Van de Redaktie

Een warme kerstgroet vanuit een tropische Kerststal

Multifunctioneel Missiehuis

Afrikacentrum actueel

Een studie- en ontmoetingsdag rond missionaire presentie

Koos Janssen SMA: Mijn taak in Ghana is nog niet af!

Berichtje van de familie van Keijsteren te Accra

Wie? Wat? Waar?

Upendo Daima (onvoorwaardelijke liefde)

Opening van de Hope for Life Bakery in Accra, Ghana

Schoolgeld voor Ludwig's kinderen in Turkana!

Eerste Ghanese Kardinaal: Peter K. Appiah Turkson, Aartbisschop van Cape Coast

Nogmaals Czestochowa, Polen

Startpagina van Onze Krant

Sociëteit voor Afrikaanse Missiën

Onze Krant is het
familieblad voor alle missionarissen, vrienden, bekenden, weldoeners en verdere supporters van de SMA.

Wilt U meer weten?
Neem contact op met
Ton Storcken SMA:
Rijksweg 15
6267 AC Cadier en Keer
tel: 043-407 73 73
fax: 043-407 73 74
e-mail:

t.storcken@bisdom-roermond.nl


Koos Janssen SMA:
Mijn taak in Ghana is nog niet af!

Veertig jaar geleden, in 1964, kwam Koos Janssen als jong priester aan in Ghana. Nu is hij 66 jaar oud: tijd om met pensioen te gaan?
Nog niet, vindt de Secretaris Pastorale Zorg van de Ghanese Bisschoppen Conferentie.
Zijn missie: het opzetten van pastorale vorming voor religieuzen en leken, zodat we meer mensen toerusten voor pastoraal werk. Een prioriteit is het vormen van pastorale teams voor universiteiten, ziekenhuizen, gevangenissen, kazernes etc zodat de pastorale zorg niet het werk blijft van een priester alleen. Vaak vervullen priesters deze functie slechts parttime.

De eerste ervaringen zijn heel positief en nu hebben ook studenten gevraagd om deze pastorale vorming zodat ze voor hun medestudenten iets meer kunnen betekenen.
We gaan dat in januari 2004 voor 30 van hen doen.

Koos Janssen komt uit een groot tuindersgezin uit De Glazen Stad, het Westland onder Den Haag. Hij werd geboren in 1937 en maakte de oorlog dus grotendeels bewust mee: “Mijn oudste broer moest werken in Duitsland Het maakte grote indruk op me dat mensen aan de deur kwamen bedelen om voedsel. Wij hadden een groot gezin; ik was de op een na jongste van 12 kinderen. Na de oorlog werd ik natuurlijk misdienaar. De kerk boeide me, het religieuze vond ik mooi. Iedereen ging ook in de kassen werken, maar ik had geen zin in vuile handen, althans niet zo!”
Op zijn twaalfde ging de jonge Koos naar het Klein Seminarie van de Damianen in Sint Oedenrode; hij vond het er fantastisch. Toch trok het klooster hem niet: te veel regels, te veel controle. In Cadier & Keer waren ze wat wereldser en die vrijheid trok hem. De orde steunde hem in zijn verlangen weg te gaan.

“In Cadier en Keer studeerden in die tijd meer Hollanders dan Limburgers. In 1956 kwam ik op het Groot Seminarie in Aalbeek. Ik vond het een prachtige tijd. De verdieping van de studie filosofie en theologie ging goed samen met het sociaal werk in een achterstandsbuurt in Maastricht. Mij boeide de bijbel evenzeer als het huisbezoek bij moeilijke gezinnen. Van het praktisch werk heb ik veel geleerd dat mij nu in de pastorale zorg nog steeds van pas komt. Ik ben Aalbeek nog steeds dankbaar voor de goede sfeer en de goede opleiding – en de mogelijkheid af en toe lekker een potje te voetballen”.
In december 1962 werd Koos Janssen op 25-jarige leeftijd tot priester gewijd. Na het seminarie was er de mogelijkheid tot een jaar verdere studie en verdieping in Claver House in Londen: “de Jezuïeten opleiding was conservatief. De wereld ging voor mij open. Ik leerde veel Afrikaanse studenten kennen, onder wie Father Ocran, in Ghana wel bekend. Ik vond het parochiewerk in een wereldstad als Londen fascinerend”.

