Van de Redaktie

Afrikacentrum actueel

Gesprek met Ambra Bakker, SMA

Bloemkool op zijn Marokkaans

Cadier en Keer: springplank of rustbank

Kidscorner

Wie? Wat? Waar?

Buduburam SMA Dagopvangproject

SMA-bisschop spreekt over vluchtelingenproblematiek in Afrika

Ontmoetingen met onze SMA missionarissen

Reünie O.L.Vrouw van Czestochowa

Startpagina van Onze Krant

Sociëteit voor Afrikaanse Missiën

 

Onze Krant is het
familieblad voor alle missionarissen, vrienden, bekenden, weldoeners en verdere supporters van de SMA.

Wilt U meer weten?
Neem contact op met
Ton Storcken SMA:
Rijksweg 15
6267 AC Cadier en Keer
tel: 043-407 73 73
fax: 043-407 73 74
e-mail:

t.storcken@bisdom-roermond.nl


ALS MISSIONARIS ONDERWEG IN EIGEN LAND NAAR DE MULTICULTURELE SAMENLEVING

Hoe simplistisch het ook mag klinken, ik ben er heilig van overtuigd dat de multiculturele samenleving in wording het natuurlijke gevolg is van de wereldwijde kolonisatie sinds de zestiende eeuw door de Westerse landen.
Eeuwenlang hebben de bevolkingsgroepen in die kolonies ervaren hoe bevoorrecht de kolonialen waren.

Geen wonder dat ook bij hen het verlangen groeide om zich eenzelfde welvaart te verwerven. Geen wonder dat zij in vrijheid en onafhankelijkheid die idealen gestalte willen geven. Als dat maar steeds niet wil lukken, blijft er voor ondernemende mensen in hun midden nog een optie open: emigreren naar de landen van de vroegere kolonialen.

Zo immers omzeil je de eenrichting stroom in het handelsverkeer dat hardnekkig opgeld doet in de verhoudingen Noord – Zuid. En die eenzijdigheid is de oorzaak dat armoede in Afrika endemisch is geworden. De ervaring leert dat zelfs ontwikkelingshulp die armoede niet wezenlijk kan opheffen.

Wie eerlijk is moet toegeven dat ook een mate van eenzijdigheid kleefde aan de missionaire methodes van Missie en Zending in die kolonies vanuit het Westen. Het Tweede Vaticaanse Concilie bracht de nodige herbezinning.
In de loop van de jaren hebben missionarissen ingezien dat het heilzamer is de weg van eenheid in verscheidenheid te bewandelen.

Religieuze waarden en normen hebben nu eenmaal overal een eigen gezicht en beleving, omdat ze diep geworteld zijn in de identiteit van een volk.
Het moet dus duidelijk zijn dat, als mensen uit andere landen en culturen zich in Westerse landen vestigen, de nodige nuances door onszelf in acht genomen dienen te worden bij hun pogingen zich aan te passen in onze samenleving.

Een integratieproces dat dit niet zou verdragen is tot mislukken gedoemd.
De waardering voor elkaars identiteit en cultuur heeft in de loop der eeuwen beschavingen verrijkt. In dit opzicht is er in ons land werk aan de winkel, duidelijk ook voor mensen met een missionaire opdracht.
Om daar wat beter zicht op te krijgen ben ik in gesprek gegaan met pater Ambro Bakker sma, vice-provinciaal van SMA-NEDERLAND en deken van Zaanstreek en Waterland.


Ambro Bakker

Amsterdam stage

Pater Ambro, 61 en Alkmaarder van geboorte, behoort tot de laatste groep studenten die in Cadier en Keer de Gymnasiale opleiding heeft gevolgd.
Hij was ook een van de laatste residenten in Aalbeek Groot Seminarie, toen beide instituten in de zestiger jaren werden gesloten. Hij volgde vanuit Aalbeek colleges in theologie en pastoraal aan de Hogere School voor Theologie en Pastoraal (HTP) in Heerlen. In 1970 werd hij priester gewijd door Mgr. Zwartkruis, toenmalig bisschop van Haarlem.

In overleg met de Provinciale overste koos hij om, voor zijn vertrek naar Afrika, zijn pastorale stage in de Obrechtparochie in Amsterdam te maken.
"Mijn gedachte hierbij was”: 'Ik kan als student naar Afrika gaan, maar omdat de kerk in die jaren geweldig in beweging was na het Tweede Vaticaanse Concilie, leek het mij een goede zaak een wat grotere kennis van de pastorale praxis op te doen voor ik zou vertrekken. Ik koos voor Amsterdam omdat het een grote stad is en er van alles gebeurt. Het was de Hippie-periode. Obrecht ligt vlakbij het Vondelpark. Je kreeg daarom nog al wat mensen langs die op een of andere manier vastliepen. Als 27-jarige priester had je toen nog het gevoel dat je als hulpverlener antwoorden moest geven op vragen maar anderen mee komen. Dat mensen recht hebben in het leven eigen antwoorden te zoeken en dat je daarbij vanuit je professionaliteit probeert te helpen is van latere datum," zegt Ambro.

