Onze Krant . Contactblad van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën

Onze Krant is het
familieblad voor alle missionarissen, vrienden, bekenden, weldoeners en verdere supporters van de SMA.
e-mail:
onzekrant@sma-nederland.nl

Conferentie- en
studiemogelijkheden in het SMA Missiehuis (klik op één van onderstaande foto's)



Wilt U meer weten over conferentie- en
studiemogelijkheden in het Missiehuis?

Neem contact op met
Robert Dylewski SMA:
Rijksweg 15
6267 AC Cadier en Keer
tel: 043-407 73 73
fax: 043-407 73 74
e-mail:
r.dylewski@sma-nederland.nl


Wim Kroeze en en Wilma Rozenga: “Samen sterker dan alleen”

Op verlof uit Babaso

door Ellen Kok
Nu nog kijken ze hoe, tegen de avond de koeien van Langswaegen in Friesland zich verzamelen voor het melken. Over enkele weken zijn ze weer in de Afram Plains in Ghana. Na dik twee maanden verlof verlangen Wim Kroeze en Wilma Rozenga terug naar hun huis in Babaso met slangen op de veranda en uitzicht op de kleine S.M.A.-kapel.

Augustus 2001 vertrokken ze voor de eerste keer naar Ghana, land van yam, maïs, bonen, kippen, geiten en weinig water. Ze worden niet eerst ondergedompeld, de zogenaamde exposure, maar gaan direct aan de slag in de missie. Wilma (33) heeft dan al acht   maanden in Botswana gewerkt. Voor echtgenoot Wim (37) is Ghana de eerste plek in Afrika waar hij aan het werk zal gaan. Als een toetssteen voor de relatie, zo beleven ze het, zullen ze het zo pal op elkaar redden of juist helemaal niet? Wim en Wilma komen er met weinig kleerscheuren vanaf. Onlangs tekenden ze bij voor nog twee jaar. En in april 2005 kregen ze een dochtertje: Rakia. 

Wim Kroeze en Wilma Rozenga en hun dochtertje Rakia
Wim Kroeze en Wilma Rozenga en hun dochtertje Rakia

Beiden weten het al tijdens de studietijd: ze willen niet in Nederland blijven. Hun grenzen liggen verder. Wilma studeert sociale geografie met als specialisatie ontwikkelingslanden en platteland en later ook nog verpleegkunde, Wim zit in het onderwijs en werkt er als adjunct-directeur. Het is 1999. Wim en Wilma zijn dan twee jaar getrouwd. Wilma oriënteert zich op werk voor NGO’s. Zinvol en leuk, maar ze heeft toch het gevoel dat het niet helemaal is wat ze zoekt. Alsof er iets ontbreekt. Maar wat? Op een dag komt Wim, zoon van een predikant, thuis met een boekje over organisaties die mensen uitzenden naar het buitenland. De S.M.A. is er één van.

Wim schrijft een eerste brief naar Cadier en Keer om informatie. Hij krijgt een handgeschreven epistel terug. Nogal ouderwets in een beginnend computertijd, vinden Wim en Wilma. Evengoed vragen ze een gesprek aan, je weet immers maar nooit. Dat oriënterende gesprek te Cadier en Keer met Ton Storcken en Yvonne Bles geeft voor Wim en Wilma de doorslag. Hier zijn bezielde mensen aan het werk en aan het woord. Voor zo’n organisatie willen ze wel werken. In 2000 beginnen Wim en Wilma aan de eenjarige opleiding van de CMPA tot lekenmissionaris.

Wim: “Missionaris zijn is iets anders dan werken voor bijvoorbeeld een NGO. Dat voel ik heel sterk. Wat de meerwaarde geeft, is de betrokkenheid. Het zijn geen kortlopende projecten die je na afloop weer achter je laat, je blijft betrokken bij de mensen. Je mag fouten maken, je mag opnieuw beginnen. En het werk dat de SMA hier honderdvijftig jaar geleden is begonnen, is nooit af. Wij lopen een stukje mee in een lange traditie. Als wij in 2007 weg zijn uit Ghana, zullen er anderen komen die het werk voortzetten. Met dat werk bedoel ik meer dan de praktische opzet van een aantal projecten, ik bedoel echt het bouwen aan het koninkrijk van God.”

