naar de wereldjeugddag. Ik vind dat fantastisch!
“Volgende week ga ik naar Wa en Damongo, in Noord West Ghana.
We proberen daar ook iets van de grond te tillen. De cursus in
Wa is voor verpleegsters en ander ziekenhuispersoneel die graag
pastoraal getraind worden om meer zorg aan hun mensen te kunnen
geven. Er hebben zich 30 mensen ingeschreven. Het is dus in lijn
met de hele opzet van “toerusting voor pastoraal werk.”