Evengoed missionaris

Ondertussen werd terloops een vervelende longaandoening geconstateerd bij Ambro, waardoor een benoeming voor de missie in Afrika niet door kon gaan.
"In het begin is dat natuurlijk een schok," zegt Ambro. " Evenals anderen had je je voorgesteld daar rond te lopen onder een tropenhelm en daar te zijnertijd begraven te worden. Toen het niet doorging voelde ik mijzelf echter geen mindere missionaris.” Langzamerhand, met vallen en opstaan, ontdek je hoe belangrijk het is ook in onze eigen samenleving tot missionair bewustzijn te komen. Er liggen allerlei kansen, die voor mij belangrijke ontwikkelingen zijn geweest in een wereld die volop in beweging is.

Je kunt immers niet leven vanaf de dag van je priesterwijding als je niet voortdurend met de groei van je missionair bewustzijn bezig bent.
Die groei vindt plaats in de gewone dingen van elke dag. Daar komt je dingen tegen waarmee je je leven vruchtbaar kunt maken, nieuwe mogelijkheden, nieuwe kansen. Daarmee krijgt ook je eigen roeping een eigen gezicht. Het gevoel van 'had ik maar dit, had ik maar dat” verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Ook hier in Nederland kun je op heel veel manieren werkzaam zijn als missionaris."

Volle agenda

Na vier jaar Obrecht werd Ambro in 1974 aangezocht door de KRO als Hoofd van de afdeling Godsdienstige programma's van de KRO-RADIO. Hij vervulde deze taak tot 1996. In die periode heeft hij ook regelmatig plaatsvervangende functies in andere afdelingen van de KRO-RADIO verricht en was tweemaal plaatsvervangend direkteur van de radiodienst. Op die manier heeft hij de vele facetten van het Omroepbedrijf terdege leren kennen.

In datzelfde tijdvak bleef zijn aandacht en inzet voor de pastorale praxis ongewijzigd. Vanaf 1974 was hij assistent in de Vredeskerk in Amsterdam - Zuid en later tot 1986 in de Don Bosco-parochie in Alkmaar. Dat jaar werd hij zelfs pastoor van de H. Antonius-parochie in Kortenhoef. Hieraan werden de pastorale bediening voor de parochies in Nederhorst den Berg en Ankeveen in de loop van de jaren toegevoegd. In 1996 werd hij deken van Zaanstad en tegelijkertijd ook deken van Purmerend.

Op missionair vlak liet hij zich niet onbetuigd. Vandaag de dag is hij vice-provinciaal van de SMA—Nederland voor een tweede termijn van zes jaar, vanaf 1992 was hij voorzitter van het Afrika Centrum in Cadier en Keer, is voorzitter van het Afrikahuis in Amsterdam, acht jaar was hij voorzitter van het Centraal Missie Commissariaat en nu adviseur van het bestuur en gesprekleider bij besuursvergaderingen, voorzitter van de Commissie Lectuurvoorzieningen Missionarissen, bestuurslid van de Pauselijke Missiewerken (Missio) en voorzitter van de Stichting Wereldouders, die een zestal grote weeshuizen in Centraal Amerika beheert. Bovendien wordt hij regelmatig gevraagd als inleider op studiedagen en retraites.

KRO-radio

Deze drie werkterreinen hebben op eigen wijze de groei en het gezicht van zijn missionaire roeping bepaald.

Ambro hierover: "Ik ben natuurlijk nooit echt werkzaam geweest op een plek in Afrika. Wel ben ik vanuit de KRO ontzettend veel in Afrika, Zuid Amerika en op veel andere plekken in de wereld geweest. Ik ben de Paus op zijn reizen gevolgd o.a. op de Conferentie in Puebla, Mexico. Ik heb het voorrecht gehad in Rome, op een na, alle Bisschoppen Conferenties als verslaggever te volgen.

Ik heb daar dan ook een heel brede ervaring opgedaan, en heb daar een wereldwijde missionaire visie voor mijn leven en werk in de media, pastoraat en organisaties aan te danken. Ik heb die ervaringen ook proberen mee te nemen in het taken- en uitzendpakket bij de KRO. Via programma’s o.a. als “Vreemdeling in mijn Vaders huis”, “De Derde Wereld” en “Joodse wortels van het Christendom” (tegen het weer opkomend antisemitisme) hebben wij aandacht gevraagd voor de problematiek- en armoede vraagstukken en de discriminatie in de Noord—Zuid relatie die steeds meer onder druk komt te staan. Wij willen toch niet in een zelfgenoegzame samenleving belanden die weigert over eigen grenzen te kijken?”

