25 jaar
SMA Afrika Huis Amsterdam
door Martin Peters
Wie luistert naar
mijn verhaal?
Het leed dat armoede
heet heeft in de loop der eeuwen ontelbare mensen op de vlucht
gejaagd, op zoek naar betere oorden om een menswaardiger bestaan
te vinden. Zelfs volksverhuizingen zijn in die geschiedenis geen
onbekend gegeven.
Het zou echter
een grote 'denkfout' zijn om het asielzoekers vraagstuk in onze
tijd bij het begrip 'volksverhuizing' onder te brengen. Immers
asielzoekers komen uitgemeenschappen van mensen voor wie overleven
dagelijkse kost is, en die ernstig nadenken over het verbeteren
van hun levensomstandigheden door eigen inspanningen. Pas als
al die pogingen geen of weinig resultaat opleveren richt men zijn
aandacht op mogelijkheden buiten eigen vertrouwde gebieden. Meestal
heeft dat tot gevolg dat de jongeren op zoek gaan naar werk in
de steden. Die toeloop is echter zo groot, vooral in Afrika, dat
de meesten van hen geen betaald werk vinden en verloren lopen.
Als laatste strohalm gaat men dan binnen de gemeenschap op zoek
naar een persoon, die
ondernemingsgeest heeft en het vertrouwen van de mensen geniet,
om hem of haar over te halen betaald werk te zoeken in rijke landen
overzee. Kosten voor reis en benodigde
documenten worden dan hutje bij mutje bijgedragen uit de schamele
spaarcentjes voor eigen begrafenis, trouwfeest of schoolgeld.
En er wordt wat afgebeden in die gemeenschap- pen om Gods zegen
over de onderneming te verkrijgen. Een betere vorm van onderlinge
solidariteit en beschaving in de omgang met het gemeenschappelijke
probleem van overleven is ondenkbaar.
Dat het gevoel
van verantwoordelijkheid om te slagen onder asielzoekers uit Afrika
groot is zal dan ook niemand kunnen verbazen. Terzelfdertijd wordt
iedere asielzoeker uit Afrika geconfronteerd met de complexiteit
van de moderne wereld en de diversiteit van opvattingen, beleving,
cultuur, taal en wettelijke bepalingen. Een shock die hij moet
verwerken. Waar vindt hij een klankbord voor zijn vragen, waar
hulp in nood?
Meer dan 25 jaar
geleden speelde de gedachte al mee in het Centraal Missie Commissariaat
(CMC), het overlegorgaan van de gezamenlijke Missie Instituten
in Nederland, dat de komst van vele asielzoekers uit Afrika een
serieuze uitdaging
vormde voor de betreffende ordes en congregaties. Hoe die uitdaging
in te vullen was, gezien hun gebrek aan ervaring met deze groep
mensen was niet onmiddellijk duidelijk. In
mijn gesprek met pater Gerard Timmermans SMA, overste van het
Afrika Huis in Amsterdam, werd het mij duidelijk hoe de SMA-NEDERLAND
haar missionaire werkplek onder de Afrikaanse asielzoekers geleidelijk
heeft ingevuld over een
periode van 25 jaar.

WINNEBA
Besluit
In februari 1980 kwamen de leidinggevenden van de SMA-NEDERLAND
samen voor de halfjaarlijkse vergadering in Winneba, Ghana. Ghana
zat in die jaren in een moeilijke politieke periode. Jerry Rawlings
had pas een staatsgreep gepleegd vanwege de onvrede over het gevoerde
beleid van de regering. Mensen die het daar niet mee eens waren
vluchtten het land uit. Zij vielen officieel onder de groep Politieke
Vluchtelingen, zoals bedoeld en geformuleerd in de documenten
van het Verdrag van Genève. De vergadering was echter meer
bezorgd om de grote groep jongere Ghanezen, die het land verlieten
om het nare probleem van de rampzalige armoede in hun gemeenschappen
door werk in het buitenland te helpen verzachten. Steden in Europa
die als concentratieplekken voor deze Afrikaanse emigranten werden
genoemd waren Berlijn, Hamburg, Antwerpen en Amsterdam. Indachtig
het gevleugelde gezegde van de SMA stichter, Mgr. Marion de Brésillac,
"Waar de Afrikanen zijn, daar zijn wij" besloot men
om binnen 6 maanden iemand uit de groep aan te stellen om in Amsterdam
op verkenning te gaan. Frans Thoolen, toen nog lekenlid van de
SMA, werd voor die opdracht aangewezen. De situatie, die Frans
te lijf moest gaan, verschilde in wezen niet van de situatie waarvoor
de pioniermissionarissen in Afrika zich gesteld zagen in het begin
van de vorige eeuw: contacten leggen. Ik herinner mij de verhalen
nog van oud-missionarissen, die dagenlang aan de rand van een
belangrijk dorp in de streek gingen zitten wachten totdat ze door
de chief (dorpsoudste) na drie dagen werden uitgenodigd om hun
verhaal te doen.
