Frans Mulders
'Handelen én vertellen van de goede boodschap

Frans Mulders (1937) heeft veertig jaar in Ghana gewerkt, als S.M.A.-bestuurder, veldwerker en priestermissionaris. Frans Mulders over de nood van mensen en de opdracht van het Evangelie: “Zet de ramen en de deuren van de kerk wijd open en plant kerken, niet omdat je gelooft in gebouwen maar omdat je gelooft in mensen. En omdat je in Jezus een voorbeeld wilt zien.”
Hoe het begon
Zijn vader was klompenmaker in een dorpje bij Tiel. Zes kinderen. In die tijd was het normaal dat tenminste één van de jongens voor het priesterschap zou kiezen. Het werd Frans, niet omdat hij zo nadrukkelijk met het geloof bezig was, maar omdat hij avonturenboeken had gelezen over Afrika. Dus werd het de Missie. En als dertienjarige ging Frans naar de SMA in Cadier in Keer om daar het gymnasium te doen en zich voor te bereiden op het priesterschap.
Roerige jaren in de theologie
In 1964 vertrekt Frans naar Ghana. Het zijn de roerige jaren rondom het Tweede Vaticaanse Concilie. Was het voorheen zonneklaar dat het vak van missionaris betekende: naar Afrika gaan om daar de Afrikanen tot geloof en kerk te bekeren, Frans betrad met zijn roeping het tijdperk van de vragen. Wat had de kerk te zoeken in Afrika? Was er werkelijk geen spoor van heil buiten de kerk te vinden? Kan de Eucharistie honger stillen?
Ghana
Het eerste beeld van Ghana in 1964: “Rook boven de vissersdorpen, de geur van vis, de massa’s mensen buiten. Ik was overdonderd! In de Volta regio ging ik aan het werk. Een EWEgebied. Ik wilde de boodschap brengen van liefde en saamhorigheid. Ik was pastoraal verantwoordelijk voor 30 EWEdorpen, reisde rond, hield diensten, bleef bij de mensen slapen. We waren met zes priesters in een gebied van 70 dorpen, volop werk, we waren nodig en dat gaf een goed gevoel.”
De Afrikaanse religie
“Er is op verschillende niveaus een grote overlap met het christelijke geloof. Zoals de Afrikaanse voorouderverering en de katholieke heiligenverering. In het plengoffer, dat voor de zestiger jaren nog als heidens en dus slecht werd beschouwd, herkent de kerk nu een mooie symboliek. In Ghana plengen mensen een fles alcohol in het zand terwijl ze bidden. Ze vragen de voorouders ervoor te zorgen dat de stam geen kwaad overkomt. Met deze symboliek wordt uitgedrukt wat niet zichtbaar is. Voor deze mensen krijgt het symbool betekenis.”
Dialoog
“De missionaire opdracht van de kerk is om grensoverschrijdend te zijn. De kerk moet een dialoog aangaan met de samenleving. Dat betekent dat de kerk actief aanwezig moet zijn in gezondheidszorg en onderwijs. Het betekent ook dat de kerk zich moet bemoeien met mensen die een bestaan willen opbouwen en daar geld voor nodig hebben. In de Credit Unions, de bank van de armen, werden kleine bedragen gespaard en uitgeleend. Een Credit Union was vaak niet meer dan een tafeltje voor de kerk. Binnen verzorgden wij de Eucharistie, buiten kon je geld lenen. Wij stonden soms garant voor leners.”
Wat wij onder missie verstaan
“In 1980 bestond de kerk van Ghana honderd jaar. Missionaire ordes en congregaties wilden een cadeau geven. Er werd gedacht aan een mooie nieuwe kapel. Pracht en praal voor God, triomphalisme. Het leek in tegenspraak met de eenvoud van het evangelie. De Conferentie van Religieuze Overstenen waarin ook de SMA vertegenwoordigd is, heeft als cadeau een fonds gesticht om blijvend missionair aanwezig te zijn bij de armsten. Vijf religieuze zusters werken nu alweer vijfentwintig jaar in de visserswijken van Accra. Niet aflatende steun op plaatsen waar de ‘most abandoned’ wonen. Dat is wat wij onder missie verstaan.”
‘Vertel de mensen wat je ziet’
“In de zorg voor basisrechten van de mens zoals wonen, eten en onderwijs heeft de kerk een taak. Maar voor mij zou zonder het Evangelie de inspiratiebron opdrogen. Samenkomen, bidden en het brood van Christus delen, is mijn dagelijkse voedsel. De evangelietekst van Lukas 7: 20-24 is mij zeer dierbaar. Daarin vragen de leerlingen namens Johannes wie Jezus is en wat Hij doet. Jezus antwoordt: ‘Vertel maar gewoon wat je ziet: ik genees zieken én breng het goede nieuws.’ Die twee dingen samen: handelen én vertellen van de goede boodschap zijn voor mij onafscheidelijk. Het sociale Evangelie.”
Samen sjouwen, dat is kerkzijn!
“We zijn begonnen in 1983 in een buitenwijkje van Accra. De mensen die er woonden kwamen van het platteland, ze waren arm, bouwden hun huizen vaak zonder water en elektra. We hadden een kerkgebouwtje en een klein clubje mensen. Het werden er snel meer en we zetten bankjes en luidsprekers buiten de kerk. Na tien jaar hebben we een nieuwe kerk gebouwd. In dat groeiproces heb ik kunnen werken aan gemeenschapsopbouw. Samen werken en samen bidden in een kleine basisgemeenschap. Samen vieren en samen cement maken. Samen water sjouwen, dat is kerkzijn!”

|