Met de opening van het huis in october 1973 op
de Klompstraat begon de missionaire presentie van de SMA in Heerlen.
Sef Moonen en een eerste groep van theologie-studenten aan de
HTP, die interesse voor de SMA hadden en het missionair elan wilden
steunen, werden er de bewoners. Vanuit deze jonge stek volgden
andere SMA-huizen tot uiteindelijk de vestiging van de CMPA betrokken
werd, waar dan ook de intensieve voorbereiding van lekenmissionarissen
ter hand genomen werd.
De verjaardag van dit eerste begin werd door de
groep “Jonge SMA” aangegrepen om op October 31 j.l.
een groep theologie-studenten aan de HTP, die missionaire interesse
met de SMA gedurende hun studietijd gedeeld hadden en in hun huidige
werkplaatsen hun presentie zien als een pastorale/missionaire
werkvorm, uit te nodigen voor een studie- en ontmoetingsdag te
Cadier en Keer. Van de zestig personen die aangeschreven waren,
gaven er 21 een positief antwoord tot deelname, terwijl 20 anderen
tot hun spijt nu af moesten zeggen, maar wel aangaven in de toekomst
verdere uitnodigingen tot kontakt gaarne te ontvangen. Met inbegrip
van de 18 leden “Jong SMA” was het aantal deelnemers
38.
Het programma voor de morgen voorzag twee inleidingen.
De eerste werd gehouden door Frans Wijsen sma, hoogleraar Missiologie
aan de KUN in Nijmegen, die als een der eerste bewoners van de
Klompstraat een historisch overzicht onder de titel “Van
missionair centrum tot Heerlense School” gaf m.b.t. de missionaire
ontwikkeling vanuit de Klompstraat tot aan de bredere uitbouw
in de CMPA. Voor menig deelnemer weer een interessante terugblik
op een moment opname in hun studentenleven die ook nu nog in hun
werk zijn sporen duidelijk achter laat. De tweede inleiding werd
gehouden door Toine van den Hoogen, hoogleraar Systematische Theologie,
toendertijd aan de UTP en hedentendage in Nijmegen. Zijn betoog
droeg de titel “Presentie. Theologische reflectie bij een
klassiek motief”. Het aspect van de Franse spiritualiteit,
hetgeen zich in de Heerlense School vooral in de diakonie uitte,
werd door hem nog maar eens in de voorgrond gesteld. En in dat
verband wierp hij de vraag dan op of “presentie” als
beleefd in de Heerlense School uit de tijd van de UTP ook nu nog
intrinsieke betekenis heeft in de huidige kerk en maatschappij.
In de namiddag werd er eerst in vier werkgroepen
over een drietal vragen gediscuteerd m.b.t. het reflectie-referaat
van Toine van den Hoogen. De verslagen die hierover in plenum
werden doorgesproken, gaven blijk van intensieve en verscheiden
discussies. Maar een afwijzende houding t.o.v. presentie als diakonia
en missionaire betrokkenheid werd door de meerderheid niet onderschreven.
Integendeel, velen vonden zich in hun pastorale activiteiten gesteund
door de richting die men in de theologische opleiding in Heerlen
had meegekregen. Wel werd er opgemerkt dat men zich vaker te eenzaam
in het werk voelde omdat men zich niet altijd voldoende ondersteund
meende. En juist dit aspect werd als positief ervaren vanuit zo’n
samenkomst als op deze dag voorzien was. Herhaling in de toekomst
werd dan ook als een positieve bijdrage tot daadwerkelijke “missionaire
presentie” ervaren.
Het geheel van de dag werd natuurlijk ook vervolledigd
door de deelnemers kans te geven onderlinge contacten te versterken
en ervaringen uit te wisselen. Het initiatief van “Jong
SMA” en het Provinciaal Bestuur werd ten zeerste gewaardeerd
en er werden genoeg wensen geuit om een dergelijk samentreffen
regelmatig te organizeren.