Onze Krant . Contactblad van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën

Onze Krant is het
familieblad voor alle missionarissen, vrienden, bekenden, weldoeners en verdere supporters van de SMA.
e-mail:
onzekrant@sma-nederland.nl

Conferentie- en
studiemogelijkheden in het SMA Missiehuis (klik op één van onderstaande foto's)



Wilt U meer weten over conferentie- en
studiemogelijkheden in het Missiehuis?

Neem contact op met
Robert Dylewski SMA:
Rijksweg 15
6267 AC Cadier en Keer
tel: 043-407 73 73
fax: 043-407 73 74
e-mail:
r.dylewski@sma-nederland.nl


Charles de Foucauld, een mislukkeling?

door Ton Storcken S.M.A.
“Hij heeft zich altijd vergist,” zo schrijft een adellijke nicht van Charles de Foucauld naar aanleiding van zijn moorddadige dood op 1 september 1916. “Hij was niet te bevredigen en onevenwichtig. Hij is zich gaan verliezen in dat onbewoond stuk zand, omwille van wat wilden en idioten. Zijn enige bekeerling was een oude negerin. Hij is een mislukkeling.”

Wie is deze priester en missionaris, die voor zo velen na hem een bron werd van inspiratie en een voorbeeld om Jezus zijn levensweg  volgen? Dat hij  op zondag 13 november in Rome werd zalig verklaard, is een blij en groots moment voor de elf congregaties, zeven lekenbewegingen en één priesterbeweging die zich baseren op zijn levensstijl en die na zijn overlijden ontstaan zijn. In Nederland zijn het vooral de Kleine Zusters van Jezus die zich tot zijn volgelingen rekenen. Daarbuiten is  in ons land maar weinig aandacht aan deze opmerkelijke missionaris en zijn geestelijke erfenis geschonken. 

Charles de Foucauld
Charles de Foucauld.
Schilderij van Marek Dybek

Na zijn dood laat De Foucauld meer dan 10.000 met de hand geschreven vellen papier na en meer dan 700 brieven aan familie en bekenden, waarvan onder anderen René Bazin dankbaar gebruik maakt voor zijn volumineuze biografie. Deze verschijnt al  in september 1921 en wordt  met name door de jongere Franse katholieken met veel belangstelling en bewondering gelezen.

De Foucauld zelf had al enkele jaren aan Bazin om zo’n boek gevraagd. Volgens hem moest het een boek worden ,,dat aantrekkelijk en gemakkelijk te lezen is en dat niet alleen de te volgen weg aanduidt, maar hen ontroert die er gevoelig voor zijn.” Bovendien moest het boek door een leek geschreven worden ,,om een zo groot mogelijk aantal lezers te bereiken…. Het moet niet geschreven worden in de vorm van een uiteenzetting, maar in een hartverwarmende stijl die hen, die van goede wil zijn, ontroert.”

Door het plotselinge overlijden van zijn opdrachtgever krijgt het boek echter een heel andere wending. Voor een deel kan hij zich houden aan de wens van De Foucauld: hij hoeft geen theologische uiteenzetting te geven, maar kan volstaan met een uitgebreide biografie van de zo tragisch om het leven gekomen missionaris nieuwe stijl. De eerste wereldoorlog is voorbij en de katholieken zijn gelukkig met de ontdekking van deze “moderne heilige”. Het is er een waarin ze zich herkennen; hij heeft het imago van een held, een avonturier die houdt van ontdekkingsreizen, zich van het steeds meer opdringende atheïsme in die dagen heeft bekeerd en op geheel eigen en vooral nieuwe wijze met de beleving van zijn geloof en missionaire roeping omgaat.

De islamitische catechumeen

De Foucauld die een burggraaf is en altijd trots gebleven is een officier van het Franse leger te zijn, is echter voor alles begaan met mensen die hij in het dagelijks leven ontmoet,  hetgeen hem in zijn tijd en met name in Algerije, menigmaal doet botsen met de heersende opvattingen over de taak van het kolonialisme.