CMC

Wil de missionaire inspanning zinvol en effectief zijn, dan zal het zich voortdurend moeten toetsen aan de realiteit van een sterk veranderende wereld.

Ook al lopen de aantallen van beschikbare missionarissen terug, de religieuze
ordes en congregaties in Nederland hebben al jarenlang ingezien dat gezamenlijkheid hun missionaire vitaliteit gaande houdt.

Dat inzicht heeft geresulteerd in de oprichting van het Centraal Missie Commissariaat (CMC), waaraan Ambro ook zijn steentje bijdraagt.
Over de behartiging van de belangen van de Religieuzen, met name in missionair opzicht, merkt Ambro op: "Binnen het CMC zijn er natuurlijk verschillende activiteiten, zoals het uitzenden van jonge missionarissen en het subsidiëren van specifieke projecten b.v.

Maar ook een andere activiteit springt eruit, n.l. het Centraal Missie Beraad Religieuzen, in het bijzonder Groep 4, Dat denkt vooral na over het begrip Missie. Je kunt de ontwikkeling van dat begrip volgen in de nota’s die regelmatig het licht zien over identiteit en mogelijkheden van missionaire bezigheden in onze eigen samenleving. De laatste nota die verschenen is heeft ook een heel warm onthaal gehad zowel bij de missionaire werkers als bij de Conferentie van Nederlandse Religieuzen, die specifiek met missie bezig zijn.

Dan ontdek je eigenlijk dat het heel goed is dat de Conferentie van Ned. Religieuzen in het CMBR een denktank heeft, om voortdurend na te denken over wat onze missionaire verantwoordelijkheid is, niet alleen naar het Zuiden toe maar ook in onze eigen samenleving. Dan merk je ook dat missie niet onveranderlijk is maar steeds in beweging.

Afrikahuis

Als voorbeeld daarvan zou ik het SMA-Afrikahuis in Amsterdam willen noemen.

De oorspronkelijke opzet was om West Afrikanen, die hier kwamen, te helpen integreren in onze eigen samenleving, en wel zo dat het Afrikahuis na een tweede of derde generatie overbodig zou worden.
In de loop van de tijd echter kom je er achter hoe belangrijk het is dat die Afrikaanse mensen zich kunnen blijven verzamelen vanuit hun eigen cultuur in herkenbare groepen. Dat ze ondermeer het recht hebben om vanuit die eigen cultuur de liturgie te beleven, waarbij ze ook voelen dat ze als mens ter sprake komen. Allicht kunnen wij zelf daar ook nog iets van leren. "

Nieuw perspectief

Was de Derde Wereld, evenals het missionaire gebeuren, in het verleden een “Ver van wijn bed”- show voor de meeste Nederlanders, nu heeft men vaak het sterke gevoel, door de komst van veel asielzoekers, dat het een “Vlak naast mijn bed”- happening is geworden.

Daaraan wennen en dat accepteren kost tijd en inspanning.
Als je daarbij de processen van de eenwording van Europa, de invoering van de Euro en het verval van de Amerikaanse munt, de terugkeer van werkeloosheid en bezuinigingen betrekt is dat een forse kluif om te slikken.
"Er is de laatste 20 jaar heel veel gebeurd in Nederland", zegt Ambro.
"Wij zijn in een multiculturele samenleving terecht gekomen met alle problemen vandien. Het vraagt om mensen die in dialoog proberen te gaan met wensen die uit een andere cultuur en gedachtenwereld komen. Mensen die in staat zijn hun eigen cultuur en opvattingen niet per se als de enig zaligmakende op te dringen.

Als je bedenkt dat wij in onze Westerse samenleving meer en meer van elkaar vervreemden, en je ziet dat in hun cultuur het samen zijn en samen leven als een groot goed wordt opgevat en beleefd, dan geeft dat toch minstens te denken. In zo'n dialoog gaat het niet alleen om wat jij te zeggen hebt aan anderen, maar ook dat je door te luisteren zelf tevens de conclusie trekt dat je veel te leren hebt van anderen. In onze kringen noemen we dat een missionaire houding. Ikzelf ben blij dat wij in een multiculturele samenleving zijn aanbeland.

Missionaire houding

In het pastoraat valt het me op dat ook veel anderen, die niet bij een missionaire congregatie zijn betrokken, toch vanuit hun werk proberen om naar een missionaire vorm van pastoraat te komen.

