Nieruw
directeur Armand Villevoije van kloosterverzorgingshuis De Keerderberg:
‘Religieuze sfeer in huis
is erg belangrijk’
door Matheu
Bemelmans
| Armand
Villevoije (42) uit Landgraaf is sinds begin dit jaar directeur
van het Kloosterverzorgingshuis De Keerderberg in het Missiehuis
in Cadier en Keer. In praktijk betekent dit dat hij verantwoordelijk
is voor het hele complex. Hij combineert die taak met de functie
van zorgmanager bij de zusters van de H. Carolus Borromeus
(Onder de Bogen) in Maastricht. |

Armand Villevoije |
Armand Villevoije
(42) uit Landgraaf is sinds begin dit jaar directeur van het Kloosterverzorgingshuis
De Keerderberg in het Missiehuis in Cadier en Keer. In praktijk
betekent dit dat hij verantwoordelijk is voor het hele complex.
Hij combineert die taak met de functie van zorgmanager bij de
zusters van de H. Carolus Borromeus (Onder de Bogen) in Maastricht.
Villevoije, getrouwd
en vader van twee kinderen, zit sinds 1989 in de ouderenzorg.
Hij begon als verpleegkundige en rolde via diverse leidinggevende
taken in het werk van manager en directeur in twee kloosterbejaardenoorden.
,,Het verschil tussen die werkplekken is voor mij dat ik in Maastricht
alleen over de zorg ga, terwijl ik bij de S.M.A. óók
verantwoordelijk ben voor het personeel en de gebouwen van het
totale Missiehuis,’’ vertelt hij tijdens een kennismakingsgesprek.
Het grootste onderscheid
tussen de twee kloosterbejaardenoorden zit volgens Villevoije
vooral in het aantal bewoners. In Maastricht wonen zo’n
200 zusters, terwijl in Cadier 55 religieuzen (mannen en vrouwen),
wereldheren en leken wonen, van wie er ‘slechts’ 27
een indicatie voor een verzorgingshuis hebben. ,,Doordat het beide
religieuze instellingen zijn, zijn er daarnaast vooral veel overeenkomsten.
Al merk je wel dat zusters meer gemeenschappelijk doen, terwijl
de paters veel individueler ingesteld zijn. Daardoor hangt er
in de twee huizen wel een ndere sfeer.’’
En nu we toch aan het
vergelijken zijn: de verschillen tussen de kloosterbejaardenoorden
en gewone verzorgingshuizen zijn volgens Villevoije veel groter.
,,In kloosterverzorgingshuizen worden bijvoorbeeld geen bingomiddagen
georganiseerd en vieren we ook geen carnaval met de bewoners,
omdat paters en zusters andere interessen hebben. Maar er is wel
elke dag een eucharistieviering en bestaat er een duidelijke dagstructuur.’’
Het leven in een verzorgingshuis
bestaat uit drie componenten, vertelt Villevoije: wonen, welzijn
en zorg. In ‘gewone’ verzorgingshuizen staat volgens
hem het ‘wonen’ voorop, terwijl in KBO’s ‘welzijn’
een veel belangrijkere plaats inneemt. ,,Het leven in een gemeenschap
is voor religieuzen heel belangrijk. Daaraan is de hele dagstructuur
gekoppeld. En gemeenschap is méér dan samen eten.
Voor religieuzen is gemeenschap ook het bij elkaar horen en voor
elkaar zorgen. Zo verwachten we dat bewoners aanwezig zijn bij
het gezamenlijk koffiedrinken en het activiteitenprogramma. Dat
bevordert de gemeenschappelijke sfeer en voorkomt vereenzaming.’’
Voor het personeel
betekent dit onder andere dat de zorgtaken klaar moeten zijn als
de eucharistieviering begint. Villevoije: ,,We letten er goed
op dat mensen die hier werken feeling hebben met het gedachtegoed
van de bewoners. Voor de paters en zusters is dit namelijk geen
instelling waar je naartoe gaat, maar gewoon hun huis. Het personeel
moet zich daarom als gast gedragen en niet andersom.’’
Sinds kort is het ook
voor leken mogelijk om een kamer in De Keerderberg te krijgen,
op voorwaarde dat ze zich aanpassen aan de religieuze sfeer in
huis. Er is een opnamecommissie die vooraf uitgebreid met potentiële
bewoners praat en hen vertelt wat ze wel en niet kunnen verwachten.
,,Wat opvalt is dat leken die voor De Keerderberg kiezen dat juist
doen vanwege de sfeer en de authentieke inrichting. Ze herkennen
hier heel veel dingen die in ze in moderne verzorgingshuizen missen.’’
Voorheen waren het
vooral priesters van het bisdom en gepensioneerde huishoudsters
die als niet S.M.A.-leden in De Keerderberg onderdak vonden. Begin
dit jaar heeft het verzorgingshuis bewust de publiciteit gezocht
om ook andere leken te interesseren. ,,Dat was noodzakelijk, omdat
we met leegstand te kampen hadden,’’ vertelt Villevoije.
,,Een paar jaar geleden waren er nog wachtlijsten in de zorg en
nu hebben we kamers over. Dat komt onder andere doordat de overheid
stimuleert dat ouderen langer in hun eigen huis blijven wonen
en dat voor indicaties voor verzorgingshuizen hogere eisen worden
gesteld.’’
Een van de vragen waarop
de nieuwe directeur de komende jaren samen met het S.M.A.-bestuur
een antwoord moet zien te vinden is hoe de toekomst van de Keerderberg
eruit zal zien. ,,De Sociëiteit heeft een verzorgingshuis
opgericht om haar eigen medebroeders goed te verzorgen. Maar op
de lange duur worden er dat minder. De vraag is of we dan meer
leken moeten opnemen en een algemeen verzorgingshuis moeten worden,
of juist niet. Zolang er Nederlandse paters van de S.M.A. zijn,
moeten zij in het Missiehuis thuis kunnen komen. Dit is hun moederhuis,
waarmee ze ook een emotionele binding hebben.’’
Daar komt bij dat de
S.M.A. als sociëteit een missie heeft en naar wegen zoekt
om die ook in de toekomst te blijven uitdragen. Samen met de andere
‘afdelingen’ in het Missiehuis: het Afrikacentrum
en de missionarissenopleiding CMPA denkt De Keerderberg mee over
de toekomst. ,,Belangrijk is dat de religieuze sfeer behouden
blijft. Maar het moet natuurlijk ook financieel rendabel zijn.’’
Om die reden zoekt Villevoije als directeur ook naar alternatieve
inkomstenbronnen waaruit de Keerderberg in de toekomst gefinancierd
kan worden. Hij denkt daarbij onder andere aan het beter geschikt
maken van het Missiehuis als conferentiecentrum, maar ook aan
het verhuren van ruimtes voor bijvoorbeeld de repetities van een
plaatselijk zangkoor. ,,Het zou nog mooier zijn als we activiteiten
in huis kunnen krijgen waaraan de bewoners kunnen deelnemen. Ook
op die manier draag je iets van de missie van de S.M.A. uit.’’
Persoonlijk voelt Villevoije
zich erg thuis tussen de religieuzen. ,,Ik vind het een heel interessante
doelgroep. Het zijn mensen die zich onvoorwaardelijk voor anderen
hebben ingezet. Dat houdt ook verband met mijn eigen beroepskeuze.
Ik ben bewust verpleegkundige geworden en geen econoom.’’