De werkelijkheid is taai. Dat blijkt al in het eerste jaar in de Afram Plains. De protestantse Wim voelt zich in het geheel niet op waarde geschat door een daar aanwezige katholieke priester. ‘Maar’ een protestant. Wim moet wennen aan de hiërarchische structuur in een land met veel conservatieve katholieken. En dat terwijl zijn handen jeuken om aan de slag te gaan. Onderwijs opzetten, praktische zaken regelen zoals de bouw van een schooltje, ouders ervan overtuigen dat onderwijs en Engels leren belangrijk is voor hun kinderen. Op dat eerste jaar terugblikkend zegt Wim: “Ik ben nog nooit zo verdrietig geweest als in dat jaar. Gelukkig heb je dan elkaar. We hebben wel eens samen in de kapel gezeten, zwijgend, we hebben er ook gebeden. Op zo’n moment ondervind je steun van je geloof en van elkaar. Je kunt achteraf niet zeggen of je het zonder elkaar ook had gered, maar ons is wel duidelijk dat je door samen over je werk te praten, in staat bent teleurstellingen beter te verwerken. Op een rijtje krijgen wat er mis ging en ook wat er goed gaat. Want als missionaris gaat het niet alleen om het zichtbare resultaat. Het gaat niet om het gebouw, maar om het samen bouwen. Het doel van ons werk is delen. Dat willen we overbrengen en dat willen we zelf leren. Meedoen, meekijken, meebeleven.”

Wilma: “Het mooie en het slechte van de SMA is dat je volledig vrij bent, geef maar zelf invulling aan je missie. Nou, ik heb nog nooit zo hard gewerkt als in Babaso! Altijd beschikbaar zijn als ambulance en elke woensdag en vrijdag op pad met de pick-up naar de vrouwengroepen in dorpen die 40 kilometer om ons heen verspreid liggen. De Afram Plains liggen 100 kilometer ten noorden van Kumasi. Er is geen elektra, geen water, sommige dorpen hebben niet eens een put, dan zijn de vrouwen aangewezen op een klein riviertje. In het droge seizoen kan dat heel dramatisch zijn. Het is er warm, altijd vochtig, ons gebied is het overgangsgebied van de savanne naar het tropisch regenwoud. Dus af en toe een slang op de veranda van ons huis.

Ik werk met vrouwen. Probeer samen met de vrouwen iets op te bouwen. Samen met mijn Ghanese collega Agnes bezoeken we 25 verschillende groepen. Ook moslimvrouwen en gemengde groepen. Het zijn vrouwen in dorpen die bestaan uit verschillende stammen. Je moet je voorstellen dat veel vrouwen in de Afram Plains migranten uit het Noorden zijn. Ze hebben een akkertje gehuurd om hun yam, tomaten en pinda’s op te verbouwen en zijn afhankelijk van hun oogst. Omdat ze geen extended family in de buurt hebben zijn ze volledig op zichzelf aangewezen. Dan is het goed wanneer je met elkaar een groep kunt vormen. Overal op de wereld geldt namelijk dat je samen sterker bent, dan alleen.”

 “Sommige vrouwengroepen maken zeep, anderen proberen zich collectief te verhuren als landarbeidsters. In beide gevallen gaat het om solidariteit. Als ik kom zijn er soms wat problemen in de groep. Niet oplossen Wilma, weet ik nu. Dat leer je vanzelf. Je kunt wel met de vrouwen meedenken over de oplossing van een probleem. Bijvoorbeeld als een van de vrouwen van het collectief voor de zoveelste keer niet is komen opdagen bij de oogst. Dan vertel ik hoe vrouwengroepen in andere dorpen daarmee omgaan en dat helpt soms. En soms ook niet. Ik merk wel dat vrouwen elkaar wel steunen als het erom gaat. Als het moet werken ze een hele dag voor niets op het land en dragen hun geld af aan iemand die het echt hard nodig heeft. En we lachen samen veel. Ze lachen om elkaar en om zichzelf. Dat heb ik in Ghana wel geleerd: geduld, respect en lachen om je fouten. Ook als iemand heel erg gejokt heeft kan het zo zijn dat ze in de groep blijft. Dan zeggen de vrouwen: ‘je hebt ons allemaal bedrogen, maar je kan blijven.’ En dan gieren we het uit!

