Charles de Foucauld, een mislukkeling?
door Ton Storcken S.M.A.
“Hij heeft zich altijd vergist,” zo schrijft een adellijke nicht
van Charles de Foucauld naar aanleiding van zijn moorddadige dood op 1 september
1916. “Hij was niet te bevredigen en onevenwichtig. Hij is zich gaan
verliezen in dat onbewoond stuk zand, omwille van wat wilden en idioten. Zijn
enige bekeerling was een oude negerin. Hij is een mislukkeling.”
Wie is deze
priester en missionaris, die voor zo velen na hem een bron
werd van inspiratie en een voorbeeld om Jezus zijn levensweg volgen?
Dat hij op zondag 13 november in Rome werd zalig verklaard,
is een blij en groots moment voor de elf congregaties, zeven
lekenbewegingen en één priesterbeweging die zich
baseren op zijn levensstijl en die na zijn overlijden ontstaan
zijn. In Nederland zijn het vooral de Kleine Zusters van Jezus
die zich tot zijn volgelingen rekenen. Daarbuiten is in
ons land maar weinig aandacht aan deze opmerkelijke missionaris
en zijn geestelijke erfenis geschonken.

Charles de Foucauld.
Schilderij van Marek Dybek
Na zijn dood
laat De Foucauld meer dan 10.000 met de hand geschreven vellen
papier na en meer dan 700 brieven aan familie en bekenden,
waarvan onder anderen René Bazin dankbaar gebruik maakt
voor zijn volumineuze biografie. Deze verschijnt al in
september 1921 en wordt met name door de jongere Franse
katholieken met veel belangstelling en bewondering gelezen.
De Foucauld
zelf had al enkele jaren aan Bazin om zo’n
boek gevraagd. Volgens hem moest het een boek worden ,,dat aantrekkelijk
en gemakkelijk te lezen is en dat niet alleen de te volgen weg
aanduidt, maar hen ontroert die er gevoelig voor zijn.” Bovendien
moest het boek door een leek geschreven worden ,,om een zo groot
mogelijk aantal lezers te bereiken…. Het moet niet geschreven
worden in de vorm van een uiteenzetting, maar in een hartverwarmende
stijl die hen, die van goede wil zijn, ontroert.”
Door het
plotselinge overlijden van zijn opdrachtgever krijgt het boek
echter een heel andere wending. Voor een deel kan hij zich
houden aan de wens van De Foucauld: hij hoeft geen theologische
uiteenzetting te geven, maar kan volstaan met een uitgebreide
biografie van de zo tragisch om het leven gekomen missionaris
nieuwe stijl. De eerste wereldoorlog is voorbij en de katholieken
zijn gelukkig met de ontdekking van deze “moderne heilige”.
Het is er een waarin ze zich herkennen; hij heeft het imago van
een held, een avonturier die houdt van ontdekkingsreizen, zich
van het steeds meer opdringende atheïsme in die dagen heeft
bekeerd en op geheel eigen en vooral nieuwe wijze met de beleving
van zijn geloof en missionaire roeping omgaat.
De islamitische catechumeen
De
Foucauld die een burggraaf is en altijd trots gebleven is een
officier van het Franse leger te zijn, is echter voor alles
begaan met mensen die hij in het dagelijks leven ontmoet, hetgeen
hem in zijn tijd en met name in Algerije, menigmaal doet botsen
met de heersende opvattingen over de taak van het kolonialisme.
Opmerkelijk
bij hem is vooral dat hij, na zijn geloof in God verloren te
hebben, zichzelf opnieuw vragen stelt over
het bestaan van God vanwege zijn ontmoeting met de islam en het
serieus nemen van deze godsdienst. Het is zelfs zo, dat hij,
alvorens hij zich opnieuw tot het christendom bekeert, geworsteld
heeft met de vraag of hij als moslim verder door het leven zou
gaan. Uiteindelijk is het een Parijse kapelaan - abbé Huvelin
- die in oktober 1888 “de islamitische catechumeen” zoals
hij De Foucauld noemt, op drastische wijze terugvoert naar de
katholieke geloofsgemeenschap. Huvelin blijft tot de dood
van De Foucauld zijn geestelijke leidsman. Zijn respect,
kennis en achting voor de islam raakt de Foucauld echter nooit
meer kwijt.
