Onze Krant . Contactblad van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën

Onze Krant is het
familieblad voor alle missionarissen, vrienden, bekenden, weldoeners en verdere supporters van de SMA.

Wilt U meer weten?
Neem contact op met
Robert Dylewski SMA:
Rijksweg 15
6267 AC Cadier en Keer
tel: 043-407 73 73
fax: 043-407 73 74
e-mail:

r.dylewski@sma-nederland.nl

Conferentie- en
studiemogelijkheden in het SMA Missiehuis (klik op één van onderstaande foto's)



Nieruw directeur Armand Villevoije van kloosterverzorgingshuis De Keerderberg:
‘Religieuze sfeer in huis is erg belangrijk’

door Matheu Bemelmans

Armand Villevoije (42) uit Landgraaf is sinds begin dit jaar directeur van het Kloosterverzorgingshuis De Keerderberg in het Missiehuis in Cadier en Keer. In praktijk betekent dit dat hij verantwoordelijk is voor het hele complex. Hij combineert die taak met de functie van zorgmanager bij de zusters van de H. Carolus Borromeus (Onder de Bogen) in Maastricht.
Armand Villevoije

Armand Villevoije (42) uit Landgraaf is sinds begin dit jaar directeur van het Kloosterverzorgingshuis De Keerderberg in het Missiehuis in Cadier en Keer. In praktijk betekent dit dat hij verantwoordelijk is voor het hele complex. Hij combineert die taak met de functie van zorgmanager bij de zusters van de H. Carolus Borromeus (Onder de Bogen) in Maastricht.

Villevoije, getrouwd en vader van twee kinderen, zit sinds 1989 in de ouderenzorg. Hij begon als verpleegkundige en rolde via diverse leidinggevende taken in het werk van manager en directeur in twee kloosterbejaardenoorden. ,,Het verschil tussen die werkplekken is voor mij dat ik in Maastricht alleen over de zorg ga, terwijl ik bij de S.M.A. óók verantwoordelijk ben voor het personeel en de gebouwen van het totale Missiehuis,’’ vertelt hij tijdens een kennismakingsgesprek.

Het grootste onderscheid tussen de twee kloosterbejaardenoorden zit volgens Villevoije vooral in het aantal bewoners. In Maastricht wonen zo’n 200 zusters, terwijl in Cadier 55 religieuzen (mannen en vrouwen), wereldheren en leken wonen, van wie er ‘slechts’ 27 een indicatie voor een verzorgingshuis hebben. ,,Doordat het beide religieuze instellingen zijn, zijn er daarnaast vooral veel overeenkomsten. Al merk je wel dat zusters meer gemeenschappelijk doen, terwijl de paters veel individueler ingesteld zijn. Daardoor hangt er in de twee huizen wel een ndere sfeer.’’

En nu we toch aan het vergelijken zijn: de verschillen tussen de kloosterbejaardenoorden en gewone verzorgingshuizen zijn volgens Villevoije veel groter. ,,In kloosterverzorgingshuizen worden bijvoorbeeld geen bingomiddagen georganiseerd en vieren we ook geen carnaval met de bewoners, omdat paters en zusters andere interessen hebben. Maar er is wel elke dag een eucharistieviering en bestaat er een duidelijke dagstructuur.’’

Het leven in een verzorgingshuis bestaat uit drie componenten, vertelt Villevoije: wonen, welzijn en zorg. In ‘gewone’ verzorgingshuizen staat volgens hem het ‘wonen’ voorop, terwijl in KBO’s ‘welzijn’ een veel belangrijkere plaats inneemt. ,,Het leven in een gemeenschap is voor religieuzen heel belangrijk. Daaraan is de hele dagstructuur gekoppeld. En gemeenschap is méér dan samen eten. Voor religieuzen is gemeenschap ook het bij elkaar horen en voor elkaar zorgen. Zo verwachten we dat bewoners aanwezig zijn bij het gezamenlijk koffiedrinken en het activiteitenprogramma. Dat bevordert de gemeenschappelijke sfeer en voorkomt vereenzaming.’’