Daarin sta ik dus niet alleen. Ook diocesane clerus, pastorale werksters en werkers maken zich de houding van het 'helpende pastoraat' eigen.
In de jaren van mijn pastoraat heb ik geleerd veel minder antwoorden te geven, maar wel met mensen op weg te gaan. Met mensen meelopen, ook al gaan ze de verkeerde kant op volgens jou. Je gaat beseffen dat mensen recht hebben in het leven om eigen antwoorden te zoeken. Dat zij het recht hebben om vanuit hun eigen situatie te vertrekken en vanuit hun eigen verleden.
Als pastor is het vooral zaak om te luisteren en zo dingen te herkennen, waarbij je misschien behulpzaam kunt zijn. Vanuit je eigen professionaliteit mag je dat ook doen, maar dan wel op voorwaarde dat je mensen de ruimte laat hun eigen weg te gaan en hun eigen antwoorden te vinden."

Elkaar nabij

Als vice-provinciaal heeft Ambro verschillende malen confraters bezocht die in Afrika aan de slag zijn in het pastoraat. Over wat hem daar opviel zegt hij: "In Afrika heb ik gemerkt dat wij niet meer zo vast zitten aan het eenrichting pastoraat, het gesprek tussen pastor en individuele gelovige. Er worden nu veel meer dingen ter sprake gebracht in een gemeenschappelijk gebeuren. In Afrika en ook elders in de wereld heeft het pastoraat sociale consequenties naar de gemeenschap toe.

Daarbij komt de nadruk sterk te liggen bij de opdracht van elke christen, uit hoofde van zijn doopsel, om elkaar nabij te zijn. In dit verband heb ik vaak gedacht dat mensen in moeilijkheden beter uit de voeten kunnen als ze een goede vriend of vriendin hebben, die nabij zijn als woorden er niet toe doen. Als mensen in de put zitten hebben ze daar recht op.

Dan is de beste hulp om hen nabij te zijn met een stil gebaar.
Dat is ook de reden waarom ik ervoor gekozen heb om mensen zoveel mogelijk met elkaar in contact te brengen. Mensen die allemaal vanuit hun levenservaringen elkaar bij kunnen staan en verder helpen. Daar kan geen cursus tegenop. Mensen die gaan trouwen, mensen die een partner verloren hebben, mensen die met serieuze ziektes kampen, mensen die moeilijkheden hebben bij de geloofsopvoeding van hun kinderen, etc. etc. Als groep en gemeenschap helpen ze elkaar over de brug. Tenslotte gaat het in het pastoraal om de mensen zelf.

Ik heb het voorrecht gehad rond te kijken in de wereldwijde kerkgemeenschap.
Overal waar de christengemeenschap die onderlinge zorg beoefend worden problemen zo niet opgelost toch leefbaarder. Dat is puur missionair.
Ook in onze multiculturele samenleving zou op de plekken waar mensen werken en leven deze samenspraak en onderlinge zorg weldadig werken bij een goede integratie. Ik meen dat als je mensen, die uit andere culturen en samenlevingen komen, met respect tegemoet treedt en met het gevoel dat je iets van elkaar kunt leren, je je niet laat meeslepen in een soort vreemdelingenhaat die automatisch opkomt waar het onze economische bedrijfsvoering raakt."

Collegiale inzet

Op het ogenblik zijn er nogal wat missionarissen, die om gezondheidsredenen
in Nederland teruggekeerd zijn, werkzaam hier in het parochiepastoraat.
Ambro ontmoet ze regelmatig en is enthousiast over hun werk, Hij zegt: "Missionarissen van de SMA werken allemaal vanuit een bepaalde spiritualiteit en doelstelling en dat zijn de Afrikanen.

Als ik ze tegenkom in het bisdom Haarlem merk ik dat meteen aan hen eenvoudige levensstijl en hun spontane omgang met de mensen, veel mondialer en wat minder vanuit strakke regels. Afrika is blijkbaar zo door hun hart en nieren gegaan dat, als je bij hen binnenkomt, het interieur meestal uit Afrikaanse herinneringen bestaat. Ze zijn binnen de parochie op een manier bezig, die heel sterk missionair ingevuld kan morden. Dat merk ik niet alleen bij de lekenmissionarissen, die ons voortdurend vragen om bijeen te mogen komen om zich met elkaar te bezinnen op de vraag hoe ze binnen hun werk in eigen land missionair kunnen zijn.

Ook priestermissionarissen, die hier nu werken, kunnen op Priesterberaden met hun verhalen over hun werkervaringen in de wereldkerk hun deskundigheid en visie inbrengen. Dat kan voor zo'n beraad verrassend en verrijkend werken. Dat breekt de Nederlandse cultuur wat open en draagt terdege bij in de vorming van de multiculturele samenleving.

Het is wat dat betreft geen nieuws meer. Iedereen voelt gewoon dat het gaat om die grote wereld waarin wij leven, en waar wij ontzettend veel van elkaar kunnen leren."

Martin Peters