Kardinaal
Turkson van Cape Coast tijdens Heiligdomsvaart Maastricht
" Afrika en Europa moeten elkaar
missionarissen blijven sturen"
door Matheu Bemelmans
Kardinaal Peter
Turkson (56) is aartsbisschop van Cape Coast in Ghana. Door Vaticaanwatchers
wordt hij gezien als een van de belangrijkste nieuwe kerkleiders
in Afrika. Zelf stelt hij zich heel bescheiden op. In juli was
hij in Maastricht om te spreken op de Missionarissendag, die daar
in het kader van de Heiligdomsvaart werd gehouden. Hij logeerde
in het SMA-Missiehuis in Cadier en Keer, zijn vaste uitvalsbasis
in Nederland.

U heeft een goede relatie met Nederland.
Hoe is die ontstaan?
,,Het waren Nederlandse paters van de Sociëteit van Afrikaanse
Missiën die halverwege de 19e eeuw naar Ghana kwamen om daar
als missionaris te werken. Zij hebben onder andere een seminarie
gesticht en daar heb ik ook mijn priesteropleiding gevolgd. Ik
ben zelf geen lid van de SMA, maar heb wel goede contacten met
de congregatie en ben daarom ook wel eens te gast in hun missiehuis
in Cadier en Keer. Het grappige is dat ik hier nu oud-missionarissen
tegenkom van wie ik vroeger op het seminarie les heb gehad. En
tijdens mijn studie bijbelwetenschap in Rome heb ik in het Nederlands
College gewoond. Daar heb ik ook een aantal goede vriendschappen
met Nederlandse priesters aan over gehouden.’’
U reist regelmatig tussen Afrika en Europa.
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen deze twee werelddelen?
,,Wat mij in Europa opvalt, is dat mensen hier de rechten van
anderen respecteren. Bijvoorbeeld in het verkeer. In Europa probeert
men zich aan bepaalde regels te houden en bij ons niet. Een ander
groot verschil is het geluid. In Ghana is veel meer lawaai dan
hier én Europa is veel groener. Daar staat tegenover dat
de religiositeit in Afrika veel groter is. Mensen nemen de tijd
om naar de kerk te gaan. Geloven heeft in Afrika ook een sociale
functie. De kerk is een ontmoetingsplek. Het traditionele systeem
van familiebanden staat onder druk. Ook bij ons reizen mensen
meer, trouwen met iemand van elders of verhuizen naar een andere
streek om te werken. De kerk is dan voor veel mensen een plek
waar ze hun sociale contacten kunnen onderhouden. Juist omdat
die warme familiale sfeer in veel kerken in Europa ontbreekt voelen
Afrikanen zich daar niet thuis.’’
Hoe kijkt u tegen de kerk in Nederland aan?
,,Als ik in Nederland te gast ben, is dat altijd vanwege een feest.
Ik heb daardoor geen reëel beeld van de feitelijke situatie
in de parochies. Wat vanuit Afrikaans perspectief moeilijk te
begrijpen is, is dat hier kerken gesloten worden. In Ghana bouwen
we juist nieuwe kerken. Mensen die vanuit Derde Wereldlanden naar
Europa komen, beleven hier een soort weeservaring. Het christendom
is tot ons gekomen via missionarissen uit Europa. Als wij nu in
Europa komen, vinden we hier niet meer het christendom zoals het
ons is voorgehouden. Het is alsof wij onze ouders in het geloof
zijn kwijt geraakt. Ik denk overigens wel dat het een cirkelbeweging
is. Mensen kunnen niet zonder geloof en dus zal het met de kerk
in Europa ooit wel weer beter gaan. Als Afrikaanse kerk kunnen
wij daar wel veel van leren. We moeten oppassen dat ons niet hetzelfde
overkomt.’’
Wat ging er dan fout in Europa?
,,In de Middeleeuwen is de kerk als instituut te machtig geworden.
Daardoor staat de kerk in Europa voor veel mensen gelijk aan macht
en hiërarchie. Daar zetten mense zich tegen af. Als Europeanen
over het Vaticaan spreken, hebben ze het altijd over macht en
een bestuursapparaat. Voor Ghanezen is het Vaticaan de plaats
waar de paus woont, de belangrijkste voorganger in het geloof,
een inspirator. Hiërarchie speelt in dat beeld helemaal geen
rol. En dat is ook goed, want de kerk hoort dienend te zijn. In
Afrika moeten we ervoor zorgen dat de kerk ook dienend blijft
en het vertrouwen houdt. Anders ontstaat bij ons dezelfde rebellie.’’
U heeft op de missionarissendag in Maastricht
gesproken over de vraag of Afrika nog missionarissen nodig heeft.
Wat is uw antwoord?
