ALS
MISSIONARIS ONDERWEG IN EIGEN LAND NAAR DE MULTICULTURELE SAMENLEVING
Hoe simplistisch
het ook mag klinken, ik ben er heilig van overtuigd dat de multiculturele
samenleving in wording het natuurlijke gevolg is van de wereldwijde
kolonisatie sinds de zestiende eeuw door de Westerse landen.
Eeuwenlang hebben de bevolkingsgroepen in die kolonies ervaren
hoe bevoorrecht de kolonialen waren.
Geen wonder
dat ook bij hen het verlangen groeide om zich eenzelfde welvaart
te verwerven. Geen wonder dat zij in vrijheid en onafhankelijkheid
die idealen gestalte willen geven. Als dat maar steeds niet wil
lukken, blijft er voor ondernemende mensen in hun midden nog een
optie open: emigreren naar de landen van de vroegere kolonialen.
Zo immers
omzeil je de eenrichting stroom in het handelsverkeer dat hardnekkig
opgeld doet in de verhoudingen Noord – Zuid. En die eenzijdigheid
is de oorzaak dat armoede in Afrika endemisch is geworden. De
ervaring leert dat zelfs ontwikkelingshulp die armoede niet wezenlijk
kan opheffen.
Wie eerlijk
is moet toegeven dat ook een mate van eenzijdigheid kleefde aan
de missionaire methodes van Missie en Zending in die kolonies
vanuit het Westen. Het Tweede Vaticaanse Concilie bracht de nodige
herbezinning.
In de loop van de jaren hebben missionarissen ingezien dat het
heilzamer is de weg van eenheid in verscheidenheid te bewandelen.
Religieuze
waarden en normen hebben nu eenmaal overal een eigen gezicht en
beleving, omdat ze diep geworteld zijn in de identiteit van een
volk.
Het moet dus duidelijk zijn dat, als mensen uit andere landen
en culturen zich in Westerse landen vestigen, de nodige nuances
door onszelf in acht genomen dienen te worden bij hun pogingen
zich aan te passen in onze samenleving.
Een integratieproces
dat dit niet zou verdragen is tot mislukken gedoemd.
De waardering voor elkaars identiteit en cultuur heeft in de loop
der eeuwen beschavingen verrijkt. In dit opzicht is er in ons
land werk aan de winkel, duidelijk ook voor mensen met een missionaire
opdracht.
Om daar wat beter zicht op te krijgen ben ik in gesprek gegaan
met pater Ambro Bakker sma, vice-provinciaal van SMA-NEDERLAND
en deken van Zaanstreek en Waterland.

Ambro Bakker
Amsterdam
stage
Pater Ambro,
61 en Alkmaarder van geboorte, behoort tot de laatste groep studenten
die in Cadier en Keer de Gymnasiale opleiding heeft gevolgd.
Hij was ook een van de laatste residenten in Aalbeek Groot Seminarie,
toen beide instituten in de zestiger jaren werden gesloten. Hij
volgde vanuit Aalbeek colleges in theologie en pastoraal aan de
Hogere School voor Theologie en Pastoraal (HTP) in Heerlen. In
1970 werd hij priester gewijd door Mgr. Zwartkruis, toenmalig
bisschop van Haarlem.
In overleg
met de Provinciale overste koos hij om, voor zijn vertrek naar
Afrika, zijn pastorale stage in de Obrechtparochie in Amsterdam
te maken.
"Mijn gedachte hierbij was”: 'Ik kan als student naar
Afrika gaan, maar omdat de kerk in die jaren geweldig in beweging
was na het Tweede Vaticaanse Concilie, leek het mij een goede
zaak een wat grotere kennis van de pastorale praxis op te doen
voor ik zou vertrekken. Ik koos voor Amsterdam omdat het een grote
stad is en er van alles gebeurt. Het was de Hippie-periode. Obrecht
ligt vlakbij het Vondelpark. Je kreeg daarom nog al wat mensen
langs die op een of andere manier vastliepen. Als 27-jarige priester
had je toen nog het gevoel dat je als hulpverlener antwoorden
moest geven op vragen maar anderen mee komen. Dat mensen recht
hebben in het leven eigen antwoorden te zoeken en dat je daarbij
vanuit je professionaliteit probeert te helpen is van latere datum,"
zegt Ambro.
Evengoed
missionaris
Ondertussen
werd terloops een vervelende longaandoening geconstateerd bij
Ambro, waardoor een benoeming voor de missie in Afrika niet door
kon gaan.
"In het begin is dat natuurlijk een schok," zegt Ambro.
" Evenals anderen had je je voorgesteld daar rond te lopen
onder een tropenhelm en daar te zijnertijd begraven te worden.