Na veel omzwervingen,
onder andere bij de Trappisten van Notre Dame de la Neige in
de Franse Alpen, een abdij in Syrië en
een periode te Nazareth als klusjesman bij de Zusters Clarissen,
besluit De Foucauld op 43-jarige leeftijd om zich priester te
laten wijden en terug te keren naar Noord-Afrika, waar hij als
officier en wetenschapper zijn eerste echte kennismaking met
het geloof heeft opgedaan.
Sticht vooral niets!
Graag wil De Foucauld zich in Marokko vestigen, maar de Franse
overheid staat hem dat niet toe. Hij vestigt zich daarom in
Algerije te Beni-Abbes, vlak bij de Marokkaanse grens. Daar
probeert hij zijn grote wens te realiseren: een congregatie
op te richten die met hem zijn levensstijl van armoede
delend met de omliggende bewoners van de woestijn, verweven
is met viering en aanbidding van de H. Eucharistie. Voor hem
zijn deze twee onlosmakelijk verbonden, het vinden en ontmoeten
van Christus in het breken en delen van brood en wijn en in
volmaakte solidariteit van het dagelijks bestaan van de mensengemeenschap
waarbinnen men woont. “Vivre Nazareth” is het sleutelwoord
voor deze levensstijl. “Het is niet het aan een slot
verbonden leven van een Karmeliet dat hij nastreeft, het is
het leven van Jezus te Nazareth, het is veeleer het leven van
een priesterarbeider die ,,in het hart van de massa zijn arbeidersbestaan
vervult,” aldus Michel Lafon, een van zijn latere volgelingen. De
Foucauld legt zijn gedachten hierover schriftelijk vast en
stelt een reglement op voor zijn toekomstige medebroeders.
Zijn geestelijk
leidsman aan wie hij dit reglement voorlegt schrikt ervan.
,,Waar ik het meest bang voor ben , mijn dierbaar kind,’’ zo schrijft hij, ,,is niet het leven waaraan
u denkt als u altijd alleen moet zijn, maar dat is om u iets
te zien stichten of te willen stichten! Als geestelijk leidsman,
mijn kind, zie ik dat echt niet zitten! Uw reglement is absoluut
niet leefbaar! Bij de Franciscaanse regel heeft de Paus getwijfeld,
omdat hij ze te streng vond. Maar dit reglement, werkelijk daar
word ik bang van!.’’ Tot vijf maal toe herhaalt Huvelin
in zijn brief: ,,Sticht vooral niets!’’
Met of zonder
compagnons, zijn hele levensstijl blijft gecentreerd op “Nazareth”. Hij schrijft er zelf over: ,,Hetzij
alleen, hetzij met enkele broeders…het doel blijft “het
leven van Nazareth”, in alles en voor alles, in zijn
eenvoud en zijn mogelijkheden…. Geen kleding die onderscheidt,
net zoals Jezus; geen woonplaats ver van waar mensen wonen maar
dichtbij een dorp, net zoals Jezus; niet minder dan acht uur
werken per dag (zo mogelijk handenarbeid) net zoals Jezus te
Nazareth; geen grond bezitten, noch een grote woning, geen grote
uitgaven, noch grote giften ontvangen, maar een grote armoede
in alles, zoals Jezus in Nazareth…in één
woord en in alles: Jezus te Nazareth.’’
Bij de Touaregs
Aangezien
het verlof om in Marokko te gaan wonen steeds maar door de
Franse autoriteiten wordt afgewezen, vertrekt De Foucauld van
Beni-Abbes naar het Hoggar gebergte midden in de Sahara, om
tussen de Touaregs in het kleine plaatsje Tamanrasset te gaan
leven. Als het gaat om de meest verlatenen, en daartoe is deze
doodarme nomadenstam zeker te rekenen, is hij tot alles bereid:
,,Ik ben klaar om tot het einde van de wereld te gaan en daar
te leven tot de dag des Oordeels.’’