,,Heel eenvoudig: ja! We zijn een missionaire kerk en daarom blijven
we ook missionarissen nodig hebben. Je kunt niet zeggen: we kunnen
geen missionarissen meer sturen, omdat wij nu zelf een priestertekort
hebben. Dat zou betekenen dat de oude generatie missionarissen
er alleen maar op uitgetrokken is, omdat ze in Nederland boventallig
was. En dat is niet waar. Zij trokken de wereld in, omdat ze het
evangelie wilden verkondigen. En dat geldt vandaag de dag nog
steeds. We moeten als christenen overal ter wereld de boodschap
uitdragen en delen met anderen. En dus blijft missiewerk nodig.
Toen Jezus vijfduizend mensen te eten gaf van twee broden en vijf
vissen, deed hij dat niet omdat hij zoveel eten over had, maar
omdat het weinige dat er was gedeeld werd. Solidariteit is heel
belangrijk.
Daarom sturen wij nu ook missionarissen vanuit
Afrika naar Europa. Niet omdat we teveel priesters hebben. Want
als ik het goed begrijp, wonen er in Limburg nog zo’n 500
priesters, terwijl ik er in mijn bisdom maar 110 heb. En toch
zend ik mensen uit naar Amsterdam en Duitsland. Dat doe ik niet
omdat ze bij ons over zijn, maar om in dialoog met de kerk in
Europa te komen. En zo moeten er ook Europeanen naar Ghana blijven
komen, want anders leren ze er de mensen en de kerk nooit kennen.
Missie vraagt ook om aanpassingsvermogen.
Een missionaris in een ivoren toren bereikt niks. Hij moet tussen
de mensen staan en de boodschap brengen op een manier die hen
aanspreekt. Je kunt niet van Europa naar Afrika komen en daar
op dezelfde manier pastoraal werk doen. Missioneren wil niet zeggen
van Afrikanen tweederangs Europeanen maken. En Ghanese missionarissen
moeten in Europa niet doen alsof ze in Afrika zijn, want dat werkt
niet.’’
Bisschop Wiertz van Roermond heeft als nieuw
beleid dat hij missionarissen uit het buitenland uitnodigt om
in Limburg te komen werken. Wat vindt u daarvan?
,,Een goede actie. Het is goed om de gelovigen in Limburg via
hen het gezicht van de wereldkerk te laten zien.’’
Tegenstanders brengen daar tegenin dat het voor missionarissen
uit een andere cultuur heel moeilijk is om in Nederland te aarden.
,,Die mensen kun je de wedervraag stellen: waarom gingen jullie
dan vroeger vanuit Europa de hele wereld over? Golden die culturele
verschillen toen dan niet? Mensen worden niet als missionaris
uitgezonden, omdat ze zulke experts op het gebied van Nederland
zijn, maar om het evangelie te brengen. Het moeten natuurlijk
wel mensen zijn die hier kansen zien. Ze moeten sterk in hun schoenen
staan en niet depressief raken van een paar tegenslagen.’’
Vanuit Nederland zijn duizenden missionarissen
over de hele wereld uitgezonden. De meeste zijn nu oud en komen
terug. Wat zouden de missiecongregaties moeten doen om hun idealen
door te geven aan een nieuwe generatie?
,,Het antwoord op die vraag ligt niet bij de missionarissen of
de congregaties, maar bij de kerk als geheel. Die moet vitaliseren
en van daaruit komen vanzelf weer nieuwe missionarissen voort.
Maar zolang je kerken blijft sluiten, zullen er geen nieuwe missionarissen
komen.’’
Wat moeten we dan doen?
Sommige waarden zijn altijd goed, ongeacht het tijdperk of religieuze
systeem. Waar het omgaat is dat je die zodanig verpakt dat ze
jongeren aanspreken. Neem bijvoorbeeld de kerkmuziek. Waarom altijd
zo’n traditioneel pijporgel en geen rockmuziek in de kerk?
Zo kun je jongeren bereiken en dat zal uiteindelijk ook meer missionarissen
opleveren.’’
Nu u kardinaal bent, kunt u tot paus gekozen
worden. Hoe kijkt u daar tegenaan?
,,Theoretisch is die kans er, maar ik zie mezelf totaal niet als
kandidaat. Om paus te worden moet je vooral het Vaticaanse systeem
door en door kennen en daar vragen ze echt niet iemand voor die
vorig jaar pas kardinaal is geworden.’’
Wordt het niet eens
tijd dat er een zwarte paus komt?
,,Dat zou op zich goed zijn. Maar ik denk dat het daar nog te
vroeg voor is. De VS zijn een multiraciale samenleving en toch
is er nog steeds geen zwarte president. En Kofi Annan heeft het
heel moeilijk als secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Ik denk dat de kerk nog niet klaar is voor een zwarte paus.’’