Opmerkelijk bij hem is vooral dat hij, na zijn geloof in God verloren te hebben,  zichzelf opnieuw vragen stelt over het bestaan van God vanwege zijn ontmoeting met de islam en het serieus nemen van deze godsdienst. Het is zelfs zo, dat hij, alvorens hij zich opnieuw tot het christendom bekeert, geworsteld heeft met de vraag of hij als moslim verder door het leven zou gaan. Uiteindelijk is het een Parijse kapelaan - abbé  Huvelin - die in oktober 1888 “de islamitische catechumeen” zoals hij De Foucauld noemt, op drastische wijze terugvoert naar de katholieke geloofsgemeenschap. Huvelin blijft  tot de dood van De Foucauld  zijn geestelijke leidsman. Zijn respect, kennis en achting voor de islam raakt de Foucauld echter nooit meer kwijt.

Na veel omzwervingen, onder andere bij de Trappisten van Notre Dame de la Neige in de Franse Alpen, een abdij in Syrië en een periode te Nazareth als klusjesman bij de Zusters Clarissen, besluit De Foucauld op 43-jarige leeftijd om zich priester te laten wijden en terug te keren naar Noord-Afrika, waar hij als officier en wetenschapper zijn eerste echte kennismaking met het geloof heeft opgedaan.

Sticht vooral niets!

Graag wil De Foucauld zich in Marokko vestigen, maar de Franse overheid staat hem dat niet toe. Hij vestigt zich daarom in Algerije te Beni-Abbes, vlak bij de Marokkaanse grens. Daar probeert hij zijn grote wens te realiseren: een congregatie op te richten die met hem zijn  levensstijl van armoede delend met de omliggende bewoners van de woestijn, verweven is met viering en aanbidding van de H. Eucharistie. Voor hem zijn deze twee onlosmakelijk verbonden, het vinden en ontmoeten van Christus in het breken en delen van brood en wijn en in volmaakte solidariteit van het dagelijks bestaan van de mensengemeenschap waarbinnen men woont. “Vivre Nazareth” is het sleutelwoord voor deze levensstijl. “Het is niet het aan een slot verbonden leven van een Karmeliet dat hij nastreeft, het is het leven van Jezus te Nazareth, het is veeleer het leven van een priesterarbeider die ,,in het hart van de massa zijn arbeidersbestaan vervult,” aldus Michel Lafon, een van zijn latere volgelingen.  De Foucauld legt zijn gedachten hierover schriftelijk vast en stelt een reglement op voor zijn toekomstige medebroeders.

Zijn geestelijk leidsman aan wie hij dit reglement voorlegt schrikt ervan. ,,Waar ik het meest bang voor ben , mijn dierbaar kind,’’ zo schrijft hij, ,,is niet het leven waaraan u denkt als u altijd alleen moet zijn, maar dat is om u iets te zien stichten of te willen stichten! Als geestelijk leidsman, mijn kind, zie ik dat echt niet zitten! Uw reglement is absoluut niet leefbaar! Bij de Franciscaanse regel heeft de Paus getwijfeld, omdat hij ze te streng vond. Maar dit reglement, werkelijk daar word ik bang van!.’’ Tot vijf maal toe herhaalt Huvelin in zijn brief: ,,Sticht vooral niets!’’

Met of zonder compagnons, zijn hele levensstijl blijft gecentreerd op “Nazareth”. Hij schrijft er zelf over: ,,Hetzij alleen, hetzij met enkele broeders…het doel blijft “het leven van Nazareth”,  in alles en voor alles, in zijn eenvoud en zijn mogelijkheden…. Geen kleding die onderscheidt, net zoals Jezus; geen woonplaats ver van waar mensen wonen maar dichtbij een dorp, net zoals Jezus; niet minder dan acht uur werken per dag (zo mogelijk handenarbeid) net zoals Jezus te Nazareth; geen grond bezitten, noch een grote woning, geen grote uitgaven, noch grote giften ontvangen, maar een grote armoede in alles, zoals Jezus in Nazareth…in één woord en in alles: Jezus te Nazareth.’’

Bij de Touaregs

Aangezien het verlof om in Marokko te gaan wonen steeds maar door de Franse autoriteiten wordt afgewezen, vertrekt De Foucauld van Beni-Abbes naar het Hoggar gebergte midden in de Sahara, om tussen de Touaregs in het kleine plaatsje Tamanrasset te gaan leven. Als het gaat om de meest verlatenen, en daartoe is deze doodarme nomadenstam zeker te rekenen, is hij tot alles bereid: ,,Ik ben klaar om tot het einde van de wereld te gaan en daar te leven tot de dag des Oordeels.’’

