Nieuwe
missionarissen kiezen radicaal voor Afrika
Bert de Vaan, Marjo Wetzels en Joke van
Rossum wachten op uitzending
door
Matheu Bemelmans
Wie
wordt er anno 2004 nog missionaris?
Wie kiest er nog voor om uitgezonden te worden naar een ver en
onbekend land?
Wie verkoopt huis en haard om elders een ongewisse toekomst tegemoet
te gaan?
En alleen uit idealistische motieven!
Nou, Bert de Vaan (53) en Marjo Wetzels (47) uit Schinnen en Joke
van Rossum (43) uit Rotterdam bijvoorbeeld.
In het voorjaar van 2004 begonnen ze aan hun opleiding tot missionaris
bij de SMA en komend voorjaar worden ze uitgezonden naar Ghana,
West-Afrika.

v.l.n.r.: Bert de Vaan, Joke van
Rossum en Marjo Wetzels
Het
gesprek vindt plaats in het kleine klaslokaaltje van het CPMA,
zoals de opleiding heet, in het Missiehuis in Cadier en Keer.
Een ouderwetse kaart van Afrika hangt aan de muur. Burkina Faso
heet daar nog Opper Volta en Zimbabwe nog Rhodesië. Een achterhaalde
plaat, maar hij maakt direct duidelijk waar alle aandacht in dit
lokaal op gericht is: Afrika. En voor wie er nog niet van overtuigd
is biedt de andere wand van het klasje planken vol met literatuur
over Afrika. Atlassen, antropologische beschrijvingen, Afrikaanse
theologie.
Hier
worden de nieuwe ‘missionarissen’ van de Sociëteit
van Afrikaanse Missiën in een klein jaar klaargestoomd voor
hun nieuwe taak als SMA-werker in Afrika. De eerste maanden parttime,
de laatste periode vóór de uitzending fulltime én
intern. Bert de Vaan en zijn echtgenote Marjo Wetzels en hun studiegenote
Joke van Rossum zitten in dit laatste stadium. Het grootste deel
van hun opleiding hebben ze achter de rug. Ze zitten in de afrondende
fase en wachten op het bericht naar welk land ze begin 2005 mogen
vertrekken.
Alledrie
lijken ze zeker van hun zaak. Ze hebben letterlijk huis en haard
verkocht en verheugen zich op hun uitzending als lekenmissionaris.
,,Eigenlijk wisten wij al heel lang dat we ooit eens in Afrika
wilden gaan werken,’’ zegt Marjo Wetzels naar haar
man Bert knikkend. ,,Hoewel ik er tot vorig jaar nog nooit geweest
was, heeft Afrika altijd een heel belangrijke rol in mijn leven
gespeeld. Het is een continent waar veel problemen bij elkaar
komen en ik wil mijn bijdrage leveren aan het ontstaan van gerechtigheid
daar.’’
Haar
man Bert zegt dat hij voorheen in elk derde wereldland had willen
werken, maar dat de liefde voor Afrika gegroeid is na de ‘exposurereis’
die ze vorig jaar hebben gemaakt. De SMA laat kandidaten voor
de CMPA eerst een proefreis maken als eerste kennismaking met
het werk in Afrika. Dat bezoek aan Ghana heeft ook bij Bert de
vonk definitief laten overslaan.
Doordat
het stel getrouwd was, allebei een leuke baan in het onderwijs
hadden en twee dochters mochten opvoeden, kwam het er nooit van
om serieus over een uitzending naar Afrika na te denken. ,,Maar
onze dochters zijn nu volwassen en het huis uit. Dus de omstandigheden
zijn er nu geschikt voor,’’ zegt Marjo. ,,Hoewel we
er thuis nooit eerder over gesproken hebben dat we dit graag zouden
willen, reageerden onze dochters heel laconiek toen we hen vertelden
wat we van plan waren. Zo van: O, dat wisten we al lang. Blijkbaar
hebben we dat onbewust toch uitgestraald.’’
Gevraagd
naar hun motivatie om uitgezonden te willen worden vanuit een
missionaire organisatie zeggen alle drie dat het geloof een belangrijke
drijfveer is om dit werk überhaupt te willen doen. ,,Ik heb
vooraf bij allerlei ontwikkelingsorganisaties geïnformeerd
of ik via hen uitgezonden kon worden. Maar nergens vond ik dat
idealisme en die drijfveren die ik hier bij de SMA wel vind,’’
zegt Joke van Rossum. ,,Ontwikkelingswerk is projectmatig. Je
wordt ergens naartoe gestuurd om waterpompen te aan te leggen
of een school te bouwen. En dat is het. Als geassocieerde leken
van de SMA tekenen we voor een organisatie die ons in staat stelt
om samen mét de mensen
in
Afrika te leven en te werken, in plaats van alleen maar vóór
hen te werken. Het geloof is daarbij een noodzakelijk goed om
dit werk aan te kunnen. Het is de bron van waaruit ik wil werken.’’
Bert knikt. ,,Ik heb ook bewust hiervoor gekozen vanuit een christelijke
inspiratie. Zoals ik mijn werk in het onderwijs ook altijd vanuit
dat gedachtegoed heb gedaan. Ik heb altijd geprobeerd om te kiezen
voor mensen die het moeilijk hadden, mensen in de knel. Dialoog
is voor mij daarbij een kernwoord. Ik ga niet naar Afrika om de
mensen daar iets te brengen, maar om in gesprek met hen te gaan.
