Jos Pijpers
drie jaar provinciaal overste van SMA
"Missie blijft onze core-business"
door Matheu Bemelmans
| Aan
het begin van de zomer vond in het missiehuis in Cadier en
Keer het Bijzonder Provinciaal Beraad (BPB) van de Sociëteit
van Afrikaanse Missiën plaats. Dit is een centrale vergadering
van de Nederlandse SMA-provincie, waarin het beleid van het
bestuur van de afgelopen drie jaar wordt geëvalueerd. |
|
Voor Jos Pijpers
betekende het een toetsing van zijn beleid als provinciaal. Conclusies:
,,Het Missiewerk in Afrika blijft onze core-business. Daarvoor
blijven we nieuwe mensen zoeken, al zal het financieel de komende
jaren wat moeizamer verlopen.’’
Jos Pijpers (60) werd in 2001 door de SMA
gevraagd zijn werk als missionaris in de Filippijnen neer te leggen
en naar Nederland terug te keren om de SMA-provincie te leiden
als opvolger van Ton Storcken, die na 12 jaar niet meer als provinciaal
herkozen kon worden. Hoewel Pijpers het op de Filippijnen als
pastoor van een parochie met 50.000 parochianen en 16 missen in
het weekeinde uitstekend naar zijn zin had, vond hij ook dat hij
het beroep dat de congregatie op hem deed niet kon negeren. ,,Ik
heb niet om deze taak gevraagd, maar ik vond wel dat ik loyaal
moest zijn. En ik heb er geen spijt van. De afgelopen drie jaren
zijn me uitstekend bevallen.’’
Even wennen was het wel voor de priester
uit Utrecht die 31 jaar als missionaris had gewerkt, waarvan 17
in Ghana en 14 jaar op de Filippijnen. ,,Een oud-missionaris had
me gewaarschuwd dat je zeker drie jaar nodig hebt om in Nederland
te acclimatiseren. Dat klopt ook wel.’’
Als provinciaal heeft Pijpers wel een totaal
andere dagtaak gekregen dan als missionaris. ,,Mijn werk bestaat
vooral uit coördineren, zorgen dat alles binnen de congregatie
loopt. Helaas hoort daar veel vergaderen bij. Dat is niet altijd
even leuk, maar wel noodzakelijk. Gelukkig kan ik er ook af en
toe even uitbreken door projecten te bezoeken of SMA-leden die
verspreid door Nederland wonen.’’
Vorig jaar bezocht Pijpers alle missionarissen
die door de Nederlandse provincie zijn uitgezonden. En verder
reist hij veel op en neer tussen Cadier en Keer, Oosterbeek en
Amsterdam, de plaatsen in Nederland waar de SMA communiteiten
heeft. ,,Maar ik hoef niet alles alleen te doen. Het bestuur bestaat
uit vijf personen en we hebben onderling de taken verdeeld.
Eens in de zes jaar
komt een afvaardiging van alle Nederlandse SMA-leden bij elkaar
in de zogeheten Provinciale Vergadering om een nieuw bestuur en
een nieuwe provinciale overste te kiezen en om het beleid voor
de komende zes jaar te bepalen. Halverwege die periode vindt het
Bijzonder Provinciaal Beraad plaats om alle lopende zaken te evalueren
en de koers voor de komende drie jaar eventueel bij te sturen.
Dit gebeurde van 28 juni tot 2 juli. Op de agenda stond het complete
reilen en zeilen van de Nederlandse SMA-provincie, van het beleid
met betrekking tot het uitzenden van missionarissen tot en met
de verzorging van gepensioneerde leden, de vernieuwing van het
Afrikacentrum, de wijzigingen in het Afrikahuis in Amsterdam en
de financiële situatie van de sociëteit.

,,De algemene teneur na afloop van het BPB
was dat de SMA, net als alle religieuze congregaties, zorgelijke
tijden tegemoet gaat,’’ zegt Jos Pijpers terugkijkend.
