Via
‘vliegveldterminal’ op reis naar Afrikaanse samenleving
Afrikamuseum wordt ingrijpend verbouwd
door
Matheu Bemelmans
Het Afrikacentrum in Cadier en Keer wordt ingrijpend verbouwd.
Het museum wordt compleet nieuw ingericht. Daarvoor is een forse
verbouwing noodzakelijk. De werkzaamheden beginnen in juli. Op
8 december – het feest van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen
– moet het werk klaar zijn en wordt het museum heropend.
,,De huidige
inrichting van het museum dateert alweer van 1993,’’
zegt directeur Jo Demarteau van het Afrikacentrum. ,,In museumtermen
is dat een hele tijd Het werd dus tijd om te vernieuwen.’’
De huidige tentoonstelling geeft een beeld van het dagelijks leven
in Afrika. Voor een deel komt dat terug in de nieuwe inrichting,
maar op een totaal andere manier. ,,We willen de bezoekers letterlijk
mee op reis nemen naar West-Afrika en dus krijgt de entree het
uiterlijk van een vliegveld.’’

Dat begint
al in de gang naar het museum toe. Die wordt zodanig ingericht
dat bezoekers het idee krijgen dat ze in terminal lopen. Aan de
wand komen bordjes met ‘Vertrekhal’, ‘Departure’
en ‘Gate’. Een kaartje kopen gebeurt aan de incheckbalie.
Uiteindelijk stappen bezoekers in een vliegtuigromp en kan de
reis beginnen. Luidsprekers en tv-beelden moeten gasten verder
de indruk geven dat ze een vlucht naar Afrika maken. In een cirkelvormige
ruimte worden de bezoekers via videobeelden geconfronteerd met
de drukte van de stad in Afrika. In de ruimte wordt ook warme
lucht geblazen, om het tropisch klimaat al een beetje aan den
lijve te kunnen ondervinden.
,,Als bezoekers
uit deze ruimte stappen, lopen ze in een Afrikaanse stad met kleine
steegjes,’’ vertelt Demarteau enthousiast, terwijl
hij op een maquette aanwijst hoe een en ander er straks zal gaan
uitzien. ,,Via tableau/vivants willen we het dagelijks leven weergeven.
We beginnen met het chiquere deel van de stad met een modewinkel,
de glazen gevel van een bankgebouw, een stadswoning en een internetcafé,
waar kan de bezoeker chatten met straatkinderen.’’
Kleurkeuze en belichting moeten zorgen voor een Afrikaanse hemel,
die ook op gezette tijden verdonkert en dan weer oplicht.
Na het stadsgedeelte
wordt de ruimte opener om het beeld van het platteland op te roepen.
,,Kijk hier wordt een markt nagebootst,’’ wijst Demarteau
op de maquette aan. De markt verbindt de stad met het dorp, waar
maïs gestampt wordt, waar kinderen naar school gaan, waar
de natuur mooi is, waar voorouders en godsdienst voelbaar zijn.
,,En daar komt een schooltje. En hier in het midden een hut met
zijwanden van kralengordijnen die ook opgetrokken kunnen worden,
zodat hele groepen er tegelijk in kunnen.’’
Her en der
komen ook holle boomstammen waar bezoekers in kunnen gaan staan
om te luisteren naar een verhaal, een mythe of een historische
tekst. Uiteraard is er ook veel aandacht voor de diverse godsdiensten
in Afrika. Maar ook zaken als gezondheidszorg of de natuur komen
aan bod. Elementen waaraan het museum op dit moment nauwelijks
aandacht besteedt. Tot slot kan het publiek zich in Afrikaans
decor laten fotograferen en de foto aan de balie van het vliegveld
laten printen en zo de herinneringen aan stad, platteland en Afrikaanse
mens levend houden.
De nieuwe
inrichting betreft de verdieping op de begane grond van het Afrikacentrum.
De eerste etage is een aantal jaren geleden al helemaal opnieuw
ingericht voor de meer historische collectie en wisseltentoonstellingen.
,,Voorlopig laten we dat ook zo, ’’ zegt Demarteau.
Wel hoopt hij dat het mogelijk is om over enige tijd het museum
naar buiten uit te breiden. ,,We willen eigenlijk in het park
rond het Missiehuis een Afrikaans huis neerzetten.’’
Demarteau
hoopt met deze nieuwe presentatie een positiever beeld van West-Afrika
te kunnen neerzetten dan de meeste mensen in Europa nu hebben.
,,Met de nieuwe tentoonstelling willen we het publiek, met name
kinderen en jongeren, uitnodigen kennis te maken met de vindingrijkheid,
het sterke geloof, het grote belang van de familie, de kleurrijke
kleding, met andere woorden met de rijke aspecten van Afrikaanse
samenlevingen. En kennismaken door niet alleen te kijken en luisteren,
maar ook te beleven: zelf haar vlechten, een volle schaal op het
hoofd dragen, maïs stampen, sleutelen in de autowerkplaats,
chatten met straatkinderen, hout gutsen enzovoort.’’
De facelift
van het museum kost 530.000 euro. Dit komt voor het grootste deel
van sponsoren en subsidiegevers. ,,De zoektocht naar financiële
bronnen was een oefening van geduld, ’’ zegt Demarteau.
,,Maar we zijn zo goed als rond.’’ Het museum krijgt
bijdragen van instellingen als Projecten In Nederland, het Laura
Fonds, Mr. Paul de Gruyter Fonds, Stichting Elisabeth Strouven,
de gemeente Margraten, het Prins Benhard Cultuurfonds Limburg,
het ANWB-Fonds, De Rabo Foundation en de provincie Limburg. ,,Met
name door de toezegging van de Provincie Limburg zijn we in een
stroomversnelling terecht gekomen en kan de verbouwing dit jaar
plaatsvinden.’’