Onze Krant is het
familieblad voor alle missionarissen, vrienden, bekenden, weldoeners en verdere supporters van de SMA.

Wilt U meer weten?
Neem contact op met
Ton Storcken SMA:
Rijksweg 15
6267 AC Cadier en Keer
tel: 043-407 73 73
fax: 043-407 73 74
e-mail:

t.storcken@bisdom-roermond.nl


25 jaar SMA Afrika Huis Amsterdam

door Martin Peters

Wie luistert naar mijn verhaal?

Het leed dat armoede heet heeft in de loop der eeuwen ontelbare mensen op de vlucht gejaagd, op zoek naar betere oorden om een menswaardiger bestaan te vinden. Zelfs volksverhuizingen zijn in die geschiedenis geen onbekend gegeven.

Het zou echter een grote 'denkfout' zijn om het asielzoekers vraagstuk in onze tijd bij het begrip 'volksverhuizing' onder te brengen. Immers asielzoekers komen uitgemeenschappen van mensen voor wie overleven dagelijkse kost is, en die ernstig nadenken over het verbeteren van hun levensomstandigheden door eigen inspanningen. Pas als al die pogingen geen of weinig resultaat opleveren richt men zijn aandacht op mogelijkheden buiten eigen vertrouwde gebieden. Meestal heeft dat tot gevolg dat de jongeren op zoek gaan naar werk in de steden. Die toeloop is echter zo groot, vooral in Afrika, dat de meesten van hen geen betaald werk vinden en verloren lopen. Als laatste strohalm gaat men dan binnen de gemeenschap op zoek naar een persoon, die
ondernemingsgeest heeft en het vertrouwen van de mensen geniet, om hem of haar over te halen betaald werk te zoeken in rijke landen overzee. Kosten voor reis en benodigde
documenten worden dan hutje bij mutje bijgedragen uit de schamele spaarcentjes voor eigen begrafenis, trouwfeest of schoolgeld. En er wordt wat afgebeden in die gemeenschap- pen om Gods zegen over de onderneming te verkrijgen. Een betere vorm van onderlinge solidariteit en beschaving in de omgang met het gemeenschappelijke probleem van overleven is ondenkbaar.

Dat het gevoel van verantwoordelijkheid om te slagen onder asielzoekers uit Afrika groot is zal dan ook niemand kunnen verbazen. Terzelfdertijd wordt iedere asielzoeker uit Afrika geconfronteerd met de complexiteit van de moderne wereld en de diversiteit van opvattingen, beleving, cultuur, taal en wettelijke bepalingen. Een shock die hij moet verwerken. Waar vindt hij een klankbord voor zijn vragen, waar hulp in nood?

Meer dan 25 jaar geleden speelde de gedachte al mee in het Centraal Missie Commissariaat (CMC), het overlegorgaan van de gezamenlijke Missie Instituten in Nederland, dat de komst van vele asielzoekers uit Afrika een serieuze uitdaging
vormde voor de betreffende ordes en congregaties. Hoe die uitdaging in te vullen was, gezien hun gebrek aan ervaring met deze groep mensen was niet onmiddellijk duidelijk. In
mijn gesprek met pater Gerard Timmermans SMA, overste van het Afrika Huis in Amsterdam, werd het mij duidelijk hoe de SMA-NEDERLAND haar missionaire werkplek onder de Afrikaanse asielzoekers geleidelijk heeft ingevuld over een
periode van 25 jaar.