,,Waren we ons er een paar jaar geleden al van bewust dat alle
leden langzamerhand een dagje ouder worden, anno 2004 is dat ook
duidelijk te merken. Er zijn mensen van 75 en 80 jaar die nog
een volledige dagtaak hebben. Maar er zijn ook steeds meer leden
die noodgedwongen met pensioen moeten gaan, omdat ze het werk
niet meer aankunnen. Maar we zijn blij dat wij in ieder geval
een congregatie zijn die ten minste er nog nieuwe leden bij hebben
gekregen.’’
Belangrijkste conclusie van het BPB 2004
is dat de SMA een missionaire organisatie is die een voortrekkersrol
vervult binnen de lokale geloofsgemeenschappen in Afrika en dat
ook wil blijven doen. Pijpers: ,,Afrika is en blijft onze core-business.
We blijven toekomstgericht en zoeken naar mogelijkheden om vanuit
Nederland onze missionaire inzet in Afrika te blijven realiseren.’’
Hoe? Dat verschilt van project tot project. ,,We zijn in eerste
instantie een missionaire organisatie en geloofsverkondiging blijft
onze belangrijkste taak, maar wel in haar volheid. Dus ook met
sociale en educatieve projecten.’’
Een belangrijke afspraak die door het BPB
nog eens bevestigd werd, is dat de SMA geen eigenaar is van de
diverse projecten in Afrika, maar ze begeleidt. ,,Dat betekent
dat op het moment dat een project goed loopt en zelfstandig verder
kan, wij onze handen er vanaf trekken en verder gaan naar een
nieuw project,’’ aldus Pijpers. Het duidelijkste voorbeeld
daarvan zijn volgens hem de traditionele bisdommen in Ghana, die
ooit gesticht en opgebouwd zijn door Nederlandse SMA-missionarissen.
,,Ze zijn nu zover ontwikkeld dat ze op eigen benen kunnen staan.
Dat betekent dat wij onze missie letterlijk vervuld hebben en
verder kunnen trekken naar nieuwe gebieden, waar behoefte is aan
primaire evangelisatie.’’
Op de vraag of die gebieden er dan nog zijn,
antwoordt Pijpers bevestigend. ,,Er zijn nog zat nieuwe uitdagingen
in Afrika waar wij ons op kunnen richten. De oude parochies zijn
inmiddels wel gesetteld, maar de periferie van de bisdommen wordt
– ook door de Afrikanen zelf – wel eens vergeten.
Er zijn heel veel gebieden die voorheen onbewoond waren en waar
mensen nu naartoe trekken. Dat zijn letterlijk missiegebieden,
waar ook de kerk vanaf het nulpunt moet worden opgebouwd.’’
Als voorbeeld noemt Pijpers het bisdom Lodwar in noordwest Kenya,
waar de voormalige generale overste van de SMA, de Ier Patrick
Harrington nu bisschop is. ,,Dat is een zeer arm en desolaat gebied.
Ik heb daar enkele van onze Nederlandse missionarissen bezocht
en ik heb zeer veel bewondering voor het werk dat zij daar onder
die omstandigheden doen.’’
De Nederlandse SMA-provincie telt op dit
moment zo’n 20 priestermissionarissen en 10 leken die in
Afrika werken. In tegenstelling tot vroeger is er veel meer contact
met SMA-ers uit andere landen. ,,Vroeger waren dat gescheiden
circuits. Vanuit Nederland werkten wij in Ghana en wij kwamen
niet in Togo of een ander buurland. Dat is nu voorbij. Er zijn
nu ook Afrikaanse provincies van de SMA, waardoor niet meer alles
vanuit Europa geregeld hoeft te worden. Dat is een goede ontwikkeling.
Intussen blijft de congregatie op zoek naar
nieuwe leden. De SMA heeft jaren geleden de trend gezet door als
een van de eerste congregaties naast religieuzen ook leken als
leden toe te laten en uit te zenden en als het aan Pijpers ligt,
wordt die weg voortgezet. ,,We blijven optimistisch zoeken naar
nieuwe manieren om jonge mensen voor ons werk te interesseren.’’
Hoewel het mondjesmaat gaat, is de provinciaal toch trots dat
regelmatig nieuwe mensen aan de eigen interne missieopleiding
CMPA starten.
Naast het missiewerk in Afrika, is de SMA
ook al 25 jaar verbonden aan de Afrikaanse All Saints Parish (Parochie
van Alle Heiligen) in Amsterdam. ,,We zijn pastoraal en diaconaal
actief. Vanuit heel Amsterdam komen mensen naar ons Afrikahuis.