Voor het personeel betekent dit onder andere dat de zorgtaken klaar moeten zijn als de eucharistieviering begint. Villevoije: ,,We letten er goed op dat mensen die hier werken feeling hebben met het gedachtegoed van de bewoners. Voor de paters en zusters is dit namelijk geen instelling waar je naartoe gaat, maar gewoon hun huis. Het personeel moet zich daarom als gast gedragen en niet andersom.’’

Sinds kort is het ook voor leken mogelijk om een kamer in De Keerderberg te krijgen, op voorwaarde dat ze zich aanpassen aan de religieuze sfeer in huis. Er is een opnamecommissie die vooraf uitgebreid met potentiële bewoners praat en hen vertelt wat ze wel en niet kunnen verwachten. ,,Wat opvalt is dat leken die voor De Keerderberg kiezen dat juist doen vanwege de sfeer en de authentieke inrichting. Ze herkennen hier heel veel dingen die in ze in moderne verzorgingshuizen missen.’’

Voorheen waren het vooral priesters van het bisdom en gepensioneerde huishoudsters die als niet S.M.A.-leden in De Keerderberg onderdak vonden. Begin dit jaar heeft het verzorgingshuis bewust de publiciteit gezocht om ook andere leken te interesseren. ,,Dat was noodzakelijk, omdat we met leegstand te kampen hadden,’’ vertelt Villevoije. ,,Een paar jaar geleden waren er nog wachtlijsten in de zorg en nu hebben we kamers over. Dat komt onder andere doordat de overheid stimuleert dat ouderen langer in hun eigen huis blijven wonen en dat voor indicaties voor verzorgingshuizen hogere eisen worden gesteld.’’

Een van de vragen waarop de nieuwe directeur de komende jaren samen met het S.M.A.-bestuur een antwoord moet zien te vinden is hoe de toekomst van de Keerderberg eruit zal zien. ,,De Sociëiteit heeft een verzorgingshuis opgericht om haar eigen medebroeders goed te verzorgen. Maar op de lange duur worden er dat minder. De vraag is of we dan meer leken moeten opnemen en een algemeen verzorgingshuis moeten worden, of juist niet. Zolang er Nederlandse paters van de S.M.A. zijn, moeten zij in het Missiehuis thuis kunnen komen. Dit is hun moederhuis, waarmee ze ook een emotionele binding hebben.’’

Daar komt bij dat de S.M.A. als sociëteit een missie heeft en naar wegen zoekt om die ook in de toekomst te blijven uitdragen. Samen met de andere ‘afdelingen’ in het Missiehuis: het Afrikacentrum en de missionarissenopleiding CMPA denkt De Keerderberg mee over de toekomst. ,,Belangrijk is dat de religieuze sfeer behouden blijft. Maar het moet natuurlijk ook financieel rendabel zijn.’’ Om die reden zoekt Villevoije als directeur ook naar alternatieve inkomstenbronnen waaruit de Keerderberg in de toekomst gefinancierd kan worden. Hij denkt daarbij onder andere aan het beter geschikt maken van het Missiehuis als conferentiecentrum, maar ook aan het verhuren van ruimtes voor bijvoorbeeld de repetities van een plaatselijk zangkoor. ,,Het zou nog mooier zijn als we activiteiten in huis kunnen krijgen waaraan de bewoners kunnen deelnemen. Ook op die manier draag je iets van de missie van de S.M.A. uit.’’

Persoonlijk voelt Villevoije zich erg thuis tussen de religieuzen. ,,Ik vind het een heel interessante doelgroep. Het zijn mensen die zich onvoorwaardelijk voor anderen hebben ingezet. Dat houdt ook verband met mijn eigen beroepskeuze. Ik ben bewust verpleegkundige geworden en geen econoom.’’