Missionaris zijn is blijven leren, bescheiden zijn en je aanpassen. Als je star bent, of je komt enkel een boodschap brengen in die vorm die je van tevoren al vaststaat, dan werkt het niet. Het is belangrijk om eerst de vraag van de ander in beeld te krijgen: wat willen de mensen zelf? Ik wil niet die-witte-met-dat-geld zijn! We hebben geen geld en we hebben geen kant-en-klaar aanbod. We zijn mensen met kennis van onder andere onderwijs en gezondheidszorg waar de Ghanese bevolking gebruik van kan maken. Dat zien we als onze missie. In mijn geval werd het vrouwenwerk. Dat bestond al en ik ging kijken kijken of het bij me pastte. Nee, er was dus geen vacature! In dat soort woorden denk ik niet.”
 
Wim vertelt: “Twee jaar geleden werd ik door een dorpshoofd benaderd voor een school. Er was wel een overkappinkje in de modder, een rieten dak op vier paaltjes, maar de dorpsoudste wilde meer leerkrachten en een beter gebouw. Het is dan mijn taak om dat te organiseren: het schoolgebouw, een huis voor de leerkrachten en twee wc’s, één voor het dorp en één voor de school. Ik draag zorg voor metselaars, timmerlui en als het moet voor geld. ‘Maar we doen het samen,’ zei ik tegen de chief. ‘Jij zorgt ervoor dat de metselaars voldoende te eten en te drinken hebben en dat er genoeg water is om de cement aan te maken.’ Later hoorde ik van de metselaars dat ze het bijna helemaal alleen hadden moeten doen! Ik heb toen weer met de dorpsoudste gesproken. ‘Het is onze schuld’ zei de chief ‘het zal zeker niet weer gebeuren.’

Of dat de volgende keer ook daadwerkelijk zo zal gaan, kan ik nu niet zeggen. We hebben het hier niet over de communicatie die wij in Nederland gewend zijn, in Ghana moet je tussen de regels kunnen lezen. Ghanezen hebben een andere manier van omgaan met elkaar. Het is dus maar de vraag of er volgende keer wel voldoende mensen zullen helpen bij de bouw. Dat kan ontmoedigend zijn. Ik spreek dan ook niet over het afronden van dit project. Dit werk gaat door. Ik geef niet op en volg daarin Jezus als voorbeeld. Niet opgegeven, niet loslaten.

Ik heb ook een verhaal dat me altijd bemoedigt. Ik ben eens uitgenodigd in een ver dorp. Een barre tocht: eerst een flink eind in de pick-up, daarna met de fiets op mijn schouders door een rivier en aan de overkant diep door de modder naar het dorp. Toen ik er aankwam was ik vies en bezweet. We hebben er gepraat. Ik ben naar huis gegaan. Later die week werd ik door een man uit dat dorp bezocht. Hij vertelde me dat hij onder de indruk was van mijn komst. Hij zei: ‘als jij dat allemaal al voor ons doet, waarom helpen wij onszelf dan niet?’ En op zo een moment begrijp ik: dit is geven én ontvangen, wij werken met elkaar aan iets dat een olievlek kan zijn. We werken met elkaar aan het koninkrijk van God.
Dat koninkrijk is op aarde, als missionaris geloof ik daarin. Waar aandacht en zorg voor mensen is. Waar verschillende mensen met elkaar werken aan gerechtigheid en vrede. Dat kunnen priesters zijn én het kunnen lekenmissionarissen zijn van protestantse huize. Bij de SMA dragen we dat uit naar de buitenwereld. Laten we het naar de SMA binnenwereld ook uitdragen, want de groeiende kerk in Afrika is behoorlijk conservatief.”

Sinds september wonen Wim, Wilma en Rakia (2) in een woonwagen op het Friese platteland. Wederzijdse ouders hebben kunnen kennismaken met het Ghanese dochtertje. Ze is heel klein en heel vrolijk. Rakia zwaait naar alles en iedereen die voorbijkomt. Naar de buurman die de sloten schoonmaakt, naar popje Bert uit Sesamstraat en naar de koeien die zich achter de wagen alweer verzamelen voor een laatste melkronde. Het zal voor Wim, Wilma en Rakia één van de laatste Hollandse plaatjes zijn, over drie weken vertrekken ze weer naar hun dorp in de Savanne. Immers: missie is nooit af.