MISSIEHUIS
CADIER EN KEER : SPRINGPLANK OF RUSTBANK?
Stralend
en in alle rust ligt het S.M.A. missiehuis tijdens deze mei-dagen
op de helling van het Bakkersbosch in het zonnetje te koesteren.
Tè rustig en tè gezapig vindt de nieuwe generatie
van jonge missionarissen die voor meer dan de helft uit leken
bestaat.
Het missiehuis
herbergt vier missionaire core-activiteiten van de S.M.A., die
zich nog steeds een daadwerkelijk missionerende en toekomstgerichte
missionaire groepering van de Rooms Katholieke Kerk wil blijven
noemen , waar anderen allang een “wie legt de sleutel onder
de mat ?”beleid voeren.
Vooreerst is er het Afrika Centrum met museum, bibliotheek, workshops
etc. geheel gericht op een betere bewustmaking van de Afrikaanse
culturen met name onder de jongeren. Het beantwoordt aan de doelstellingen
van de missionaire visie van de SMA, zeker als het gaat om bewustwording
binnen kerk en maatschappij in Nederland. Met meer dan 18.000
bezoekers is het een volwaardige en belangrijke missionaire activiteit
die hoogst actueel genoemd kan worden vandaag de dag.Vraag wordt
wellicht in de toekomst in hoeverre medewerkers een groot aantal
vrijwilligers van het Afrika Centrum zich in de SMA herkennen,
niet alleen als bron van oorsprong, maar ook nog als belangrijke
inspirator en huidig verantwoordelijke.
Vervolgens
is er de fondswerving. Sinds jaar en dag kent de SMA twee grote
acties. De Lourdes actie in het voorjaar en de kerstkaarten actie
in december.
Deze twee acties staan al jaren onveranderd op het programma.
Voor zover de niet altijd even gemakkelijk te verkrijgen informatie
in deze reikt, handhaaft zich het niveau van opbrengsten die aan
de missionaire activiteiten van de SMA in de brede zin van het
woord besteed worden. Vergrijzing van het donor-bestand wordt
wel geconstateerd maar tot nu toe weinig aan gedaan.
De opleiding tot zowel priester als leken missionaris is tot nu
toe door de SMA serieus genomen en vindt haar realisatie binnen
het CMPA (Centrum Missionaire Participatie Afrika) . Daarmee is
de SMA het enige instituut dat missionaire veldwerkers binnen
de Nederlandse kerk opleidt. Het resultaat mag er zijn.De laatste
jaren zijn zeven Nederlandse en zes Poolse mannen vanuit Cadier
en Keer tot priester gewijd en vetrokken er meer dan vijftien
vrouwen en mannen als leken missionaris. Niet altijd met onverdeeld
succes als men kijkt hoe het deze jonge mensen na hun opleiding
vergaat, maar toch in grote meerderheid een aanwas waar de SMA
zeker trots op mag zijn. Zeker waar het priesterkandidaten aangaat
staat men niet voor de deur te trappelen en is het huidige bestuur
tanend met het willen overschrijden van grenzen binnen het Europa
van morgen als het gaat om werven van nieuwe leden. Momenteel
studeren er nog twee priester en vijf leken kandidaten.
Waar wringt dan de schoen als er ondanks het tegen de stroom oproeien
van het Nederlandse SMA- schip, toch redelijk koers schijnt te
worden gehouden ?
De jongere generatie vindt dat er meer resultaten met meer jonge
missionarissen in de missie bereikt konden worden, als de aandacht
voor het KVH (kloosterverzorgingshuis) niet zo buiten proportioneel
de aandacht gegeven zou worden.
En daarmee
zijn we bij de vierde activiteit die zich binnen het missiehuis
afspeelt: namelijk de zorg en aandacht voor de oudere missionarissen
van de SMA de OLA zusters en tegenwoordig ook al een aantal verzorgingsbehoeftigen
zonder missionair verleden.
Uiteraard
is de zorg voor de terugkerende missionaris van groot belang,
temeer daar door het zo lang afwezig zijn m.b.t. eigen familie,
zij of hij meer dan welk ander religieus dan ook aangewezen is
op zijn eigen instituut.
Voor de meeste religieuze instituten of congregaties is het echter
praktisch de enige zorg die men nog heeft en wordt er daadwerkelijk
nog maar weinig over wat anders gepraat of vergaderd. Een discussie
die overigens gewild of ongewild overgenomen wordt door ingehuurde
deskundigen die er zorg voor moeten dragen dat de geldstroom van
overheidswege niet stagneert. Want hier ligt met name voor de
SMA het grote verschil met haar andere activiteiten: de bejaardenzorg
wordt in haar totaliteit tot nu toe bijna helemaal gesubsidieerd
door de overheid ! Iets waar de overheid steeds meer van af wil,
want het moet allemaal goedkoper en dus “thuiszorg”worden.
Maar zelfs dan is het zaak er voor te zorgen dat het missiehuis
het huis van de zorg blijft en de overheidssteun in goede banen
wordt binnen geleid. Daar heeft de jonge generatie ook nog geen
moeite mee.
Waar de onvrede
ontstaat is op het moment dat als het over visie en beleid gaat,
men weinig of geen rekening houdt met het feit dat er een beleid
en visie op tafel ligt waar weinig of niet naar gekeken wordt
! Elke zes jaar is er een gekozen vergadering die zich buigt over
de afgelopen en vooral de komende zes jaar.
De laatste
was in 2001. En ofschoon met betrekking tot ouderenzorg alles
in het werk gesteld is en er zelfs een jonge leken-missionaris
full-time ter beschikking is, die praktisch geheel wordt opgeslorpt
door de bejaardenproblematiek, wordt met betrekking tot uitzending
van nieuwe missionarissen alleen maar met de wenkbrauwen gefronst
vanwege de hoge kosten en de moeilijkheden in het veld. Natuurlijk
onderkennen de jongeren dat binnen de kerk zelf fondsen werven
vandaag de dag wat anders is dan fondsen van de overheid verkrijgen.
Maar jongeren werven die vervolgens struikelen over de rollators
in de gangen van het missiehuis, is geen aanbieden van toekomstperspectief.
En het is nog maar de vraag of de oudere missionarissen dat zelf
ook zo willen. Of men inderdaad zit te wachten op een afkoelmachine
voor de pudding die 17.000,- Euro (!) kost, of er inderdaad een
zonwering van duizenden Euro’s moet komen voor ramen waar
de zon amper op schijnt, etc.
De Provinciale
vergadering van 2001 gaf hoogste prioriteit aan werving, vorming
en uitzenden van nieuwe missionarissen. Kwalitatieve voorbereiding
door gedegen studie en vorming dienen daaraan vooraf te gaan.
Het was de reden waarvoor het missiehuis meer als honderd jaar
geleden gebouwd werd. Natuurlijk is het een goede plek en kan
het zelfs een verrijking voor de opleiding zijn als de terugkerende
missionaris er ook zijn home vindt, maar als de uiteindelijke
aandacht en middelen op de eerste plaats bestemd zijn voor de
ouderen dan heeft de SMA een probleem binnen haar gelederen.
Gelukkig is er eind juni een BPB (Bijzonder Provinciaal Beraad),
dan komen allen die deelgenomen hebben aan de Provinciale Vergadering
van 2001 weer bij elkaar en daar alleen kan beleid worden ge(her)formuleerd
als de SMA tenminste zich zelf wil blijven en door wil blijven
varen met jonge krachten.