´We
willen mensen hoop op een betere toekomst geven´
Ghanese
en Ierse zuster versterken pastoraal team Afrikahuis
door
Matheu Bemelmans
| In het
Afrikahuis in Amsterdam wonen sinds lange tijd weer twee zusters
van Onze Lieve Vrouw van de Apostelen (O.L.A.), de vrouwelijke
tak van de S.M.A. Het zijn zuster Bernadette uit Ghana en
zuster Nora uit Ierland. In de zomer van 2004 kwamen ze naar
Nederland om het team in het Afrikahuis, dat verder uit drie
S.M.A.-paters bestaat, te versterken. |
Zuster
Nora en
Zuster Bernardette |
Het Afrikahuis
in De Pijp in Amsterdam is een groot gebouw van grauwgrijs beton,
vol ingewikkelde gangetjes en trapjes. In de jaren zestig gebouwd
als parochiekerk annex gemeenschapshuis en toen waarschijnlijk
supermodern. Maar anno 2005 maakt het vooral een koude en kille
indruk. Het regenachtige weer versterkt die indruk nog eens.
De schaterlach
van zuster Bernadette vormt dan ook een groot contrast met haar
omgeving. Ze een vrolijke Ghanese, die een kleurige doek nonchalant
om haar hoofd heeft gebonden. In de huiskamer van het Afrikahuis
– het inloopcentrum voor Afrikanen in de hoofdstad –
dolt ze met enkele jonge bezoekers. De jongens hebben dolle pret.

Als we door
een doolhof van gangen naar de spreekkamer lopen, vertelt zuster
Bernadette dat ze in 1961 bij de O.L.A.-zusters is ingetreden
en dat ze na haar opleiding in Europa jarenlang les gegeven heeft
op diverse scholen in Ghana. Ook is ze diverse jaren hoofd van
een school geweest.
Zuster Nora
komt uit Ierland en is in 1964 geprofest. Zij werkte 30 jaar in
Nigeria, waarvan ook 15 jaar als lerares en 15 jaar als medewerkster
in een parochie. Voordat ze naar Amsterdam kwam, werkte zuster
Nora met daklozen en vluchtelingen in Ierland en de laatste jaren
in een parochie in Londen. Ze is de grote stad dus wel gewend.
,,Maar Amsterdam is toch heel anders dan Londen,’’
meent de kleine grijze zuster, die qua uiterlijk een groot contrast
vormt met haar uitbundige medezuster. ,,In Londen was opvang van
daklozen beter geregeld dat hier. Daar zijn veel meer opvangplaatsen.’’
De twee nonnen
zijn zo’n acht maanden geleden naar Amsterdam gekomen om
het team van het Afrikahuis te versterken. De huiskamer, die als
inloophuis functioneert, is hun belangrijkste werkterrein. ,,We
proberen de mensen die hier komen op te vangen en waar nodig te
helpen,’’ legt zuster Bernadette uit. ,,De meeste
zijn vluchtelingen die geen andere plek hebben om naartoe te gaan.
Wij helpen ze om onderdak te vinden. We hebben een paar adressen
in Amsterdam waarnaar we kunnen verwijzen, zoals het Leger des
Heils.’’
Zuster Nora
vertelt dat ze probeert om met de gasten te praten en eventueel
hun problemen op te lossen. Aan een aantal vaste bezoekers geeft
ze Engelse les. ,,Ik hoop ze daarmee een zinnige besteding van
hun tijd te geven. Dat is beter dan hier de hele dag rondhangen.’’
Dat laatste
doen sommigen overigens letterlijk. In de huiskamer ligt iemand
op een bank te slapen. Een paar mannen kijken tv. In de hal spelen
twee jongens een potje tafeltennis. In een hoek van de huiskamer
staat een grote kan koffie te pruttelen. In totaal staan in het
Afrikahuis een paar honderd min of meer regelmatige bezoekers
geregistreerd. ,,Sommigen komen elke dag, anderen alleen af en
toe,’’ zegt zuster Nora. En zuster Bernadette voegt
daar aan toe dat het merendeel van de gasten al lang niet meer
uit West-Afrika komt, het traditionele werkterrein van de S.M.A
en de O.L.A. ,,De meeste bezoekers komen uit Noord-Afrika of uit
landen elders in Europa,’’ zegt zuster Bernadette.