WINNEBA Besluit
In februari 1980 kwamen de leidinggevenden van de SMA-NEDERLAND samen voor de halfjaarlijkse vergadering in Winneba, Ghana. Ghana zat in die jaren in een moeilijke politieke periode. Jerry Rawlings had pas een staatsgreep gepleegd vanwege de onvrede over het gevoerde beleid van de regering. Mensen die het daar niet mee eens waren vluchtten het land uit. Zij vielen officieel onder de groep Politieke Vluchtelingen, zoals bedoeld en geformuleerd in de documenten van het Verdrag van Genève. De vergadering was echter meer bezorgd om de grote groep jongere Ghanezen, die het land verlieten om het nare probleem van de rampzalige armoede in hun gemeenschappen door werk in het buitenland te helpen verzachten. Steden in Europa die als concentratieplekken voor deze Afrikaanse emigranten werden genoemd waren Berlijn, Hamburg, Antwerpen en Amsterdam. Indachtig het gevleugelde gezegde van de SMA stichter, Mgr. Marion de Brésillac, "Waar de Afrikanen zijn, daar zijn wij" besloot men om binnen 6 maanden iemand uit de groep aan te stellen om in Amsterdam op verkenning te gaan. Frans Thoolen, toen nog lekenlid van de SMA, werd voor die opdracht aangewezen. De situatie, die Frans te lijf moest gaan, verschilde in wezen niet van de situatie waarvoor de pioniermissionarissen in Afrika zich gesteld zagen in het begin van de vorige eeuw: contacten leggen. Ik herinner mij de verhalen nog van oud-missionarissen, die dagenlang aan de rand van een belangrijk dorp in de streek gingen zitten wachten totdat ze door de chief (dorpsoudste) na drie dagen werden uitgenodigd om hun verhaal te doen.

Contacten leggen
In het moderne Amsterdam zwerft Frans rond het Centraal station, rijdt mee op trams en bezoekt De Bijlmer. Daar deelt hij zijn kaartje met het Nijmegen adres van het SMA Provincialaat uit aan vermoedde Afrikanen. Omdat Frans, na een jaar Ghana voor studie van de Twi-taal, die taal kan herkennen, komt hij ook enkele Ghanezen tegen. Maar ruwweg gezien bleven die contacten oppervlakkig, temeer omdat Frans geen vaste stek in Amsterdam had, maar iedere week op en neer reisde tussen Heerlen (of later Nijmegen) en de hoofdstad. Desondanks, was Frans geen verzoek teveel van de Afrikanen, die hij kon helpen. Hij logeerde overal waar hij welkom was. Al met al was dat toch onbevredigend. Geinwijk 526 in de Bijlmer wordt het vaste adres van Frans en hij noemde het OSOFO FIE, wat Ghanees is voor pastorie.

Stennis
0mdat hij de eerste moeilijke jaren als 'Lone Ranger' had moeten werken, zag Frans er geen been in dat Afrikanen bij hem konden overnachten, als dat nergens anders kon. Maar terwijl Frans bezig was papieren te regelen voor iemand die naar Ghana terug wilde, deed de Politie een inval in Geinwijk 526 op zoek naar illegalen. Bingo voor de Politie. Frans mocht voorlopig de flat niet meer in.
Het werd een landelijke stennis, waar prominente Nederlanders, zoals de onvergetelijke Marga Klompé, opkwamen voor het goede werk en de ondersteuning van mensen die aan de onderkant van de samenleving rondlopen en hun verhaal niet kunnen doen.
Resultaat was dat OSOFO FIE geen nachtverblijf meer mocht aanbieden, maar iedere Afrikaan wel mocht helpen. Voor overnachtingen moest men doorverwijzen naar andere, door de regering erkende adressen. Die uitgezuiverde situatie geldt nog tot de dag van vandaag. Het werk wordt gedoogd.

Geinwijkflat
ln 1981 kreeg Frans hulp van Toon ten Molder, die pas terug uit Ghana, zich wilde inzetten voor het werk in Amsterdam. Omdat Toon goed Twi kon spreken was dat een enorme verrijking. Diepgaande conversaties werden toen mogelijk.
Frans had de eerste jaren vooral moeten improviseren, Afrikanen vertrouwd doen raken met de diensten die hij kon bieden. Zijn huis bood een huiskamersfeer, een postadres voor velen, een parkeerplaats voor koffers van Afrikanen zonder een vast onderkomen, een sociale ontmoetingsplek, gelegenheid voor gebedsdiensten en oecumenische ontmoetingen, een ruimte voor Afrikaanse vrijwilligers die de 'NEVER DESPAIR' nieuwsbrief het licht deden zien, een inlichtingendienst voor
verblijf- en werkvergunningen, en begeleiding voor terugkeer naar eigen land...etc.
Toen verschillende andere religieuze en pastorale organisaties in Amsterdam zich medeverantwoordelijk betuigden voor het werk van de OSOFO FIE, werd het in 1985 omgedoopt tot de Stichting Pastoraat voor West Afrikanen. Pastorale zorg moest uit de verf komen.

