Nieuwe
econoom pater Henk Koning (65):
‘S.M.A. moet nieuwe financiële
bronnen aanboren’
door
Matheu Bemelmans
Het Afrikacentrum in Cadier en Keer hield vorig jaar een tentoonstelling
over Missiebusjes. Die kleine collectebusjes die vroeger op tal
van katholieke schoorsteenmantels te vinden waren. Gezinnen spaarden
voor ´arme kindjes´ in Afrika, waar vaak een heeroom
werkte. Dat sparen was nodig, want de congregaties hadden zelf
niet veel te missen. Geldnood bij missionarissen is van alle tijden,
zo blijkt uit een gesprek met de nieuwe econoom van de Nederlanse
S.M.A.-provincie.
| Pater
Henk Koning uit Obdam (65) werkte 40 jaar als missionaris
in Afrika. Van 1964 tot 2004 was hij op diverse plaatsen in
Ghana actief. Hij deed parochiewerk, bouwde kerken, kloosters,
scholen en gemeenschapshuizen. Hij legde stroom- en watervoorzieningen
aan en richtte op diverse plekken coöperatieve banken
op. Zelfs in de Afram Plains, het meest onherbergzame gebied
in Noord-Ghana, wist hij zo’n Credit Union van de grond
te krijgen. |
Pater Henk Koning |
Misschien
was het vanwege deze ervaring dat pater Koning vorig jaar door
de sociëteit teruggeroepen werd om econoom van de Nederlandse
provincie te worden. Hoewel niet van harte, gaf hij ,,uit solidariteit
met de sociëteit’’ gehoor aan het verzoek. ,,De
overgang van Afrika naar Nederland was een ramp,’’
geeft Koning ronduit toe. ,,Ik ben in 40 jaar ontzettend verknocht
geraakt aan Ghana. Ik had daar met mensen te doen die ondanks
alle narigheid altijd blij en gul zijn. En hier in Nederland is
alles koud. Niet alleen het weer, maar de hele samenleving. En
dan die vergadercultuur. Om gek van te worden!’’ Anderzijds
heeft de terugkeer naar Nederland ook positieve kanten, geeft
Koning toe: ,,Mijn moeder is 88 en leeft nog. Zij vindt het erg
fijn dat ik weer in de buurt ben.’’
Als econoom maakt Koning
deel uit van het provinciaal bestuur van S.M.A. in Nederland.
Hij woont in de Prokuur in Oosterbeek, maar bezoekt ook regelmatig
de vestigingen in Amsterdam en Cadier en Keer om daar de financiële
gang van zaken te bespreken. ,,De S.M.A. heeft een uitgebreide
boekhouding,’’ legt Koning uit. ,,Er gaat jaarlijks
toch zo’n anderhalf miljoen euro in de sociëteit om.’’
Toen Koning vorig jaar
Nederland kwam, wist hij dat hem een moeilijke taak wachtte. En
niet alleen omdat hij na 40 jaar Ghana opnieuw aan de Nederlandse
samenleving moest wennen, maar vooral omdat de S.M.A. er financieel
niet al te best voor staat. Koning: ,,Het is eigenlijk heel eenvoudig:
er gaat veel meer geld uit dan er binnenkomt. Dat kunnen we wel
even volhouden, maar járen achter elkaar. Er moet dus fors
bezuinigd worden en dat is niet makkelijk. Want op welke budgetten
ga je korten? En wat betekent dat voor de verschillende huizen
die wij in Nederland hebben? Hoe gaan we verder met het Afrikahuis
in Amsterdam? Wat doen we met de opleiding van missionarissen
in Cadier en Keer? Moeten we op den duur een of meer huizen sluiten?’’
Het zijn pijnlijke
vragen die Koning stelt. Dat realiseert hij zich ook wel. Vooral
omdat alle projecten die de S.M.A. ooit opgezet heeft, belangrijk
zijn vanuit de ideële doelstelling van de sociëteit.
Maar in financiële zin kosten ze meestal meer geld dan ze
opleveren. De meeste onkosten zitten in het onderhoud van diverse
huizen die de sociëteit verspreid door het land heeft.
,,Overigens zitten
alle missiecongregaties in hetzelfde schuitje,’’ voegt
de econoom er enigszins vergoelijkend aan toe. En dat is ook logisch.
Congregaties die in Nederland actief waren in het onderwijs of
de gezondheidszorg plukken daar nu nog de revenuen van. Missiecongregaties
daarentegen zagen hun ‘kapitaal’ naar de projecten
in de Derde Wereld wegvloeien en inkomsten uit de ouderwetse missiebusjes
zijn er niet meer.
Koning: ,,Het gekke
is dat het ook tegenwoordig helemaal niet zo moeilijk om geld
bij elkaar te krijgen voor projecten in Afrika. Daar willen mensen
bestaan aan geven, zo weet ik uit eigen ervaring toen ik nog als
missionaris werkte. Maar zodra je terugkeert naar Nederland drogen
die bronnen op. Mensen die je altijd financieel gesteund hebben,
denken dan: hij is nu weer terug in Nederland en dus heeft hij
niets meer nodig. Maar het tegendeel is waar: de projecten in
Afrika moeten doorgaan, ook nu ik daar niet meer ben. Maar ook
in Nederland moeten we ergens inkomsten vandaan halen om rond
te kunnen komen. Naast de AOW van de oudere paters moeten we het
vooral hebben van giften.’’
Het bestuur van de
S.M.A. denkt daarom hard na over nieuwe initiatieven die geld
kunnen opleveren. Zo experimenteert de sociëteit met het
organiseren van bedevaartreizen naar plaatsen als Czestochowa
in Polen of Knock in Ierland. En het Missiehuis in Cadier en Keer
wil zich ook meer presenteren als congrescentrum. Ook daarmee
hopen de paters hun inkomsten te vergroten. Daarnaast blijven
ze twee keer per jaar een beroep doen op vrienden en weldoeners
met de Lourdesactie in mei en de kerstkaartenactie in het najaar.
,,Verder moeten we het vooral hebben van erfenissen en legaten,´´
zegt Koning.
Ondanks zijn
moeilijke taak doet de econoom zijn werk niet met tegenzin. Als
oud-missionaris en oud-bankdirecteur van de Credit-Unions is hij
gewend om creatief te denken. Al geeft hij toe dat dit in Afrika
makkelijker was dan in Nederland-regeltjesland. ,,Het is niet
zo’n vrolijke boodschap die ik heb, dat besef ik wel. Maar
het is wel de realiteit. We moeten als S.M.A. weer de boer op
om fondsen te werven.’’

Wilt
u de S.M.A. steunen?
Er zijn verschillende manieren om de S.M.A. te steunen bij hun
werk voor Afrika en de Afrikanen elders in de wereld (waaronder
Nederland). Wie meer wil weten over de mogelijkheden van giften,
schenkingen of legaten kan contact opnemen met de Provinciaal
Econoom van de S.M.A. pater H. Koning: Postbus 9, 6860 AA Oosterbeek.
Telefoon: 026-3333900.