Toen het niet doorging voelde ik mijzelf echter geen mindere missionaris.”
Langzamerhand, met vallen en opstaan, ontdek je hoe belangrijk
het is ook in onze eigen samenleving tot missionair bewustzijn
te komen. Er liggen allerlei kansen, die voor mij belangrijke
ontwikkelingen zijn geweest in een wereld die volop in beweging
is.
Je kunt immers
niet leven vanaf de dag van je priesterwijding als je niet voortdurend
met de groei van je missionair bewustzijn bezig bent.
Die groei vindt plaats in de gewone dingen van elke dag. Daar
komt je dingen tegen waarmee je je leven vruchtbaar kunt maken,
nieuwe mogelijkheden, nieuwe kansen. Daarmee krijgt ook je eigen
roeping een eigen gezicht. Het gevoel van 'had ik maar dit, had
ik maar dat” verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Ook hier in Nederland kun je op heel veel manieren werkzaam zijn
als missionaris."
Volle
agenda
Na vier jaar
Obrecht werd Ambro in 1974 aangezocht door de KRO als Hoofd van
de afdeling Godsdienstige programma's van de KRO-RADIO. Hij vervulde
deze taak tot 1996. In die periode heeft hij ook regelmatig plaatsvervangende
functies in andere afdelingen van de KRO-RADIO verricht en was
tweemaal plaatsvervangend direkteur van de radiodienst. Op die
manier heeft hij de vele facetten van het Omroepbedrijf terdege
leren kennen.
In datzelfde
tijdvak bleef zijn aandacht en inzet voor de pastorale praxis
ongewijzigd. Vanaf 1974 was hij assistent in de Vredeskerk in
Amsterdam - Zuid en later tot 1986 in de Don Bosco-parochie in
Alkmaar. Dat jaar werd hij zelfs pastoor van de H. Antonius-parochie
in Kortenhoef. Hieraan werden de pastorale bediening voor de parochies
in Nederhorst den Berg en Ankeveen in de loop van de jaren toegevoegd.
In 1996 werd hij deken van Zaanstad en tegelijkertijd ook deken
van Purmerend.
Op missionair
vlak liet hij zich niet onbetuigd. Vandaag de dag is hij vice-provinciaal
van de SMA—Nederland voor een tweede termijn van zes jaar,
vanaf 1992 was hij voorzitter van het Afrika Centrum in Cadier
en Keer, is voorzitter van het Afrikahuis in Amsterdam, acht jaar
was hij voorzitter van het Centraal Missie Commissariaat en nu
adviseur van het bestuur en gesprekleider bij besuursvergaderingen,
voorzitter van de Commissie Lectuurvoorzieningen Missionarissen,
bestuurslid van de Pauselijke Missiewerken (Missio) en voorzitter
van de Stichting Wereldouders, die een zestal grote weeshuizen
in Centraal Amerika beheert. Bovendien wordt hij regelmatig gevraagd
als inleider op studiedagen en retraites.
KRO-radio
Deze drie
werkterreinen hebben op eigen wijze de groei en het gezicht van
zijn missionaire roeping bepaald.
Ambro hierover:
"Ik ben natuurlijk nooit echt werkzaam geweest op een plek
in Afrika. Wel ben ik vanuit de KRO ontzettend veel in Afrika,
Zuid Amerika en op veel andere plekken in de wereld geweest. Ik
ben de Paus op zijn reizen gevolgd o.a. op de Conferentie in Puebla,
Mexico. Ik heb het voorrecht gehad in Rome, op een na, alle Bisschoppen
Conferenties als verslaggever te volgen.
Ik heb daar
dan ook een heel brede ervaring opgedaan, en heb daar een wereldwijde
missionaire visie voor mijn leven en werk in de media, pastoraat
en organisaties aan te danken. Ik heb die ervaringen ook proberen
mee te nemen in het taken- en uitzendpakket bij de KRO. Via programma’s
o.a. als “Vreemdeling in mijn Vaders huis”, “De
Derde Wereld” en “Joodse wortels van het Christendom”
(tegen het weer opkomend antisemitisme) hebben wij aandacht gevraagd
voor de problematiek- en armoede vraagstukken en de discriminatie
in de Noord—Zuid relatie die steeds meer onder druk komt
te staan. Wij willen toch niet in een zelfgenoegzame samenleving
belanden die weigert over eigen grenzen te kijken?”
CMC
Wil de missionaire
inspanning zinvol en effectief zijn, dan zal het zich voortdurend
moeten toetsen aan de realiteit van een sterk veranderende wereld.
Ook al lopen
de aantallen van beschikbare missionarissen terug, de religieuze
ordes en congregaties in Nederland hebben al jarenlang ingezien
dat gezamenlijkheid hun missionaire vitaliteit gaande houdt.