Evaluatie
Ruimte in de Geinwijkflat was niet meer toereikend voor de structurele hulp die men wilde gaan bieden. Tegelijkertijd kwam de kosterswoning van de Gerefor- meerde Kerk aan de Govert Flinckstraat leeg te staan. Ofschoon het pand aan enkele reparaties toe was, bood het de ruimte van een kerkzaal, een bijzaal, twee keukentjes, enkele toiletten,een gang, vijf kamers en een douchegelegenheid.
De verhuizing was tevens een moment van bezinning. Het missionaire begrip van "al doende leert men" moest ook op dit moment geëvalueerd worden. SMA-NEDERLAND wil vanuit eigen geschiedenis en identiteit haar bijdrage geven aan de Afrikaanse mensen die deel gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving. Die bijdrage is anders dan de financiële en praktische diensten die VLUCHTELINGEN HULP NEDERLAND en veel andere organisaties, van regeringswege of particulier initiatief, voor ogen staat.
SMA NEDERLAND streeft ernaar een plek te scheppen voor Afrikanen, met name West Afrikanen in Amsterdam. Een pied-à-terre waar zij zich onderling thuis voelen, op eigen wijze hun religieuze diensten kunnen vieren, en samen het proces van integratie met behoud van eigen identiteit kunnen aangaan. Daarbij kan die plek ook dienen als verwijscentrum naar instanties die hulp kunnen bieden bij het beantwoorden van andere vragen en noden.

Govert Flinckstraat
Begin maart 1984 huurt de SMA de nieuwe ruimte. Frans concentreert zich op het pastorale en sociale werk. Nu er genoeg ruimte is, krijgen Huiskamer- en sociale activiteiten een eigen plek. Toon is op de achtergrond de vraagbaak voor iedere gast die zich meldt met diverse noden. Toon verwijst naar de juiste instanties. Zijn aandacht gaat echter ook uit naar een nieuwe groep Afrikaanse asielzoekers, die als illegalen in de Bijlmerbajes zijn beland. Hij bezoekt hen eenmaal per week, maar in de loop van de jaren vereist deze geestelijke zorg meer en meer tijd.

Vanaf het begin had Frans religieuze diensten gefaciliteerd in eigen flat of elders voor zijn Afrikaanse vrienden. Voor hen is godsdienst een wezenlijk onderdeel van hun leven. Zij gaan er in op, en putten er kracht uit.
Omdat in Zuid-Oost veel van de Afrikanen woonden, faciliteerde Frans een plek in de Graankorrel Kerk. Het aantal deelnemers groeide in de loop van de jaren, omdat men zich thuis voelde bij de uitbundige liturgievieringen met eigen gezang en dans. Omdat men de ruimte huurde moest men zich tot 1,5 uur beperken. Dan stond weer een andere groep klaar om hun viering te beginnen. Dat werd toen als een belemmering ervaren, want Afrikanen nemen de tijd. Voor hen is het gebeuren belangrijker dan de tijdspanne van een viering. Het duurde echter tot 1994, toen het huidige Afrika Huis in de Van Ostadestraat vrij kwam, dat er geen tijdsbelemmering meer was. Nu komen er 200 tot 250 Afrikanen van heinde en ver naar de zondagsvieringen in de All Saints Church. Ook de onderlinge hulp is prominent aanwezig.

Groepsontspanning
In 1985 vertrok Frans uit Amsterdam en begon hij zijn veelzijdig werk voor de vluchtelingen bij de Europesche Unie in Brussel, vredesmissie tussen ANC en IFP in Kwazulu Natal, Zuid Afrika en uiteindelijk bij de sectie Vluchtelingen van de Raad voor Migratie en Rondtrekkenden in het Vaticaan. Maar al die jaren bleef zijn interesse voor het Amsterdam Project groot. Met de hulp van Afrikaanse vrijwilligers en enkele SMA-ers zet Toon de assistentie, in de breedste zin van het woord, aan Afrikaanse vluchtelingen door.
Sommigen van hen keren terug naar hun land, anderen blijven en weer anderen emigreren door naar Amerika en Canada.
Ondanks het feit dat de wetgeving voor asielzoekers in Nederland vanaf eindjaren 80 strenger en strenger werd, was er toch tijd en gelegenheid in de Govert Flinckstraat Huiskamer voor groepsontspanning. Wekelijks was er een groepsmaaltijd, beoefende men muziek en dans in groepjes, woonde men taallessen bij en hield men culturele bijeenkomsten. Dat krikte het gevoel van eigenwaarde flink op bij de deelnemers.
Even realiseerde men zich dan dat niet alles 'kommer en kwel' was.