Zo vrolijk
als ze net bij de gasten deed, zo serieus praat ze nu. ,,Als ik
zie hoeveel Afrikaanse jongeren zonder toekomst hier komen, dan
word ik depressief. Toen ik jaren geleden in Europa studeerde,
genoot ik van het leven in het westen. Nu niet, door al het leed
dat ik om me heen zie. Ik bid voor de mensen die wij opvangen
en wil ze de hoop geven op een betere toekomst.’’
Voor een groot
aantal mensen zal die betere toekomst er niet inzitten, realiseert
ook zuster Bernadette zich. Ze hebben geen geld, geen werk, geen
onderdak en meestal ook geen paspoort. ,,Eigenlijk zou er een
goede coördinatie moeten komen tussen de Afrikanen hier en
de mensen ‘thuis’ in Afrika. Je zou dáár
moeten kunnen uitleggen dat ze niet naar Europa moeten komen,
omdat ze daar echt niet beter van worden. En de mensen hier zouden
geholpen moeten worden om terug te keren.’’

Veel bezoekers
van het Afrikahuis zouden graag naar Afrika terug willen keren,
denkt zuster Bernadette. ,,Maar ze kunnen niet. Ze zouden enorm
gezichtsverlies lijden. Vergeet niet dat vaak de hele familie,
soms zelfs het hele dorp geld bij elkaar gelegd heeft om de –
meestal illegale - reis naar Europa te betalen. Als zij terug
zouden gaan, zou dat een enorme afgang zijn. Bovendien zou niemand
geloven dat het voor vluchtelingen in Europa helemaal niet zo
goed toeven is. Vergeet niet dat er ook nog altijd mensen rondlopen
die jonge mensen met mooie verhalen lokken om mee te gaan.’’
Zuster Nora knikt. ,,Er zou eigenlijk een manier gevonden moeten
worden om de handelaren aan te pakken.’’
Daar komt
nog bij dat veel vluchtelingen in Nederland vaak niet de waarheid
over hun afkomst durven te vertellen. ,,Daardoor worden soms mensen
geholpen die beter terug naar Afrika zouden kunnen gaan, terwijl
de echt schrijnende gevallen niet erkend worden.’’
Zuster Bernadette heeft zich voor al het lot van de jonge meisjes
aangetrokken, die in Nederland vaak in de prostitutie belanden.
,,Sommigen komen aan op het station en worden rechtstreeks naar
ons gebracht. We hebben er een paar gehad die al zwanger waren.
Dan heb je een dubbel probleem.’’
De grootste
vraag waar de zusters op dit moment voor staan is hoe ze –
samen met de paters – een zinnig dagprogramma voor de bezoekers
van het Afrikahuis kunnen opzetten. ,,Eigenlijk zouden we een
paar plekken moeten hebben, waar mensen een paar maanden kunnen
werken om geld te verdienen voor hun terugkeer naar Afrika,’’
fantaseert zuster Bernadette. Ze heeft geen idee of zulke werkplekken
in Nederland bestaan.
Wat de zusters
ook missen is een catechetisch aanbod voor buitenlanders. ,,In
Londen bestond een uitgebreid programma om mensen in de kerk op
te nemen,’’ zegt zuster Nora. ,,Hier ben ik dat nog
niet tegengekomen.’’ Ze is daarom samen met een Franciscaanse
pater die regelmatig langskomt een bijbelcursus begonnen.
Het gesprek
komt op de secularisatie in Nederland. ,,Vroeger hebben jullie
Afrika gekerstend, nu zijn de rollen omgekeerd,’’
zegt zuster Bernadette. ,,Mensen die zeggen dat ze niet in God
geloven, geloof ik niet meteen.’’ De zusters zouden
wel meer aan kerkelijk werk willen doen, maar realiseren zich
dat ze daarvoor eerst goed Nederlands moeten spreken. Ze volgen
daarvoor wel een cursus, maar het vlot nog niet zo. Intussen concentreren
ze zich op hun werk in het Afrikahuis en de All Saintsparochie,
de migrantenparochie, die bij het Afrikahuis hoort.
Op weg naar
het balkon voor de foto, verdwijnt zuster Bernadette even naar
haar kamer om de kleurige hoofddoek te vervangen door de blauwe
sluier van haar habijt. ,,Ik moet netjes op de foto staan,’’
zegt ze breed lachend.