Ontwikkelingshulp
en schuldenvermindering in het nieuwe Millennium
Nederland kan meer doen om arme
landen te helpen
door
Ton Storcken S.M.A.
Dit jaar stelt het bisdom Roermond thema’s als schuld, verzoening
en vergeving centraal. In het licht van missie- en ontwikkelingshulp
krijgen deze thema’s een heel eigen dimensie. Veel arme
landen hebben een forse schuld openstaan bij rijke westerse landen.
Maar hoe staat het met de schuld van het westen ten opzichte van
het ‘zuiden’?
Het Nederlandse
schuldenbeleid ten aanzien van de armere landen is jarenlang vooruitstrevend
geweest. Zo heeft Nederland zich altijd sterk gemaakt om het schuldenprobleem
van het zuiden op de internationale agenda te krijgen en met andere
kleinere landen druk uit te oefenen op landen als Duitsland, de
Verenigde Staten en Japan. Met het nieuwe kabinet is Nederland
niet meer bereid gebleken om voorstellen van verdergaande schuldkwijtschelding
te lanceren.
Waarom - zo
luidt nu de liberale vraagstelling - zouden regeringen die op
een onverantwoorde manier te veel geld hebben geleend, beloond
moeten worden met nog meer kwijtschelding? Vanuit een wat meer
christelijk standpunt zou je de vraag ook kunnen omdraaien: Waarom
zouden geldschieters die op een onverantwoorde manier te veel
geld hebben uitgeleend, elke cent terugbetaald moeten krijgen?
Over dat ‘moreel risico’ zwijgen de Nederlandse schuldeisers.
Zolang de
schulden niet uit de weg zijn geruimd, heeft armoedebestrijding
weinig kans van slagen. Wereldwijd leven 1,2 miljard mensen van
minder dan een dollar per dag. Zo’n 113 miljoen kinderen
gaan niet meer naar school en meer dan één miljard
mensen heeft geen toegang tot veilig drinkwater.
De enorme
schuld van ontwikkelingslanden is hier mede debet aan. Al tientallen
jaren lang houden schulden veel lage inkomenslanden gevangen in
bittere armoede. In 2001 werd door hen 43 miljard dollar aan schuldeisende
landen terugbetaald. Omgerekend ontvangt dus elke inwoner van
de rijke landen 46 dollar van lage inkomstlanden. (Zie: Onze schuld,
hun recht. NCDO 2005, p.17)
De schulden
die Nederland heeft uitstaan, zijn hulpschulden of exportkredietschulden.
Hulpschulden zijn leningen die voortkomen uit ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s
tussen twee landen. Exportkredietschulden komen voort uit exporttransacties
van Nederlandse bedrijven.
India (408
miljoen euro) en Indonesië (623 miljoen euro) zijn samen
verantwoordelijk voor ongeveer zestig procent van de totale hulpschuld
aan Nederland. Wat ook opvalt, is dat bijna eenderde van de exportkredietschuld
(€ 1300 miljoen) bij Nigeria uitstaat. Dat zou wel eens goed
te maken kunnen hebben met de aanwezigheid van Shell in dat land.
Maar omdat er geen transparantie over dit soort transacties bestaat,
is dat niet met zekerheid te zeggen.
Geconstateerd
moet worden dat in de jaren 2000-2002 de Nederlandse overheid
796 miljoen euro kwijtschold aan de ontwikkelingslanden. Doet
Nederland daarmee dan niet genoeg? Nederland doet inderdaad veel,
maar kan nog veel meer doen. Jaarlijks int Nederland 97 miljoen
euro van de armste landen. Kenia bijvoorbeeld moest in 2002 9,3
miljoen euro overmaken aan de Nederlandse overheid. Nigeria betaalde
dat jaar 5 miljoen en Indonesië 24 miljoen.
Met betrekking
tot exportschulden is het zeer dubieus dat kwijtschelding hiervan
op de rekening komt en vergoed wordt door het Nederlands Ministerie
voor Ontwikkelingssamenwerking. Het is namelijk zeer de vraag
of exportkrediettransacties een bijdrage hebben geleverd aan de
ontwikkeling van een land. Het Nederlandse exportkredietschap
kijkt immers niet naar criteria voor ontwikkelingssamenwerking,
maar richt zich op de eerste plaats op ondersteuning van het Nederlandse
bedrijfsleven. Kwijtschelding van exportkredieten zijn dus vaak
niet te rekenen tot ontwikkelingshulp.