In 1964 was het grote moment daar: de jonge missionaris Janssen vertrok via Rome naar donker Afrika, naar Ghana, waar de hitte boven op hem viel. In Winneba volgde Father Koos zijn inleidende cursussen over de taal, kerk en cultuur in zijn nieuwe vaderland. Maar zijn verblijf was nog niet definitief. Hij werd teruggeroepen naar Nederland en werkte een jaar in het nationale roepingen centrum in Tilburg. Daarna volgden twee jaar studie in Leuven. Koos haalde zijn graad in de catechese en deed zoveel mogelijk bijvakken over Afrika. Afgestudeerd keerde hij in 1971 terug naar Ghana.


Met secretaressen van het NCS

Zijn scriptie in Leuven, gewijd aan de dialoog tussen de Akan religie in Ghana en het Christendom, geeft aan wat de leidraad is van Koos Janssen in zijn missionaire werk. Het gaat hem erom de overeenkomsten in de religies te onderzoeken, en zo aanknopingspunten te vinden voor de dialoog. Hij schreef er een catechismus over, een soort handboek voor het godsdienstonderwijs in Ghana. Deze werd zelfs in het Akan vertaald.
“Ik zou het nu toch anders doen. Dit waren spoedcursussen, gericht op resultaat: zieltjes winnen. En ik heb er veel gedoopt hoor, honderden. Maar nu gaat het veel meer om de diepgang: rustige begeleiding in het proces van christen worden. Maar in mijn huidige pastorale werk zoek ik natuurlijk nog steeds naar de gemeenschappelijke waarden.
Na het parochiewerk in Winneba volgden vijf jaar als Assistent-Regionaal, waarna twee termijnen van zes jaar als Regionaal Overste in de kustplaats de kwart eeuw in Winneba volmaakten.

In mei 1996 werd het hoofdkwartier van de SMA verlaten. Koos ging terug naar de parochie en vormde met drie jonge Afrikaanse SMA’ers het missionaire team in Madina, een van de grootste parochies van het land. Deze periode viel hem zwaar. Hij was dan ook blij met het verzoek, in 2001, om secretaris te worden van de afdeling Pastorale Zorg van de Ghanese Bisschoppen Conferentie. Sedertdien houdt Koos dan ook kantoor in Centenary House, het hoofdkwartier van de Katholieke Kerk in Ghana. En een ding is duidelijk: deze nieuwe functie is meteen ook maar de nieuwe roeping van Koos Janssen geworden:
“Het gaat in dit werk om de categoriale pastorale zorg, dus voor gevangenen, ziekenhuizen, universiteiten, kazernes, psychiatrische instellingen. Ik probeer jeugdpastores op te leiden, ziekenpastors, aalmoezeniers. Niet dat ik dat zelf allemaal kan; ik faciliteer het, zoek mensen die dat kunnen, zoek er de fondsen voor.

“Met alle katholieke studenten aan de universiteiten in het land heb ik, via de organisatie Pax Romana, contact. Dat zijn er zeker tienduizend. Het lukt om een groot deel van hen te motiveren voor pastoraal werk. Ik zie dat heel breed: de kerk is een gemeenschap en als christen speel je een rol in je eigen dorp of gemeenschap. We startten het zogeheten Rural Development Project, RUDEP. Het is een project van PAX ROMANA, een internationale beweging van katholieke studenten in hoger onderwijs. De Ghana branche heeft een project ondernomen en studenten van verschillende opleidingen hebben de diensten aangeboden die zij konden aanbieden in lijn met hun opleiding. Medische studenten deden bloeddruk meten en suiker controleren; agrarische studenten gingen mee het land in om bij de boeren te zijn; sportstudenten leerden nieuwe spelen aan de jeugd etc.