Wat ook hier
De Foucauld niet loslaat is dat hij lijdt aan wat hij na zijn
bekering noemt het “taedium vitae”. Van
de periode vóór De Foucaulds bekering is bekend
dat hij ernstig lijdt onder depressies en zwaarmoedigheid. Hij
noemt zichzelf tijdens deze periode een “nihilist”,
en op zoek naar het meest verfijnde wat de Franse keuken te bieden
heeft en de mooiste vrouwen, kan hij nooit geheel bevrediging
vinden. Het “teadium vitae” blijft hem ook na zijn
bekering vervolgen, al geeft hij er uiteraard een heel andere
invulling aan als vóór zijn bekering.
Als vrucht van zijn dagelijkse arbeid heeft De Foucauld
een aantal, tot de dag van vandaag gewaardeerde en nog steeds
gebruikte werken achtergelaten, waaronder een woordenboek Frans-Touareg
en Touareg-Frans, een grammatica van het Touareg en een grote
verzameling poëzie van de Touaregs. De rusteloze missionaris
slaagt er nu in om steeds dieper geworteld te raken op één
plek. De mensen erkennen in hem de katholieke missionaris die
voor alles hun universele broeder wil zijn. ,,Het evangelie prediken
aan de Touregs? Ik geloof niet, dat Jezus dat wil, noch door
mij, noch door welk ander dan ook.’’ De manier waarop
hij zijn geloof communiceerde over de grenzen van godsdiensten
en cultuur heen is exemplarisch voor de christelijke missie nu,
zo schrijft Gerard Moorman, de organisator van een symposium
over De Foucauld, dat op twee december in Den Haag plaatsvond.
,,Zo krijgt zijn getuigenis nieuwe betekenis, juist in onze tijd
waarin mensen zoeken naar zingeving, de kloof tussen arm
en rijk steeds groter wordt en culturen en religies botsen met
elkaar,’’ vervolgt hij.
Na de dood
van de Foucauld schrijft het stamhoofd van de Touaregs aan
de familie dat heel de bevolking rouwt om de marabout (heilige).
,,We zullen zeker met hem samen zijn in het paradijs,’’ besluit
hij zijn brief als vertegenwoordiger van de moslimse gemeenschap
in de Hoggar.
Zijn erfenis
Het is moeilijk
om de geestelijke erfenis van De Foucauld samen te vatten.
Zijn intellectuele arbeid is helder en duidelijk, zijn liefde
en vriendschap voor de mensen eerlijk en oprecht, zijn liefde
en verering voor de H. Eucharistie het centrum van zijn dagelijks
bestaan. Hij leeft van alledrie. Het is zijn manier van missionaris
zijn. ,,Crier l’evangile par la vie,” zoals
Jezus dat deed, dertig jaar lang. ,,Deze eerste dertig jaar van
Jezus zijn geen verloren tijd,’’ zegt Serge de Beaurecueil,
die op zijn eigen originele wijze in de voetsporen van De Foucauld
staat.
,,In stilte
het leven van de mensen delen, hun brood eten en hun huizen
mee timmeren: dat was een liefdesverklaring.’’ Een
liefdesverklaring: zo zou ook de boodschap van De Foucauld genoemd
moeten worden. Een rusteloos opvliegend persoon, in het leger
niet te handhaven en in een kloostergemeenschap niet functionerend.
Maar een man met een hart! Niet voor niets draagt hij dat hart
in eenvoudige rode trekken op zijn schamele bournous. Het hart
van Jezus op de borst van een man die in zijn onvolkomenheid
volkomen ondergaat wat de kleinsten der kleinen ondergaan: dat
vriendschap, plezier, leed en verdriet, menselijke hartelijkheid,
verweven is met Goddelijke Menswording en samen haar hoogtepunt
vinden in het vieren en eren van de H. Eucharistie. Dat realiseren
door te leven zoals Jezus dat vooral in Nazareth deed, is een
missionaire levensstijl, die De Foucauld heeft proberen waar
te maken en waar hij veel over geschreven heeft. Met name voor
onze tijd zou het wel eens van grote waarde kunnen zijn voor
jeugd en voor een goed verstaan van samenleven met moslims, de
volle betekenis van het leven van deze bijzondere man te doorgronden
en voor het voetlicht te brengen.