Contacten leggen
In het moderne Amsterdam zwerft Frans rond het Centraal station,
rijdt mee op trams en bezoekt De Bijlmer. Daar deelt hij zijn
kaartje met het Nijmegen adres van het SMA Provincialaat uit aan
vermoedde Afrikanen. Omdat Frans, na een jaar Ghana voor studie
van de Twi-taal, die taal kan herkennen, komt hij ook enkele Ghanezen
tegen. Maar ruwweg gezien bleven die contacten oppervlakkig, temeer
omdat Frans geen vaste stek in Amsterdam had, maar iedere week
op en neer reisde tussen Heerlen (of later Nijmegen) en de hoofdstad.
Desondanks, was Frans geen verzoek teveel van de Afrikanen, die
hij kon helpen. Hij logeerde overal waar hij welkom was. Al met
al was dat toch onbevredigend. Geinwijk 526 in de Bijlmer wordt
het vaste adres van Frans en hij noemde het OSOFO FIE, wat Ghanees
is voor pastorie.
Stennis
0mdat hij de eerste moeilijke jaren als 'Lone Ranger' had moeten
werken, zag Frans er geen been in dat Afrikanen bij hem konden
overnachten, als dat nergens anders kon. Maar terwijl Frans bezig
was papieren te regelen voor iemand die naar Ghana terug wilde,
deed de Politie een inval in Geinwijk 526 op zoek naar illegalen.
Bingo voor de Politie. Frans mocht voorlopig de flat niet meer
in.
Het werd een landelijke stennis, waar prominente Nederlanders,
zoals de onvergetelijke Marga Klompé, opkwamen voor het
goede werk en de ondersteuning van mensen die aan de onderkant
van de samenleving rondlopen en hun verhaal niet kunnen doen.
Resultaat was dat OSOFO FIE geen nachtverblijf meer mocht aanbieden,
maar iedere Afrikaan wel mocht helpen. Voor overnachtingen moest
men doorverwijzen naar andere, door de regering erkende adressen.
Die uitgezuiverde situatie geldt nog tot de dag van vandaag. Het
werk wordt gedoogd.
Geinwijkflat
ln 1981 kreeg Frans hulp van Toon ten Molder, die pas terug uit
Ghana, zich wilde inzetten voor het werk in Amsterdam. Omdat Toon
goed Twi kon spreken was dat een enorme verrijking. Diepgaande
conversaties werden toen mogelijk.
Frans had de eerste jaren vooral moeten improviseren, Afrikanen
vertrouwd doen raken met de diensten die hij kon bieden. Zijn
huis bood een huiskamersfeer, een postadres voor velen, een parkeerplaats
voor koffers van Afrikanen zonder een vast onderkomen, een sociale
ontmoetingsplek, gelegenheid voor gebedsdiensten en oecumenische
ontmoetingen, een ruimte voor Afrikaanse vrijwilligers die de
'NEVER DESPAIR' nieuwsbrief het licht deden zien, een inlichtingendienst
voor
verblijf- en werkvergunningen, en begeleiding voor terugkeer naar
eigen land...etc.
Toen verschillende andere religieuze en pastorale organisaties
in Amsterdam zich medeverantwoordelijk betuigden voor het werk
van de OSOFO FIE, werd het in 1985 omgedoopt tot de Stichting
Pastoraat voor West Afrikanen. Pastorale zorg moest uit de verf
komen.