Met zijn studenten op Legon University

Allemaal deden ze ook evangelisatie en hun twee thema’s waren: “Heb je ooit naar je hart geluisterd?’ en “de kerk is een familie.”
Ze hebben zoveel ervaring opgedaan in die dorpen dat ze graag terug willen. Velen hadden nooit een dorp gezien, terwijl ze allemaal van Ghana zijn.
Zo waren onder de indruk van het leed van de mensen op het platteland, en willen er nu een traditie van maken om zo hulp te bieden Aan de minder bedeelden. Het initiatief is van HEN en ik ben alleen maar inspirator.

In dat kader gaan studenten letterlijk de boer op: evangeliseren en mee het veld in met de boeren in het dorp. Het project slaat geweldig aan.
“Afgelopen zaterdag was er een feest van de jeugdgroep op Legon, de grote universiteit in Accra. De studenten haalden veel geld op voor dit project. Veel studenten zijn zo enthousiast over het werk bij de boeren, dat ze liever naar hun dorp terug gaan in plaats van naar de wereldjeugddag. Ik vind dat fantastisch!
“Volgende week ga ik naar Wa en Damongo, in Noord West Ghana. We proberen daar ook iets van de grond te tillen. De cursus in Wa is voor verpleegsters en ander ziekenhuispersoneel die graag pastoraal getraind worden om meer zorg aan hun mensen te kunnen geven. Er hebben zich 30 mensen ingeschreven. Het is dus in lijn met de hele opzet van “toerusting voor pastoraal werk.”

“In december 2002 werd mijn veertigjarig priesterschap gevierd in Honselersdijk. Men vroeg: wat wil je als cadeau? Voor mij was het duidelijk: geld voor dit project. Er werd een heel mooi bedrag bijeengebracht voor een pilot project: 20 mensen op cursus. Mijn grootste zorg van dit moment is de verdere financiering. Mijn opvolger moet ermee door kunnen gaan; zo belangrijk is het zeker. Het gaat er dus om structurele fondsen te werven. Pas als dat gelukt is, kan ik hier met een gerust hart afscheid nemen. Dus daar moet mijn pensioen nog maar eventjes op wachten!”
Koos zegt het lachend, maar het is duidelijk dat het punt zwaar voor hem telt. Hij geeft zichzelf twee jaar: tot 2005, om de boel goed op poten te hebben.

Zal hij Ghana missen, als hij straks terugkeert naar Cadier en Keer? Ongetwijfeld; veertig jaar in dit Afrikaanse land gaan je niet in de koude kleren zitten. “Ik zal natuurlijk het weer missen, maar vooral ook de alledaagse blijheid van de mensen. Als missionaris voel ik me hier als op de camping in Nederland. Niet alles klopt, je neemt het ongerief voor lief, en iedereen is vrolijk.

“Maar er zijn ook zaken in Ghana die mij zorgen baren. Het toenemende geweld. De groei van de steden, zonder fatsoenlijke infrastructuur. Accra groeit maar door, het wordt een grote verkeersknoop, het vuilnis ligt overal. De groei van de charismatische kerken vind ik ook een probleem, ook in de katholieke kerk is de charismatische trend waarneembaar. Zoveel nieuwe kerken die ontstaan, voor elk wat wils en de eenheid is ver te zoeken. Ook zorgelijk zijn de toenemende spanningen tussen etnische groepen en tussen christenen en moslims. Heel erg goed dat er in Wa een priester is vrijgesteld voor de relatie met de islamitische gemeenschap.
“Maar bij ieder probleem zie je dat er toch ook veel in oplossingen geïnvesteerd wordt. Neem het Aids vraagstuk; de aandacht ervoor is enorm. Ook in de bisdommen.
“Ik wil niet oud worden in Ghana. Zover is het ook nog niet. Het werk moet eerst af, ik wil het goed achterlaten voor mijn opvolger. Investeren in de pastorale zorg is investeren in de toekomst van de kerk, wat zeg ik, van de hele samenleving!”

Heerko Dijksterhuis