Terugkeerproject
Toch werd het duidelijk dat de veerkracht van veel asielzoekers taande door de teleurstellingen waar ze steeds maar weer tegenop liepen. Het gevoel dat men er maar niet in slaagde eigen verwachtingen en die van het thuisfront in te vullen eiste haar tol. Wat te doen ? Een denktank van medewerkers, waaronder journalisten, advocaten en Afrikanen uit de grote groep asielzoekers stelde voor een Terugkeerproject op poten te zetten. Schoorvoetend ging men akkoord. Wel werd alles uit de kast gehaald om vertrekkenden te voorzien van geld en goederen of een training in vaardigheden, om thuis aan de slag te kunnen. In Ghana werden ze dan opgevangen door SMA-ers, die er ook voor zorgden dat de terugkeer in familiekring zo goed mogelijk werd begeleid.


Gerard Timmermans SMA,
Overste SMA Afrika Huis Amsterdam

Van Ostadestraat
Begin negentiger jaren kwam er ook meer beweging in de Pastorale zorg voor Afrikaanse asielzoekers. Op parochieniveau groeide de wens dat een Afrikaanse priester de zielzorg op zich zou nemen.
Toen in 1994 het Multifunctionele kerkgebouw aan de Van Ostadestraat vrij kwam, en ook Mgr. Bomers van Haarlem de ruimte van harte gunde aan Afrikaanse en andere vluchtelingen, verhuisde parochie en Huiskamer van de Govert Flinck - naar de huidige locatie, Het Afrika Huis.
Vanaf 1993 werd de opbouw van de parochie, huisbezoek, pastorale en liturgische diensten
toevertrouwd aan Afrikaanse priesters uit Ghana.
Achtereenvolgend functioneerden Rev. Edmund Arkordor, Rev. Felix Amofah en Rev. Jude Eduafo-Ampah. Deze voorgangers waren en zijn er voor de engelssprekende Afrikanen. In september a.s. wordt Rev. Paul Mensah de opvolger.
Het Huiskamer Project bleef altijd onder verantwoordelijkheid van de SMA-communiteit. Oversten in Het Afrika Huis waren Gé Buurman, Joseph Uum en Gerard Timmermans. Gerard Noom heeft er coördinatie gedaan. Na het vertrek van Toon ten Molder in 1997 naar het Justitie pastoraat nam Rev. Jude Eduafo-Ampah twee dagen per week de Huiskamer over tot 1999. De inspanning van de OLA zusters heeft al veel bijgedragen aan de eerste opbouw van de parochie. Binnenkort komen zusters Nora en Bernadette dat werk voortzetten. Het Afrika Huis, met name het HUISKAMER Project, blijft het verwijscentrum voor Afrikaanse asielzoekers en vluchtelingen. Er wordt geluisterd naar het verhaal van iedereen die daar aanklopt, al bijna 25 jaar lang.

Jubileumviering 16 en 17 oktober 2004.
Daar wil het Afrika Huis bij stil staan op zaterdag 16 oktober a.s. in een Discussie Forum met het thema: ‘INTEGRATIE en IDENTITEIT’ . Inleider is de Fractievoorzitter Maarten van de Poelgeest van Groen Links in Amsterdam en Panelleden uit de Missionerende Organisaties in Nederland.
Op zondag 17 oktober om 11.30 uur viert de parochie ALL SAINTS in een Pontificale Hoogmis door
Peter Kardinaal Turkson uit Ghana de inzet van velen voor de Afrikaanse mensen die
onderdak in Nederland gezocht-, soms gevonden hebben.