Evaluatie
Ruimte in de Geinwijkflat was niet meer toereikend voor de structurele
hulp die men wilde gaan bieden. Tegelijkertijd kwam de kosterswoning
van de Gerefor- meerde Kerk aan de Govert Flinckstraat leeg te
staan. Ofschoon het pand aan enkele reparaties toe was, bood het
de ruimte van een kerkzaal, een bijzaal, twee keukentjes, enkele
toiletten,een gang, vijf kamers en een douchegelegenheid.
De verhuizing was tevens een moment van bezinning. Het missionaire
begrip van "al doende leert men" moest ook op dit moment
geëvalueerd worden. SMA-NEDERLAND wil vanuit eigen geschiedenis
en identiteit haar bijdrage geven aan de Afrikaanse mensen die
deel gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving. Die bijdrage
is anders dan de financiële en praktische diensten die VLUCHTELINGEN
HULP NEDERLAND en veel andere organisaties, van regeringswege
of particulier initiatief, voor ogen staat.
SMA NEDERLAND streeft ernaar een plek te scheppen voor Afrikanen,
met name West Afrikanen in Amsterdam. Een pied-à-terre
waar zij zich onderling thuis voelen, op eigen wijze hun religieuze
diensten kunnen vieren, en samen het proces van integratie met
behoud van eigen identiteit kunnen aangaan. Daarbij kan die plek
ook dienen als verwijscentrum naar instanties die hulp kunnen
bieden bij het beantwoorden van andere vragen en noden.
Govert
Flinckstraat
Begin maart 1984 huurt de SMA de nieuwe ruimte. Frans concentreert
zich op het pastorale en sociale werk. Nu er genoeg ruimte is,
krijgen Huiskamer- en sociale activiteiten een eigen plek. Toon
is op de achtergrond de vraagbaak voor iedere gast die zich meldt
met diverse noden. Toon verwijst naar de juiste instanties. Zijn
aandacht gaat echter ook uit naar een nieuwe groep Afrikaanse
asielzoekers, die als illegalen in de Bijlmerbajes zijn beland.
Hij bezoekt hen eenmaal per week, maar in de loop van de jaren
vereist deze geestelijke zorg meer en meer tijd.
Vanaf het begin
had Frans religieuze diensten gefaciliteerd in eigen flat of elders
voor zijn Afrikaanse vrienden. Voor hen is godsdienst een wezenlijk
onderdeel van hun leven. Zij gaan er in op, en putten er kracht
uit.
Omdat in Zuid-Oost veel van de Afrikanen woonden, faciliteerde
Frans een plek in de Graankorrel Kerk. Het aantal deelnemers groeide
in de loop van de jaren, omdat men zich thuis voelde bij de uitbundige
liturgievieringen met eigen gezang en dans. Omdat men de ruimte
huurde moest men zich tot 1,5 uur beperken. Dan stond weer een
andere groep klaar om hun viering te beginnen. Dat werd toen als
een belemmering ervaren, want Afrikanen nemen de tijd. Voor hen
is het gebeuren belangrijker dan de tijdspanne van een viering.
Het duurde echter tot 1994, toen het huidige Afrika Huis in de
Van Ostadestraat vrij kwam, dat er geen tijdsbelemmering meer
was. Nu komen er 200 tot 250 Afrikanen van heinde en ver naar
de zondagsvieringen in de All Saints Church. Ook de onderlinge
hulp is prominent aanwezig.
Groepsontspanning
In 1985 vertrok Frans uit Amsterdam en begon hij zijn veelzijdig
werk voor de vluchtelingen bij de Europesche Unie in Brussel,
vredesmissie tussen ANC en IFP in Kwazulu Natal, Zuid Afrika en
uiteindelijk bij de sectie Vluchtelingen van de Raad voor Migratie
en Rondtrekkenden in het Vaticaan. Maar al die jaren bleef zijn
interesse voor het Amsterdam Project groot. Met de hulp van Afrikaanse
vrijwilligers en enkele SMA-ers zet Toon de assistentie, in de
breedste zin van het woord, aan Afrikaanse vluchtelingen door.
Sommigen van hen keren terug naar hun land, anderen blijven en
weer anderen emigreren door naar Amerika en Canada.