Dat inzicht
heeft geresulteerd in de oprichting van het Centraal Missie Commissariaat
(CMC), waaraan Ambro ook zijn steentje bijdraagt.
Over de behartiging van de belangen van de Religieuzen, met name
in missionair opzicht, merkt Ambro op: "Binnen het CMC zijn
er natuurlijk verschillende activiteiten, zoals het uitzenden
van jonge missionarissen en het subsidiëren van specifieke
projecten b.v.
Maar ook
een andere activiteit springt eruit, n.l. het Centraal Missie
Beraad Religieuzen, in het bijzonder Groep 4, Dat denkt vooral
na over het begrip Missie. Je kunt de ontwikkeling van dat begrip
volgen in de nota’s die regelmatig het licht zien over identiteit
en mogelijkheden van missionaire bezigheden in onze eigen samenleving.
De laatste nota die verschenen is heeft ook een heel warm onthaal
gehad zowel bij de missionaire werkers als bij de Conferentie
van Nederlandse Religieuzen, die specifiek met missie bezig zijn.
Dan ontdek
je eigenlijk dat het heel goed is dat de Conferentie van Ned.
Religieuzen in het CMBR een denktank heeft, om voortdurend na
te denken over wat onze missionaire verantwoordelijkheid is, niet
alleen naar het Zuiden toe maar ook in onze eigen samenleving.
Dan merk je ook dat missie niet onveranderlijk is maar steeds
in beweging.
Afrikahuis
Als voorbeeld
daarvan zou ik het SMA-Afrikahuis in Amsterdam willen noemen.
De oorspronkelijke
opzet was om West Afrikanen, die hier kwamen, te helpen integreren
in onze eigen samenleving, en wel zo dat het Afrikahuis na een
tweede of derde generatie overbodig zou worden.
In de loop van de tijd echter kom je er achter hoe belangrijk
het is dat die Afrikaanse mensen zich kunnen blijven verzamelen
vanuit hun eigen cultuur in herkenbare groepen. Dat ze ondermeer
het recht hebben om vanuit die eigen cultuur de liturgie te beleven,
waarbij ze ook voelen dat ze als mens ter sprake komen. Allicht
kunnen wij zelf daar ook nog iets van leren. "

Nieuw
perspectief
Was de Derde
Wereld, evenals het missionaire gebeuren, in het verleden een
“Ver van wijn bed”- show voor de meeste Nederlanders,
nu heeft men vaak het sterke gevoel, door de komst van veel asielzoekers,
dat het een “Vlak naast mijn bed”- happening is geworden.
Daaraan wennen
en dat accepteren kost tijd en inspanning.
Als je daarbij de processen van de eenwording van Europa, de invoering
van de Euro en het verval van de Amerikaanse munt, de terugkeer
van werkeloosheid en bezuinigingen betrekt is dat een forse kluif
om te slikken.
"Er is de laatste 20 jaar heel veel gebeurd in Nederland",
zegt Ambro.
"Wij zijn in een multiculturele samenleving terecht gekomen
met alle problemen vandien. Het vraagt om mensen die in dialoog
proberen te gaan met wensen die uit een andere cultuur en gedachtenwereld
komen. Mensen die in staat zijn hun eigen cultuur en opvattingen
niet per se als de enig zaligmakende op te dringen.
Als je bedenkt
dat wij in onze Westerse samenleving meer en meer van elkaar vervreemden,
en je ziet dat in hun cultuur het samen zijn en samen leven als
een groot goed wordt opgevat en beleefd, dan geeft dat toch minstens
te denken. In zo'n dialoog gaat het niet alleen om wat jij te
zeggen hebt aan anderen, maar ook dat je door te luisteren zelf
tevens de conclusie trekt dat je veel te leren hebt van anderen.
In onze kringen noemen we dat een missionaire houding. Ikzelf
ben blij dat wij in een multiculturele samenleving zijn aanbeland.
Missionaire
houding
In het pastoraat
valt het me op dat ook veel anderen, die niet bij een missionaire
congregatie zijn betrokken, toch vanuit hun werk proberen om naar
een missionaire vorm van pastoraat te komen.
Daarin sta
ik dus niet alleen. Ook diocesane clerus, pastorale werksters
en werkers maken zich de houding van het 'helpende pastoraat'
eigen.
In de jaren van mijn pastoraat heb ik geleerd veel minder antwoorden
te geven, maar wel met mensen op weg te gaan. Met mensen meelopen,
ook al gaan ze de verkeerde kant op volgens jou. Je gaat beseffen
dat mensen recht hebben in het leven om eigen antwoorden te zoeken.