En uit die dialoog kunnen hopelijk mooie dingen voortkomen. En
daarnaast is het natuurlijk heel boeiend om kennis te maken met
andere culturen en daar zelf ook door te groeien.’’
Marjo
is de enige in het gezelschap met een professionele theologische
vooropleiding. Na een auto-ongeluk raakte ze enkele jaren geleden
in een crisis. Ze vertelt dat ze juist daardoor haar geloof weer
terugvond en zelfs besloot om theologie te gaan studeren. ,,Ieder
mens heeft het fundamentele recht op een gelijkwaardige plek in
het leven. Als dat recht in het gedrang komt, vind ik dat ik als
christen in beweging moet komen.’’
Sloten
de missionarissen ‘oude-stijl’ zich bij een religieuze
congregatie of een sociëteit als de SMA aan vanuit een diepbeleefde
roeping, voor de missionarissen ‘nieuwe-stijl’ geldt
dat in wezen ook. Joke van Rossum kwam via haar werk als theaterproducent
in aanraking met politiekgetinte voorstellingen over aids, kindsoldaten,
de vluchtelingenproblematiek. ,,Daardoor ben ik de noodzaak gaan
inzien om voor deze mensen op te komen en me er zelf voor in te
zetten. Je zou dat kunnen omschrijven als het vinden van mijn
bestemming in het leven. En dan bedoel ik heel nadrukkelijk Gods
bestemming met mijn leven. Ik zie de uitzending naar Afrika ook
niet als een baan, maar als een levensopdracht. Dat mag je ook
roeping noemen. Ik vind dat een mooi woord. Helemaal niet ouderwets.
Iets van binnen zegt mij dat ik dit moet gaan doen.’’
Marjo knikt. ,,Daar ben ik het helemaal mee eens,’’
zegt ze. ,,Het is geen vrijblijvende keuze die wij maken. Ik heb
het lang uitgesteld, maar kan er uiteindelijk van binnenuit niet
meer onderuit.’’
Desondanks
zijn alledrie niet van plan om wanneer ze straks uitgezonden zijn
actief het geloof te gaan verkondigen. Marjo: ,,Ik ga als christen
en wil de christelijke waarden graag uitdragen in alles wat ik
doe, maar niet door letterlijk het evangelie te verkondigen. Door
mijn vooropleiding zou het kunnen zijn dat ik catecheselessen
ga geven, maar dat hoeft helemaal niet.’’
De
opleiding van de CMPA-ers is intensief, vinden ze zelf. Zeker
nu ze aan het fulltime blok begonnen zijn en dagelijks van negen
tot vijf uur in de schoolbanken zitten. Op het lesprogramma staan
vakken als culturele antropologie, landbouw, gezondheids-wetenschap,
Engels, interculturele commu-nicatie, maar ook exegese, geloof
en leven, missiologie en kerkelijke presentie. Zowel Marjo en
Bert als Joke vinden de opleiding boeiend, maar geven ook aan
dat één jaar voldoende is. Joke: ,,Ik zal blij zijn
als de cursus straks afgelopen is. Het is nu mooi geweest. En
vergeet niet dat de opleiding de eerste maanden in Afrika dóórgaat.’’
Hoe
radicaal de keuze is die het drietal gemaakt heeft, blijkt wel
als Bert vertelt dat hij afgelopen augustus zijn baan als remedial-teacher
heeft opgezegd en dat hij en Marjo hun huis in Schinnen verkocht
hebben. Ook Joke heeft zo ongeveer alles wat ze had verkocht of
weggegeven. ,,Alles wat ik nog heb, staat nu hier in Cadier en
Keer. En dat is hoofdzakelijk kleding. Ik ervaar het ook als een
bevrijding.’’ Marjo begrijpt dat de buitenwereld hun
keuze misschien radicaal vindt, maar zegt dat zij dat zelf helemaal
niet zo ervaren. ,,Onze keuze is een gevolg van een proces. En
als je een keuze maakt vanuit je geloof, kies je altijd radicaal.’’
Het
drietal zal straks voor vier jaar uitgezonden worden naar Afrika
met de mogelijkheid om die periode met twee jaar te verlengen.
Het land van bestemming is Ghana. Joke gaat daar in het Liberiaanse
vluchtelingenkamp Buduburam werken. Daar wachten inmiddels 40.000
Liberianen op terugkeer naar hun land. In het kamp is de SMA al
actief. Wat Bert en Marjo in Ghana gaan doen was bij het ter perse
gaan van Onze Krant nog niet helemaal duidelijk.
Maar alledrie hebben ze er zin in, al geven Marjo en Bert toe
dat ze het wel moeilijk vinden dat ze hun kinderen lange tijd
niet zullen zien. Bert: ,,Maar onze dochters zijn sterk bij het
proces betrokken en staan helemaal achter onze keuze.’’
,,En via e-mail kunnen we toch contact houden,’’ merkt
Marjo op. ,,En ze zullen beslist een keer op bezoek komen.’’
Op
de vraag wat ze gaan doen als de uitzendingperiode van zes jaar
om is, antwoorden alledrie schouderophalend. ,,Als we opa en oma
dreigen te worden, komen we zeker terug,’’ zegt Bert
lachend. ,,Ik weet eigenlijk helemaal niet of ik wel van plan
ben om na die zes jaar te stoppen,’’ zegt Joke. ,,Als
het goed bevalt, blijf ik misschien wel in Afrika.’’