De vieringen in het weekeinde puilen uit.’’ Wel is
duidelijk dat er bestuurlijk het een en ander gaat veranderen.
,,De Nederlandse bisdommen willen de allochtonenparochies langzaam
integreren met de territoriale parochies. Ook al omdat met name
in de randstad de allochtonenparochies het meest vitaal zijn.
De SMA wil in de toekomst zeker haar diensten aan de parochie
blijven aanbieden.’’
Het Missiehuis in Cadier en Keer blijft steunen
op drie belangrijke peilers: het Afrikamuseum, de Missionarissenopleiding
(zowel voor priesters als leken) en het Kloosterverzorgingshuis.
Pijpers: ,,Het Afrikacentrum is en blijft onze publiekstrekker.
Tijdens het BPB is nog eens afgesproken dat de band met de SMA
ook hecht moet blijven. Het museum staat niet op zichzelf, maar
is echt een onderdeel van de congregatie.’’ Het is
de bedoeling het museum de komende jaren verder te moderniseren.
,,We willen onder meer de beeldentuin verder uitbreiden en ook
op het buitenterrein Afrikaanse bouwwerken neerzetten. Daarnaast
wordt het langzaam tijd om de vaste tentoonstelling op de begane
grond, die er nu al weer enkele jaren staat, te vernieuwen. Daarvoor
gaan we fondsen werven.’’
De provinciaal onderstreept dat de missionarissenopleiding
ook van zeer groot belang is in de totale setting van het Missiehuis.
,,Momenteel hebben wij weliswaar geen priesterkandidaten. Maar
we leiden wel regelmatig leken op. In september beginnen we weer
met vier mensen die de vooropleiding al hebben afgemaakt.’’
Tijdens het BPB is ook besloten om met het verzorgingshuis op
de ingeslagen weg door te gaan. Met name ook vanuit de verantwoordelijkheid
die de congregatie voelt om een goede oudedagsvoorziening voor
haar eigen leden te treffen.
Voorts heeft het Missiehuis ook een functie
als ontvangstcentrum voor groepen, die van de faciliteiten in
Cadier en Keer gebruik willen maken. Zo was afgelopen jaren het
bisdom Roermond te gast voor zijn Missiedag, die dit jaar in het
teken stond van het bisdom Lodwar in Kenia van SMA-bisschop Patrick
Harrington. Ook voor andere functies en bijeenkomsten houdt de
SMA de deuren open om mensen en groepen te ontvangen. ,,Gastvrijheid
is een van de kwaliteiten die wij hoog in het vaandel proberen
te houden,’’ aldus Pijpers.
Financieel staat de SMA er minder rooskleurig
voor, zo bleek tijdens het BPB. De laatste paar jaar is een situatie
ontstaan, waarin er meer geld wordt uitgegeven dan er binnenkomt.
,,Dat kan natuurlijk geen jaren blijven duren,’’ merkt
Pijpers op. ,,Al kunnen we er ook niet zo heel veel aan doen.
In de hele samenleving gaat het op dit moment economisch slecht,
dus waarom zou ons dat bespaard blijven. We hopen wel met een
nieuw administratiesysteem een overzichtelijker beeld van de uitgaven
te krijgen, zodat we daar meer grip op kunnen krijgen.’’
De meeste uitgaven worden overigens gedaan in verband met de missionaire
verplichtingen van de sociëteit, met name in Afrika.
Het bestuur werkt inmiddels aan plannen om
de kosten terug te dringen en tegelijkertijd meer inkomsten te
genereren. Een belangrijk onderdeel is dat de SMA zich de komende
jaren beter en professioneler wil presenteren. PR wordt daarom
een speerpunt van beleid, in de hoop dat dit meer geld en ook
meer nieuwe leden oplevert. ,,Dat laatste vind ik eigenlijk nog
het allerbelangrijkste,’’ merkt Pijpers op. ,,Als
ik aan de toekomst denk, zijn de financiële problemen niet
mijn grootste zorg, maar wel de vraag hoe we nieuwe mensen vinden
die onze idealen verder kunnen dragen.’’