Bovendien
hoort volgens de Europese richtlijnen de exportkredietverzekering,
die elke ondernemer kan aangaan, kostendekkend te zijn. Het eigenaardige
is dat het Ministerie Financiën de afgelopen jaren bij het
Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking een hoger bedrag voor
deze verzekeringen heeft gedeclareerd, dan het aan verzekerden
heeft uitbetaald. Tussen 1997 en 2002 gaat het om een bedrag van
minimaal 37 en maximaal 69 miljoen euro.
Het is duidelijk
dat het Nederlandse overheidsbeleid met betrekking tot financiële
ondersteuning aan ontwikkelingssamenwerking op z’n zachts
gezegd leidt tot ernstige vervuiling van het budget van ontwikkelingssamenwerking.
Nederland is onder meer hierdoor al lang geen voorbeeldland meer
van internationale solidariteit. Wie dan wel?
In het jaar
200 hebben regeringsleiders van 189 landen, waaronder overigens
ook Nederland, afgesproken om vóór 2015 de belangrijkste
wereldproblemen aan te pakken.
De toen gemaakte afspraken zijn de millenniumdoelen. Dat betekent
dat er vóór 2015 onder andere schoon water is voor
iedereen, alle kinderen basisonderwijs kunnen volgen, extreme
armoede gehalveerd is en de uitbreiding van AIDS en malaria gestopt
is.
Nederland
heeft beloofd zich speciaal in te zetten voor het behalen van
deze millenniumdoelen. Dat betekent dat het Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking
maar ook alle niet-gouvernementele organisaties (waaronder het
eigen Missiebureau van het bisdom Roermond) zich doorlopend vragen
moeten blijven stellen als:
- Gaan er dankzij onze steun meer kinderen naar school?
- Hebben meer mensen veilig drinkwater gekregen?
- Blijft er niet veel te veel geld in Nederland hangen dat eigenlijk
bestemd is voor de ontwikkelingslanden?
De millenniumdoelen
zijn uniek. Niet op de eerste plaats vanwege hun inhoud maar vooral
ook vanwege hun brede ondersteuning. Zowel de meerderheid van
de rijke als van de arme landen hebben zich achter de doelstellingen
geschaard. Bovendien wordt voor het eerst een tijdspad aangegeven
om deze doelen te kunnen realiseren!
Meer en betere
hulp, schuldkwijtschelding en betere handelskansen. Zijn het niet
diepchristelijke aspiraties om het Koninkrijk Gods hier op aarde
al een stukje te realiseren? Laten we elkaar alvast een gelukkig
2015 toewensen, want dan gaan alle kinderen in de wereld naar
school, is aids onder controle en armoede gehalveerd. Dat hebben
we als Nederlanders beloofd in 2000. En de christenen kunnen niet
anders dan vooraan in de rij staan om te zorgen dat we wereldwijd
elkaar een echt gelukkig, zalig en vredevol 2015 toewensen.
Millenniumdoelen
2015
De millenniumdoelen die een groot aantal landen uiterlijk in 2015
gerealiseerd wil hebben:
1. Armoede
halveren tussen 1990-2015. Dat wil zeggen: halvering van het aantal
mensen dat leeft van minder dan één doller per dag.
2. Basisonderwijs voor alle kinderen in 2015.
3. Gelijke kansen voor vrouwen in 2015
4. Kindersterfte onder de 5 jaar met tweederde verminderen tussen
1990-2015
5. Sterfte van moeders in kraambed met driekwart verminderen tussen
1990-2015.
6. De verspreiding van HIV/AIDS, malaria en andere ziektes stopzetten.
7. Zorgen voor een duurzaam milieu en halvering van het aantal
mensen zonder toegang tot veilig drinkwater.
8. Wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling. Dat wil zeggen:
meer en effectieve hulp, minder handelsbelemmeringen en meer schuldvermindering.