Wat ook hier De Foucauld niet loslaat is dat hij lijdt aan wat hij na zijn bekering noemt het “taedium vitae”. Van de periode vóór De Foucaulds bekering is bekend dat hij ernstig lijdt onder depressies en zwaarmoedigheid. Hij noemt zichzelf tijdens deze periode een “nihilist”, en op zoek naar het meest verfijnde wat de Franse keuken te bieden heeft en de mooiste vrouwen, kan hij nooit geheel bevrediging vinden. Het “teadium vitae” blijft hem ook na zijn bekering vervolgen, al geeft hij er uiteraard een heel andere invulling aan als vóór zijn bekering.

 Als vrucht van zijn dagelijkse arbeid heeft De Foucauld een aantal, tot de dag van vandaag gewaardeerde en nog steeds gebruikte werken achtergelaten, waaronder een woordenboek Frans-Touareg en Touareg-Frans, een grammatica van het Touareg en een grote verzameling poëzie van de Touaregs. De rusteloze missionaris slaagt er nu in om steeds dieper geworteld te raken op één plek. De mensen erkennen in hem de katholieke missionaris die voor alles hun universele broeder wil zijn. ,,Het evangelie prediken aan de Touregs? Ik geloof niet, dat Jezus dat wil, noch door mij, noch door welk ander dan ook.’’ De manier waarop hij zijn geloof communiceerde over de grenzen van godsdiensten en cultuur heen is exemplarisch voor de christelijke missie nu, zo schrijft Gerard Moorman, de organisator van een symposium over De Foucauld, dat op twee december in Den Haag plaatsvond. ,,Zo krijgt zijn getuigenis nieuwe betekenis, juist in onze tijd waarin mensen zoeken naar zingeving, de kloof  tussen arm en rijk steeds groter wordt en culturen en religies botsen met elkaar,’’ vervolgt hij.

Na de dood van de Foucauld schrijft het stamhoofd van de Touaregs aan de familie dat heel de bevolking rouwt om de marabout (heilige). ,,We zullen zeker met hem samen zijn in het paradijs,’’ besluit hij zijn brief als vertegenwoordiger van de moslimse gemeenschap in de Hoggar.

Zijn erfenis

Het is moeilijk om de geestelijke erfenis van De Foucauld samen te vatten. Zijn intellectuele arbeid is helder en duidelijk, zijn liefde en vriendschap voor de mensen eerlijk en oprecht, zijn liefde en verering voor de H. Eucharistie het centrum van zijn dagelijks bestaan. Hij leeft van alledrie. Het is zijn manier van missionaris zijn. ,,Crier l’evangile par la vie,” zoals Jezus dat deed, dertig jaar lang. ,,Deze eerste dertig jaar van Jezus zijn geen verloren tijd,’’ zegt Serge de Beaurecueil, die op zijn eigen originele wijze in de voetsporen van De Foucauld staat.

,,In stilte het leven van de mensen delen, hun brood eten en hun huizen mee timmeren: dat was een liefdesverklaring.’’ Een liefdesverklaring: zo zou ook de boodschap van De Foucauld  genoemd moeten worden. Een rusteloos opvliegend persoon, in het leger niet te handhaven en in een kloostergemeenschap niet functionerend. Maar een man met een hart! Niet voor niets draagt hij dat hart in eenvoudige rode trekken op zijn schamele bournous. Het hart van Jezus op de borst van een man die in zijn onvolkomenheid volkomen ondergaat wat de kleinsten der kleinen ondergaan: dat vriendschap, plezier, leed en verdriet, menselijke hartelijkheid, verweven is met Goddelijke Menswording en samen haar hoogtepunt vinden in het vieren en eren van de H. Eucharistie. Dat realiseren door te leven zoals Jezus dat vooral in Nazareth deed, is een missionaire levensstijl, die De Foucauld heeft proberen waar te maken en waar hij veel over geschreven heeft. Met name voor onze tijd zou het wel eens van grote waarde kunnen zijn voor jeugd en voor een goed verstaan van samenleven met moslims, de volle betekenis van het leven van deze bijzondere man te doorgronden en voor het voetlicht te brengen.