Ondanks het feit dat de wetgeving voor asielzoekers in Nederland
vanaf eindjaren 80 strenger en strenger werd, was er toch tijd
en gelegenheid in de Govert Flinckstraat Huiskamer voor groepsontspanning.
Wekelijks was er een groepsmaaltijd, beoefende men muziek en dans
in groepjes, woonde men taallessen bij en hield men culturele
bijeenkomsten. Dat krikte het gevoel van eigenwaarde flink op
bij de deelnemers.
Even realiseerde men zich dan dat niet alles 'kommer en kwel'
was.
Terugkeerproject
Toch werd het duidelijk dat de veerkracht van veel asielzoekers
taande door de teleurstellingen waar ze steeds maar weer tegenop
liepen. Het gevoel dat men er maar niet in slaagde eigen verwachtingen
en die van het thuisfront in te vullen eiste haar tol. Wat te
doen ? Een denktank van medewerkers, waaronder journalisten, advocaten
en Afrikanen uit de grote groep asielzoekers stelde voor een Terugkeerproject
op poten te zetten. Schoorvoetend ging men akkoord. Wel werd alles
uit de kast gehaald om vertrekkenden te voorzien van geld en goederen
of een training in vaardigheden, om thuis aan de slag te kunnen.
In Ghana werden ze dan opgevangen door SMA-ers, die er ook voor
zorgden dat de terugkeer in familiekring zo goed mogelijk werd
begeleid.

Gerard Timmermans SMA,
Overste SMA Afrika Huis Amsterdam
Van Ostadestraat
Begin negentiger jaren kwam er ook meer beweging in de Pastorale
zorg voor Afrikaanse asielzoekers. Op parochieniveau groeide de
wens dat een Afrikaanse priester de zielzorg op zich zou nemen.
Toen in 1994 het Multifunctionele kerkgebouw aan de Van Ostadestraat
vrij kwam, en ook Mgr. Bomers van Haarlem de ruimte van harte
gunde aan Afrikaanse en andere vluchtelingen, verhuisde parochie
en Huiskamer van de Govert Flinck - naar de huidige locatie, Het
Afrika Huis.
Vanaf 1993 werd de opbouw van de parochie, huisbezoek, pastorale
en liturgische diensten
toevertrouwd aan Afrikaanse priesters uit Ghana.
Achtereenvolgend functioneerden Rev. Edmund Arkordor, Rev. Felix
Amofah en Rev. Jude Eduafo-Ampah. Deze voorgangers waren en zijn
er voor de engelssprekende Afrikanen. In september a.s. wordt
Rev. Paul Mensah de opvolger.
Het Huiskamer Project bleef altijd onder verantwoordelijkheid
van de SMA-communiteit. Oversten in Het Afrika Huis waren Gé
Buurman, Joseph Uum en Gerard Timmermans. Gerard Noom heeft er
coördinatie gedaan. Na het vertrek van Toon ten Molder in
1997 naar het Justitie pastoraat nam Rev. Jude Eduafo-Ampah twee
dagen per week de Huiskamer over tot 1999. De inspanning van de
OLA zusters heeft al veel bijgedragen aan de eerste opbouw van
de parochie. Binnenkort komen zusters Nora en Bernadette dat werk
voortzetten. Het Afrika Huis, met name het HUISKAMER Project,
blijft het verwijscentrum voor Afrikaanse asielzoekers en vluchtelingen.
Er wordt geluisterd naar het verhaal van iedereen die daar aanklopt,
al bijna 25 jaar lang.
Jubileumviering
16 en 17 oktober 2004.
Daar wil het Afrika Huis bij stil staan op zaterdag 16 oktober
a.s. in een Discussie Forum met het thema: ‘INTEGRATIE en
IDENTITEIT’ . Inleider is de Fractievoorzitter Maarten van
de Poelgeest van Groen Links in Amsterdam en Panelleden uit de
Missionerende Organisaties in Nederland.
Op zondag 17 oktober om 11.30 uur viert de parochie ALL SAINTS
in een Pontificale Hoogmis door
Peter Kardinaal Turkson uit Ghana de inzet van velen voor de Afrikaanse
mensen die
onderdak in Nederland gezocht-, soms gevonden hebben.