Dat zij het recht hebben om vanuit hun eigen situatie te vertrekken
en vanuit hun eigen verleden.
Als pastor is het vooral zaak om te luisteren en zo dingen te
herkennen, waarbij je misschien behulpzaam kunt zijn. Vanuit je
eigen professionaliteit mag je dat ook doen, maar dan wel op voorwaarde
dat je mensen de ruimte laat hun eigen weg te gaan en hun eigen
antwoorden te vinden."
Elkaar
nabij
Als vice-provinciaal
heeft Ambro verschillende malen confraters bezocht die in Afrika
aan de slag zijn in het pastoraat. Over wat hem daar opviel zegt
hij: "In Afrika heb ik gemerkt dat wij niet meer zo vast
zitten aan het eenrichting pastoraat, het gesprek tussen pastor
en individuele gelovige. Er worden nu veel meer dingen ter sprake
gebracht in een gemeenschappelijk gebeuren. In Afrika en ook elders
in de wereld heeft het pastoraat sociale consequenties naar de
gemeenschap toe.
Daarbij komt
de nadruk sterk te liggen bij de opdracht van elke christen, uit
hoofde van zijn doopsel, om elkaar nabij te zijn. In dit verband
heb ik vaak gedacht dat mensen in moeilijkheden beter uit de voeten
kunnen als ze een goede vriend of vriendin hebben, die nabij zijn
als woorden er niet toe doen. Als mensen in de put zitten hebben
ze daar recht op.

Dan is de
beste hulp om hen nabij te zijn met een stil gebaar.
Dat is ook de reden waarom ik ervoor gekozen heb om mensen zoveel
mogelijk met elkaar in contact te brengen. Mensen die allemaal
vanuit hun levenservaringen elkaar bij kunnen staan en verder
helpen. Daar kan geen cursus tegenop. Mensen die gaan trouwen,
mensen die een partner verloren hebben, mensen die met serieuze
ziektes kampen, mensen die moeilijkheden hebben bij de geloofsopvoeding
van hun kinderen, etc. etc. Als groep en gemeenschap helpen ze
elkaar over de brug. Tenslotte gaat het in het pastoraal om de
mensen zelf.
Ik heb het
voorrecht gehad rond te kijken in de wereldwijde kerkgemeenschap.
Overal waar de christengemeenschap die onderlinge zorg beoefend
worden problemen zo niet opgelost toch leefbaarder. Dat is puur
missionair.
Ook in onze multiculturele samenleving zou op de plekken waar
mensen werken en leven deze samenspraak en onderlinge zorg weldadig
werken bij een goede integratie. Ik meen dat als je mensen, die
uit andere culturen en samenlevingen komen, met respect tegemoet
treedt en met het gevoel dat je iets van elkaar kunt leren, je
je niet laat meeslepen in een soort vreemdelingenhaat die automatisch
opkomt waar het onze economische bedrijfsvoering raakt."
Collegiale
inzet
Op het ogenblik
zijn er nogal wat missionarissen, die om gezondheidsredenen
in Nederland teruggekeerd zijn, werkzaam hier in het parochiepastoraat.
Ambro ontmoet ze regelmatig en is enthousiast over hun werk, Hij
zegt: "Missionarissen van de SMA werken allemaal vanuit een
bepaalde spiritualiteit en doelstelling en dat zijn de Afrikanen.
Als ik ze
tegenkom in het bisdom Haarlem merk ik dat meteen aan hen eenvoudige
levensstijl en hun spontane omgang met de mensen, veel mondialer
en wat minder vanuit strakke regels. Afrika is blijkbaar zo door
hun hart en nieren gegaan dat, als je bij hen binnenkomt, het
interieur meestal uit Afrikaanse herinneringen bestaat. Ze zijn
binnen de parochie op een manier bezig, die heel sterk missionair
ingevuld kan morden. Dat merk ik niet alleen bij de lekenmissionarissen,
die ons voortdurend vragen om bijeen te mogen komen om zich met
elkaar te bezinnen op de vraag hoe ze binnen hun werk in eigen
land missionair kunnen zijn.
Ook priestermissionarissen,
die hier nu werken, kunnen op Priesterberaden met hun verhalen
over hun werkervaringen in de wereldkerk hun deskundigheid en
visie inbrengen. Dat kan voor zo'n beraad verrassend en verrijkend
werken. Dat breekt de Nederlandse cultuur wat open en draagt terdege
bij in de vorming van de multiculturele samenleving.
Het is wat
dat betreft geen nieuws meer. Iedereen voelt gewoon dat het gaat
om die grote wereld waarin wij leven, en waar wij ontzettend veel
van elkaar kunnen leren."
Martin Peters